De excessieve vertrekpremies voor Amerikaanse bestuurders zijn te danken aan de Amerikaanse organisatiecultuur. Dat conlcudeert Nell Minow, onderzoeker van een vooraanstaande economische studiegroep. “Anders dan in Europa heeft de bestuurlijke top bijna volledige zeggenschap over de samenstelling van de bestuursorganen,’’ verklaarde ze in de Christian Science Monitor. “Als een ceo zelf de mensen aanstelt die de hoogte van zijn salaris en vertrekregeling bepalen, dan moet je er niet vreemd van staan te kijken dat ze worden overbetaald.’’
Zo kreeg de topman van het Amerikaanse Home Depot ruim tweehonderd miljoen dollar mee, nadat hij wegens gebrekkig functioneren het veld moest ruimen. Dat is zelfs voor Amerikaanse begrippen hoog maar niet uitzonderlijk. In 2005 werd de topman van ExxonMobil, Lee Raymond, nog met 357 miljoen dollar naar huis gestuurd.
Maar nu de democraten zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden controleren, is er ruimte voor een flink debat. Extreme regelingen vergroten het verschil tussen rijk en arm en zorgen voor sociale onrust, zegt de één. De markt bepaalt de prijs, en regulering kost nog meer geld, zegt de ander. De Amerikaanse overheid reageert met nieuwe, strenge controleregels. In de toekomst moeten bedrijven niet alleen openbaar maken wat een topman verdient, maar ook hoe hoog de vooraf afgesproken vertrekpremie is.
De hoogte van zo’n vertrekpremie wordt vaak vooraf al afgesproken, en dat zorgt volgens economen voor een gevaarlijke scheefgroei in het Amerikaanse bedrijfsleven. “Deze afspraken maken mensen rijk, ook als ze falen,’’ concludeert Charles Elson van het Weinberg Center for Corporate Governance. “Bovendien: met zulke hoge vertrekpremies is het te verwachten dat bedrijven mensen handhaven die ze anders zouden ontslaan.’’
In tegenstelling tot het ‘gewone’ personeel, is een topmanager in de VS heel moeilijk te ontslaan zonder juridische gevolgen. Bedrijven kiezen dan ook liever voor een hoge ontslagvergoeding dan voor een slepende en kostbare juridische procedure, die maandenlang slechte publiciteit oplevert.
Toch staat een groot deel van ondernemend Amerika niet te juichen bij de nieuwe regelgeving. Velen vragen zich af of er wel een probleem ís. Het verschil tussen het gewone en het topinkomen is de laatste decennia sterk weliswaar sterk gegroeid, maar het topsalaris in verhouding tot de gestegen marktwaarde van bedrijven is vrijwel gelijk gebleven. Conclusie: topbestuurders krijgen betaald voor wat ze waard zijn. Tenminste, als aangenomen wordt dat het alleen de topmanagers zijn die zorgen voor de bedrijfsgroei.
(Nederlands Dagblad)



