Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Elektrisch rijden op c-level

Een fraaie auto, formaat BMW 5-serie, die 480 kilometer ver komt op batterijen? Daar wordt ook een ceo wel een tikje nieuwsgierig van. Athlon lokte er in no time tientallen naar zijn nieuwste aanbod: de Tesla S.

Indrukwekkend? Ja, de fraaie Tesla Model S maakt zeker indruk, zoals hij zich voor het eerst in Nederland laat zien. Maar pas écht indrukwekkend is het gegeven dat leasemaatschappij Athlon met zijn mini-roadshow in Rotterdam en Amsterdam tientallen ceo's naar de Tesla wist te lokken. En dat terwijl de Rabo-dochter zijn uitnodiging een paar dagen tevoren verstuurde, om een model te komen besnuffelen dat op dit moment nog niet rijdt en pas volgend jaar leverbaar wordt. Hadden die ceo's niets beters te doen?

Tesla S

Wacht even: dit is niet zomaar een auto, en evenmin de zoveelste elektrische auto met haken en ogen. Het Amerikaanse Tesla, dat met een elektrische tweezits roadster vanuit Silicon Valley de gevestigde orde in autoland al de stuipen op het lijf joeg, werkt hard aan een vierzits opvolger. De Tesla Model S wordt de eerste volwaardige elektrische auto van behoorlijk niveau, waarvoor zelfs ceo's zich niet hoeven schamen. Met afmetingen die die van een BMW 5-serie benaderen, voldoende zit- en bagageruimte en prestaties die er prima mee door kunnen. Aan de acceleratie van rond de zes seconden naar de honderd en een top van het dubbele kom je toch nauwelijks te kort.

480 km actieradius

Maar dat een elektrische auto lekker kan rijden, was geen nieuws. Meer aandacht gaat in de regel uit naar de actieradius: hoe ver houdt het stille en – plaatselijk – schone alternatief het uit op een volle batterijlading? Terwijl de nu leverbare modellen in de praktijk niet veel verder komen dan 120 kilometer, kan de klant bij Tesla aanvinken of zijn Model S voldoende accu's aan boord moet krijgen om 255 kilometer, 370 kilometer of zelfs 480 kilometer verder te raken. Die laatste uitvoering heeft voor 85 Kwh Lithium-ion (laptop)batterijen aan boord, een pakket van meer dan 500 kilo waarmee desondanks het gewicht van het geheel onder de 1800 kilo blijft. Zelfs als we de gebruikelijke korting wegens overdrijven toepassen, zou de dikste Tesla dus Nederland kunnen doorkruisen op één accu-lading.

Game changer

Dat zou hem wel eens tot de 'game-changer' kunnen maken waar de gelovers in puur elektrisch rijden op wachten. Want Tesla belooft zijn vlotte executive car ook nog eens bescheiden te prijzen: instappen moet mogelijk worden vanaf 50.000 euro en zelfs de topper met de langste adem zal voor rond de 75 mille leverbaar worden: keurig tussen de Audi's A6, BMW 5-series en Volvo's S80 waar een beetje leidinggevende het tegenwoordig wel voor doet.

Restwaarde

Maar actieradius is natuurlijk niet het enige vraagteken bij de elektrische auto. De restwaarde, de levensduur van de accu; er zijn een paar onzekerheden rond de investering waar boekhouders bloednerveus van zullen worden. Dan is het prettig om dergelijke sommetjes over te laten aan een leasemaatschappij. En dat is in het geval van de Tesla S Athlon: die heeft er namelijk alvast 150 van gereserveerd in Silicon Valley, zodat de eerste wagens die naar ons continent komen, naar de klanten zullen gaan in de 7 landen waar Athlon actief is.

Kenan Aksular gaat bij Athlon over alle projecten op het gebied van duurzame mobiliteit en heeft zelf het genoegen mogen smaken in de VS in een Tesla S prototype te mogen rijden. "Dat rijdt fantastisch, mede doordat het chassis helemaal is ontworpen rond de accu's. Een motor is er niet, wat zorgt voor een ongekend laag zwaartepunt en dat merk je goed in bochten." Maar het gaat hem en Athlon er niet om zo hard mogelijk bochten te kunnen nemen, het is om de doorbraak van de elektrische auto te bespoedigen dat Aksular tekende voor 150 productieslots. "Wij steken onze nek uit omdat we erin geloven dat de huidige vorm van mobiliteit eindig is: we staan over 15 jaar echt niet nog steeds met zijn allen in de file te ronken. Het klopt dat er haken en ogen zitten aan het investeren in elektrisch rijden, maar wij nemen een deel van de risico's voor onze rekening."

