Jophoppen wordt vaak gezien als dé manier om snel te ‘cashen'. "Mensen die vaak van baan veranderen verdienen uiteindelijk juist minder geld dan hun trouwe collega's", zegt Sylvia Fuller, sociologe van de University of British Columbia, naar aanleiding van haar onderzoek.
Uit het onderzoek blijkt dat jobhoppen alleen in het begin van iemands carrière leidt tot meer salaris, daarna niet meer. "En dan nog verdienen ze alleen meer als de baanwissels niet het gevolg zijn van ontslag, reorganisaties, langdurige werkloosheid of verlof wegens privéomstandigheden", zegt Fuller.
Deze resultaten kunnen grote gevolgen hebben voor de Amerikanen, die er heilig van overtuigd zijn dat jobhoppen de makkelijkste manier is om snel een topsalaris te krijgen. Jobhoppen is in Amerika zelfs zo populair, dat we bijna kunnen spreken van een trend. Eén derde van de werkgevers heeft te maken met een personeelsverloop van tien tot vijfentwintig procent. Dat bleek uit onderzoek van Novations Group. In één op de tien organisaties is dat zelfs 50 procent. Soortgelijk onderzoek van Sirota Survey Intelligence toonde aan dat twintig procent van de nieuwe werknemers binnen twee jaar vrijwillig opstapt. Van de mensen die meer dan tien jaar in dienst zijn, is dat slechts tien procent.
Fuller zegt dat jobhoppers zichzelf uiteindelijk in de vingers snijden. "In de afgelopen 30 jaar is het steeds ongebruikelijker geworden om lange tijd voor dezelfde baas te werken en jonge werknemers worden verteld dat ze in hun leven meerdere banen zullen hebben. Uit dit onderzoek komt echter naar voren dat die vrijwillige of gedwongen carrièremoves niet altijd leiden tot een hoger inkomen. Eén van de redenen daarvoor is dat mensen die snel vertrekken niet in aanmerking komen voor de standaard salarisverhogingen die vaak verbonden zijn aan een bepaalde dienstperiode. Bovendien zijn jobhoppers vaak langere tijd werkloos en dat drukt natuurlijk op hun inkomen."
Bron: Management Issues



