Europese bedrijven gaan steeds vaker op zoek naar managers met internationale ervaring. Een aantal jaar geleden was dat een zeldzaamheid. De toenemende globalisering effent de weg voor managers met internationale ervaring en met persoonlijke ervaring met het integreren van werknemers en entiteiten met een verschillende culturele achtergrond.
Omdat ook het kapitaal steeds verder globaliseert, kijken gelddorstige bedrijven steeds meer naar capaciteiten dan naar nationaliteit. Robert Polet, een Nederlander, staat bijvoorbeeld aan het hoofd van het Italiaanse modehuis Gucci en de Ier Lindsay Owen-Jones is voorzitter van L'Oréal.
34 van de 100 bedrijven die de Britse beursindex FTSE 100 vormen worden geleid door CEO's die geen Britten zijn. In tegenstelling tot vroegere jaren, toen vooral op Angelsaksische basis werd gerekruteerd, staan naast 15 Amerikanen, nu ook 3 Fransen, een Spanjaard, een Zweed, een Indiër en een Kazak aan het hoofd van Engeland's meest succesvolle bedrijven. In Duitsland hebben 5 buitenlandse CEO's het roer van een DAX30- bedrijf in handen. Tien jaar geleden werden deze functies alleen bekleed door Duitsers.
Toch is deze diversificatiebeweging amper begonnen, denken experts. Hebben de VS een lange traditie van buitenlandse CEO's, dan is dat in Europa niet evident. De meeste Europese bedrijven worden nog steeds geleid door een autochtone CEO. "Omdat taal en werkethiek van land tot land anders zijn, zeulen de meeste Europese bedrijven nog steeds ergens een notie van nationaliteit met zich mee", zegt Junko Takagi van de Essec business school in Parijs.
In Italië staan slechts 2 buitenlanders aan het hoofd van één van de 40 bedrijven die de MIB-index vormen. "Die tendens vermindert", zegt Luke Meynell van headhunter Russell Reynolds. Vervolgt: "De opdracht is steeds vaker om de beste man voor de job te zoeken. Omdat de groeibeweging in de VS en Europa stokt worden de nieuwe markten cruciaal. Iemand met internationale ervaring maakt dus meer kans dan een 'kostensnijder'."
Bron: Express