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

CEO pool

Die restwaarde, zegt Ursular, is inderdaad een grote onbekende. "Maar daar speelt het voordeel dat we op veel markten actief zijn. in Noorwegen heeft elektrisch rijden een vlucht genomen, het kan goed zijn dat daar over drie jaar een goede markt is voor tweedehands elektrisch." Of het elektrisch rijden wel echt bevalt, daar heeft Athlon ook een mouw aan gepast: er zijn kortere looptijden van 2 jaar voor de lease van een Tesla S. Nog creatiever klinkt de CEO Pool: Athlon zet de eerste 10 Tesla's klaar voor ceo's die niet voortdurend, maar af en toe hun Audi of BMW willen omwisselen voor een elektrische wagen.

Afrekenen per kilometer

Dat wordt dan een witkar op bijzonder niveau, maar met autodelen draait Athlon ook op andere plekken en met andere modellen proef. "De trend is, dat jongere mensen minder hechten aan het bezit van een auto. Dat zullen we vaker loskoppelen van het gebruik: we zetten een pool autos neer bij bedrijven, maar we zijn ook bezig met een regionaal project voor autodelen. We leven nu natuurlijk nog van het leasen van auto's, maar uiteindelijk draait het om mobiliteit, die we in de toekomst zouden moeten afrekenen per kilometer." 

Lees ook:

Harvard-prof Amy Edmondson fileert managementwijsheid: ‘Kom niet met problemen, maar met oplossingen’ is dubbelfout

Het is een bekend zinnetje waar de daadkracht vanaf spat. Hele volksstammen hebben 'm al gehoord: kom niet met problemen, maar met oplossingen. Volgens managementdenker Amy Edmondson duw je daarmee problemen juist ondergronds en worden ze alleen maar groter. Wat nu?

Amy Edmondson: 'Je hebt te weinig besef van hoe ingewikkeld het is om in je eentje problemen op te lossen.' Foto: Getty Images

Het is een bekende uitspraak, eentje die je ongetwijfeld zelf ook regelmatig gebruikt in je teams: kom niet met problemen, maar met oplossingen. Dat klinkt goed, een beetje stoer zelfs, en tegelijkertijd geef je je mensen het gevoel dat ze zelf initiatief kunnen nemen. Win-win? Nee, zegt internationaal erkend managementdenker Amy Edmondson. Volgens haar zit je juist fout.

Dubbelfout zelfs, want je geeft een verkeerd signaal af, schrijft de hoogleraar leiderschap en management aan Harvard op Fast Company. Problemen zijn bij jou namelijk niet welkom, en als je ze hebt, zoek het dan zelf maar uit. Dat kan niet langer in de wereld van vandaag. Die is daarvoor veel te complex en onzeker geworden, vindt ze.

Natuurlijk bedoel je het goed: je wil dat mensen zelf eerst nadenken over oplossingen. Je wil problemen niet zomaar op je bord gedropt krijgen of dat mensen voor alles en nog wat bij je aankloppen. Je hebt het druk en je bent geen klaagmuur. Maar daarbij vergeet je de impact die deze houding op je mensen heeft.

Deal er maar mee

Wat jouw mensen horen, is dat problemen moeilijk zijn. Iets negatiefs. Als je ze laat ontstaan, ben je niet goed bezig. Je geeft als leider de indruk dat je geen slecht nieuws wil horen. Dat je er als werknemer maar mee moet dealen. Het logische gevolg is dat je mensen niks meer zeggen en eromheen werken, en dat de situatie volledig uit de hand loopt.

Tot het moment dat het probleem niet meer verborgen voor je kan worden gehouden. Waardoor jij je gaat afvragen hoe dat probleem zo gigantisch kon ontsporen voordat je op de hoogte was. Waarom heeft niemand dit eerder gesignaleerd?

‘Uit onderzoek in verschillende sectoren blijkt dat mensen vaak zwijgen over problemen omdat ze bang zijn voor represailles, twijfelen of er wel iets zal veranderen, of simpelweg niet geloven dat ze hun zorgen welkom zijn’, schrijft Edmondson.

