Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

“Overnachten op een luchthaven normaal?”

Overnachten op een luchthaven leekv voorbehouden aan jongeren of berooide reizigers. Maar tegenwoordig vindt u er ook zakenlui die een uiltje knappen. Luchtvaartmaatschappijen zijn namelijk steeds minder gul geworden met hotelvouchers en gestrande reizigers worden dus aan hun lot overlaten.

Volgens Bob Harell van luchtvaartconsultant Harrell Associates gaat het om een logische evolutie: "Je kan niet verwachten dat luchtvaartmaatschappijen extra kosten rekenen voor bagage en eten en drinken, terwijl ze aan de andere kant gestrande passagiers in viersterrenhotels laten logeren. Omdat er steeds vaker wordt gereisd, gaat het ook om steeds meer mensen, niet om enkele reizigers."

De EU besliste in 2005 dat passagiers wiens vluchten meer dan 5 uur vertraging oplopen recht hebben op een hotelovernachting. De regel geldt voor alle luchthavens en voor alle luchtvaartmaatschappijen, ongeacht hun land van herkomst. Maar in de praktijk loopt het nog vaak anders.

Toch zijn er alternatieven. De Amerikaan Frank Giotto ontwikkelde – na een slapeloze nacht in een Duitse luchthaven- het Mini Motel, een eenpersoonstent inclusief matras, leeslampje, alarmklok én hoofdkussen en verkoopt deze slaapplaats voor minder dan € 30. Sommige luchthavens hebben zelfs een plan opgevat om een Mini-Motelruimte in het luchthavengebouw  voor te behouden.

Ook de website sleepinginairports.net geeft advies over ‘s werelds beste en slechtse luchthavens wanneer het overnachten betreft. In de top 10 van de beste luchthavens staat Singapore al 10 jaar lang eenzaam aan de leiding. Singapore Airport beschikt over gedimde slaapvertrekken, voorzien van comfortabele lederen zetels met voet- en hoofdsteunen. Een aantal zetels zijn zelfs voorzien van een wekker. Reizigers kunnen op de luchthaven zelf ook een goedkope slaapkamer boeken.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Bron: New York Times, via Express.be