Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

“Overheid kan parttimers hooguit bijsturen”

Met de grote hoeveelheid openstaande vacatures is iedere hulp welkom. Daarom heeft het kabinet een Taskforce opgericht om vrouwen aan te sporen meer uren te gaan werken. Maar hoe? "Veel vrouwen, ook zónder kinderen, vinden een deeltijdbaan wel prima."

"Je zou denken dat mijn studenten dolgraag carrière willen maken en daar helemaal voor gaan", zegt arbeidssocioloog en hoogleraar aan de Radboud Universiteit, Jacques van Hoof, in het Nederlands Dagblad. "Maar voor de meeste, zowel vrouwen als mannen, is het streven juist een goed evenwicht tussen hard werken en een mooi leven. En als hoog opgeleiden met een goed salaris kunnen ze zich dat permitteren."

Cultuuromslag
Vandaag start de Taskforce Deeltijdplus. Van Hoof vindt het logisch dat het kabinet in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt bekijkt hoe vrouwen meer uren zouden kunnen gaan werken. Ook om de kosten van de verzorgingsstaat te kunnen blijven opbrengen. "Maar in deze moderne samenleving zijn er velerlei redenen om ervoor te kiezen om minder te werken. En die zijn ook volkomen geaccepteerd. Velen vinden een zogeheten 'anderhalf-verdieners arrangement' wel best. Om parttimers meer uren aan de slag te krijgen, is een cultuuromslag nodig. De overheid kan hooguit een beetje bijsturen."

Dilemma
De meeste vrouwen willen best een paar uur per week meer werken, blijkt uit SCP-onderzoek. "Veel vrouwen, ook moeders, noemen flexibele werktijden en de mogelijkheid om thuis te werken als voorwaarden. Goedkope en betere kinderopvang daarentegen worden nauwelijks genoemd", zegt Mariëlle Cloïn van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dit leidt tot een dilemma voor kabinet en werkgevers. "Het gevolg van grotere maar flexibelere deeltijdbanen zou kunnen zijn dat vrouwen die nu fulltime werken zeggen: dat wil ik ook."

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Lees het hele artikel in het Nederlands Dagblad.