CDA, PvdA, SP en ChristenUnie willen de melkertbaan in één of andere vorm weer terug. Foute boel, vindt Gerard Brand, directeur van ISS Facility Services, een van ’s lands grootste werkgevers voor laaggeschoold personeel. Subsidies leveren geen enkele baan extra op en kost de werkgever alleen maar geld.
Het is al weer twaalf jaar geleden dat de melkertbaan werd ingevoerd. Deze vorm van gesubsidieerde arbeid was bedoeld om langdurige werklozen uitzicht te bieden op een vaste baan. Het plan mislukte jammerlijk. De doorstroming naar reguliere arbeid voor al die kaartjesknippers, conciërges en plantsoenmedewerkers bleek uiterst beperkt. In 2004 kwam een einde aan het experiment, gemeenten werden voortaan verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand.
Maar met de formatie van een centrum-links kabinet voor de deur, staat het item weer op de politieke agenda. Alle beoogde regeringspartijen (CDA, PvdA, SP en ChristenUnie) hebben plannen om gesubsidieerde arbeid weer in te voeren. Momenteel zitten er ongeveer 328.000 mensen in de bijstand, waarvan naar schatting de helft te boek staat als ‘niet inzetbaar’. Gesubsidieerde arbeid moet deze groep uitzicht bieden op terugkeer naar de arbeidsmarkt.
Afwentelen
Slecht plan, vindt Gerard Brand, directeur van ISS Facility Services, een van ’s lands grootste werkgevers voor laaggeschoold personeel. “Er zitten goede bedoelingen achter,” zegt hij. “Maar uiteindelijk creëer je er geen baan extra mee.” Brand kan het weten. Per 1 januari 2006 is een andere vorm van gesubsidieerde arbeid, de Specifieke Afdrachtkorting (SPAK), afgeschaft. Werkgevers in lagelonensectoren kregen onder deze wet 530 euro per jaar per werknemer terug van de belastingdienst voor iedere werknemer die minder dan 110 procent van het minimumloon verdiende. Toen de SPAK werd afgeschaft, leidde dat volgens Brand tot een prijsstijging in de markt voor schoonmakers, cateraars en ander laaggeschoold personeel. “De afschaffing van de loonsubsidies kwam voor ons neer op een kostenstijging,” legt hij uit. “En zoals dat gaat in een sector die grotendeels op prijs concurreert, zijn die kosten afgewentelt op de klant.”
Lastendruk
Brand vreest dat met de herintroductie van gesubsidieerde arbeid de hele cyclus opnieuw begint. Eerst prijsdalingen, op termijn gevolgd door prijsstijgingen zodra de subsidiebanen door een kabinet met een andere kleur worden afgeschaft. Om maar niet te spreken over de administratieve kosten waarmee de schoonmaak- en beveiligingssector wordt geconfronteerd. “Loonsubsidies vragen per definitie om registratie, controle, administratie. Wij zitten niet te wachten op een verhoging van de administrieve lastendruk.”
Bovendien is volgens Brand in deze sectoren nauwelijks sprake van schaarste. Brand: “Als tenminste iedereen die kan werken in deze branche daadwerkelijk zou solliciteren.” Het subsidiëren van langdurige werklozen leidt zelfs tot een verdringseffect. “Ik kan iemand aannemen die door de overheid wordt gesubidieerd,” redeneert hij, “maar daardoor wordt iemand anders weer werkloos. Is dat dan de bedoeling?” Het geld voor die subsidies kan volgens hem beter worden besteed aan onderwijs. “En dan aan kenniswerkers, niet aan laaggeschoolden. Sectoren waar Nederland sterker van wordt. Daar heb ik persoonlijk niets aan, maar dan is het geld wel beter besteed.”



