Het Concertgebouw is een continubedrijf in de ware zin des woords. De deuren staan elke dag open. Door de directie wordt dan ook zeer efficiënt gecommuniceerd, de lijnen zijn kort.
Simon Reinink is sinds juni dit jaar algemeen directeur van Het Concertgebouw. Voorwaar geen sinecure, want hij volgde Martijn Sanders op, die liefst 25 jaar aan het roer heeft gestaan. Maar zijn nieuwe werkomgeving voelt voor Reinink als een warm bad. “Vanaf mijn eerste kennismaking met het gebouw en de medewerkers was ik verkocht. Iedereen is supergemotiveerd om er het beste van te maken. De betrokkenheid is enorm. En daarin ligt kennelijk ook besloten dat ik als directeur alle ondersteuning krijg om mijn werk goed te doen.”
Ook van zijn ervaren mededirecteuren heeft Reinink naar eigen zeggen buitengewoon veel steun ondervonden. Geen moment heeft hij zich de nieuwkomer gevoeld. “Onze samenwerking ervaar ik zelfs als wonderlijk. Het Concertgebouw is een snel bedrijf, elke avond om acht uur gaan de deuren weer open. Er mag door ons dus geen seconde worden vermorst, vandaar dat de lijnen superkort zijn. Het beste voorbeeld hiervan is ons onderlinge e-mailverkeer: wij gebruiken geen ‘beste’ of ‘vriendelijke groeten’. Nee, wij mailen elkaar gewoon pats, boem. Dit hangt enerzijds samen met de tijdsdruk, korte mails zijn nu eenmaal efficiënter. Anderzijds zegt het veel over de kwaliteit van onze collegialiteit. Wij hebben geen formaliteiten nodig.”
En daarin zal geen verandering komen als volgend voorjaar zakelijk directeur Erik Gerritsen de deur achter zich dichtdoet, evenals Sanders na 25 jaar trouwe dienst. Het zijn opmerkelijk lange dienstverbanden voor deze tijd. Maar volgens Reinink horen die bij een instituut als Het Concertgebouw. “In onze ruim 100-jarige historie hebben wij een groot gezag opgebouwd en dat willen we graag zo houden. Wij hanteren hier dan ook een eigen ritme, onze horizon is ruim. En daarbij past, als het even kan, een langjarig dienstverband voor medewerkers, waaronder de directieleden. Dat wens ik het gebouw in ieder geval toe.”



