Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Nobol: “Veel mensen weten niet waar ze goed in zijn”

Minder dan 30 procent van de Nederlandse bedrijven doet aan talentmanagement. Dit blijkt uit onderzoek van werving- en selectiebureau Robert Half. “Een actieve rol voor talentmanagement is vooral weggelegd voor de werknemer,” stelt Peter Tielenius Kruythoff, directeur van loopbaanbegeleidingorganisatie Nobol.

Talentmanagement gaat volgens Tielenius Kruythoff vooral om de vraag hoe de talenten van werknemers boven te krijgen binnen de organisatie. Tegenwoordig wordt er beter nagedacht over het managen van talent. “Enerzijds zetten bedrijven de talenten die ze binnen het bedrijf hebben op een rij en anderzijds de behoeften van talent. Dat gebeurt steeds meer, maar nog niet genoeg.”

Het probleem is niet dat er weinig talent is in Nederland, maar “veel mensen weten niet waar ze goed in zijn,” stelt Tielenius Kruythoff. “Voor een schilder of voetballer ligt het talent meer voor de hand dan bij een econoom. Werknemers moeten zelf ontdekken wat hun talent is. Er wordt beroep gedaan op de eigen bewustwording. Welke talenten heb ik nodig om mijn loopbaan zo goed mogelijk te doorlopen? En wat kan ik binnen de organisatie inbrengen?”

“Doordat veel mensen per toeval in een baan rollen, wordt talent vaak per toeval ontdekt.” Tielenius Kruythoff ziet een oplossing in het verplicht stellen van loopbaanbegeleiding. Dat veel werknemers een ander pad inslaan als ze ontdekken wat hun werkelijke talenten zijn is volgens Tielenius Kruythoff niet erg.

“Als je er niet het optimale profijt van hebt, heb je er niets aan.” Het gaat volgens Tielenius Kruythoff niet alleen om het behouden, maar ook om het ontwikkelen van talent. “Je moet je bij iedere verandering in het productieproces afvragen ´ben ik de goede man op de goede plek´. Wat niet betekent dat de juiste plek altijd buiten het bedrijf is.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wacht even voordat je die feedback opvolgt, dat maakt je geloofwaardiger

Krijg je feedback van een collega, dan is de verleiding misschien groot meteen te laten zien dat je hebt geluisterd. Maar pas op: razendsnelle verbetering kan juist wantrouwen wekken, blijkt uit onderzoek.

Omgaan met feedback van medewerkers
Wanneer een leider snel verandert naar aanleiding van feedback, zien medewerkers dat als onecht. Foto: Getty Images

Stel je voor: je krijgt als leidinggevende stevige feedback van een medewerker en de volgende dag heb je je gedrag al veranderd. Een goed signaal naar de collega die je wat aandachtspuntjes influisterde?

Waarschijnlijk niet, blijkt uit recent onderzoek. Medewerkers interpreteren zo’n razendsnelle omslag juist als onoprecht, alsof de leidinggevende alleen maar doet alsof.

Onderzoekers Danbee Chon en Francis Flynn publiceerden hun bevindingen in Academy of Management Journal. Hun centrale vraag: hoe beoordelen medewerkers veranderingen die hun leiders doorvoeren naar aanleiding van feedback?

Het antwoord is enigszins verrassend. Niet de verandering zélf bepaalt hoe die wordt ontvangen, maar het tempo ervan.

Snelle verandering is verdacht

Uit meerdere studies bleek consistent hetzelfde patroon: wanneer een leider snel verandert naar aanleiding van feedback, zien medewerkers dat als onecht. Ze omschrijven het als ‘kunstmatig’ of ‘dubieus’. Geleidelijke verandering wordt daarentegen beschreven als ‘het resultaat van een doordachte, oprechte wens tot verbetering’ en als een teken van ‘persoonlijke groei’.

Lees ook: Tegenspraak kan een cadeau zijn of je ondermijnen, maar herken jij het verschil?

De onderzoekers maakten ook onderscheid tussen makkelijke en moeilijke veranderingen. Bij eenvoudige aanpassingen — zoals het vooraf rondsturen van vergaderagenda’s — wordt snelheid niet als problematisch ervaren. Medewerkers zien dat vooral als slagvaardig en voelen zich gehoord.

Maar bij ogenschijnlijk moeilijke veranderingen, zoals een betere luisteraar worden, wekt diezelfde snelheid wantrouwen. En dat wantrouwen blijft niet zonder gevolgen. Medewerkers zijn daarna namelijk minder bereid om in de toekomst opnieuw feedback te geven.

Wat leiders beter kunnen doen

De onderzoekers geven drie praktische adviezen voor leiders die feedback serieus willen nemen zonder hun geloofwaardigheid te verliezen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Ten eerste: pauzeer bewust. Leiders zijn van nature actiegericht, maar juist een meer methodische aanpak overtuigt collega’s van oprechtheid. Stel jezelf vragen als: welke blinde vlekken legt deze feedback bloot? Wat is er echt voor nodig om dit te veranderen? Die reflectie hoeft niet lang te duren, maar moet wel zichtbaar zijn.

Lees ook: Die betweter is misschien wel je beste medewerker

Ten tweede: leg je redenering uit. Als een snelle reactie toch noodzakelijk is, vertel dan waarom. Licht toe waarom de verandering minder tijd kost dan verwacht, of dat je er al langer over hebt nagedacht. Onderzoek laat zien dat zo’n uitleg medewerkers eerder bereid maakt ook in de toekomst feedback te blijven geven.

Ten derde: let op toon en lichaamstaal. Behandel ontvangen feedback als een ‘geschenk’. Stel vervolgvragen, toon aandacht en spreek je dankbaarheid uit. Het zijn signalen die medewerkers laten voelen dat hun input serieus genomen wordt, los van hoe snel er iets verandert.

Het gaat er niet om verandering te vertragen of om de schijn op te houden, om maar een paar misverstanden te komen. De onderzoekers stellen dat leiders vooral duidelijk moeten maken dat hun nieuwe gedrag voortkomt uit een echte overtuiging, in plaats van sociale druk. En wanneer medewerkers dat geloven, ontstaat er een cultuur van vertrouwen.