Problemen spotten

En dan is er nog het gevoel dat ze door problemen aan te kaarten zichzelf, hun team of hun manager een slecht imago geven. Met dat ene zinnetje versterk je die terughoudendheid alleen maar.

Er is nog een ander probleem, kaart de bestsellerauteur aan. Je hebt te weinig besef van hoe ingewikkeld het is om in je eentje problemen op te lossen in organisaties. Zeker als het een bedrijf van enige omvang is.

Medewerkers zijn sowieso goed in het spotten van problemen. De werkvloer is er het dichtste bij en krijgt er het eerste mee te maken. Denk maar aan de klantenservice die direct contact heeft met je klanten.

Als daar telkens dezelfde klacht opduikt, is er een probleem. Maar die medewerker op de klantenservice heeft niet alle informatie, of de middelen, laat staan de autoriteit om zelf een oplossing in te voeren.

Lees ook: Harvard-prof Amy Edmondson wil dat fouten je vrienden worden

Het bos in

Bovendien kunnen er meerdere afdelingen bij een probleem betrokken zijn, zoals de productie, de sales, de juridische en financiële afdelingen. Of een heel ecosysteem met partners, leveranciers, kennisinstituten en overheidsdiensten.

Stel dat dit bij een multinational gebeurt, dan worden zelfs de grenzen van de landenorganisatie overschreden. Misschien moet de oplossing eerst wel langs het Amerikaanse hoofdkantoor.

Dat is dus wat je van je mensen vraagt. Althans, zo wordt jouw zinnetje geïnterpreteerd. En dan zakt de moed al bij voorbaat in de schoenen. En dus werk je met jouw vraag om een oplossing misschien wel aan het ontstaan van een nieuw probleem. Teams steken hun energie in een tijdelijke oplossing. En die shortcut kan een groter of ander probleem in de hand werken.

Andere zinnetjes

Edmondson heeft er alle begrip voor dat je als leider wil dat je mensen zelf initiatief nemen. Dat is ook prima, maar gebruik dan een ander zinnetje. Ze geeft er zelf twee, dat is wel zo praktisch. De eerste optie is: Leg problemen vroeg op tafel, zodat we ze kunnen aanpakken.

Zo verschuif je de aandacht van kant-en-klare oplossingen naar het begrijpen van problemen waar dan samen aan gewerkt kan worden. Als leider vraag je op dat moment ook door. Wat zie je? Hoe vaak komt dat voor? Kun je voorbeelden geven of is er al data beschikbaar? Waarom baart dit zorgen?

Met het verzamelen van de antwoorden kun je de juiste mensen samenbrengen en ze constructief aan het werk zetten. De boodschap die je zo afgeeft, is dat je problemen als een vorm van informatie ziet. Dat je vroege signalen daarover juist waardeert. Dat jouw mensen hun verantwoordelijkheid nemen en zo het bedrijf verder helpen.

Lees ook: Je bedrijf draait als een trein, maar jij loopt leeg

Werk samen

Een andere optie die je kunt gebruiken, is zeggen: Je hoeft geen oplossing te hebben, maar je moet wel bereid zijn om samen met mij na te denken. Daarmee hou je de betrokkenheid in stand en kunnen je mensen ook verantwoordelijkheid nemen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wat ze met deze optie niet kunnen, is een vaag probleem bij je dumpen. Je nodigt ze met dit zinnetje namelijk uit om samen te werken. Zelfs als ze onzeker zijn over wat het probleem precies is en als een oplossing nog niet in zicht is.

Woorden zijn niet genoeg natuurlijk. Wanneer jij met het verkeerde been uit bed bent gestapt en geïrriteerd reageert op mensen die problemen aankaarten, dan kun je het voortaan ook wel vergeten. Natuurlijk is het niet leuk om op problemen te worden gewezen, maar druk dan op de pauzeknop.

Oplossen is je werk

Je bouwt aan een eerlijk, betrokken, ambitieus en lerend team (en organisatie). Als je problemen te horen krijgt, dan ben je dus een betere leider. Zorg dus dat je nieuwsgierig blijft, dat je de inzet van je mensen waardeert en dat je oprecht wil samenwerken om het probleem te tackelen.

Bij leiderschap hoort ook problemen oplossen, besluit ze tot slot. ‘Je moet je mensen leren dat hun problemen ook jouw werk zijn. Wanneer je mensen je geen problemen meer voorleggen, dan ben je gestopt met leidinggeven.’

Lees ook: Problemen oplossen in één week, met dit draaiboek lukt het