Een rechter staat toe dat een werkgever telefoongesprekken van werknemers in het geheim mag opnemen om hen vervolgens op basis hiervan te kunnen ontslaan. Daar kunnen we wat mee.
Een goede werkgever eerbiedigt de persoonlijke levenssfeer van zijn medewerkers. Het ophangen van camera’s, controleren van e-mailverkeer en het afluisteren van telefoongesprekken, zijn alleen toegestaan als medewerkers daarover van tevoren zijn inlicht. Het arbeidsrecht laat namelijk de mogelijkheid van een situatie waarin, om het bedrijfsbelang te waarborgen, de privacy van medewerkers mag worden aangetast. Dan mag een werkgever dus wel afluisteren, checken, filmen en zelfs laten schaduwen in het geniep. De rechter beoordeelt achteraf of er voldoende grond was om een dergelijke inbreuk toe te staan en bekijkt vervolgens of het verkregen bewijs eventueel ontslag rechtvaardigt. Het kan zelfs zo zijn dat een rechter oordeelt dat het bewijs onrechtmatig verkregen is, maar dat hij het bewijs toch toelaat.
Geluidsband
Een recente uitspraak van het kantongerecht in Breda is een volgende stap in hoe ver een werkgever mag gaan. De zaak draaide om een werkgever die tijdens een telefoongesprek met een medewerker over de werkzaamheden en het salaris een geluidsband mee liet lopen. Hij wilde bewijzen dat de arbeidsrelatie ernstig was verstoord en dat hij zich bedreigd voelde door zijn medewerker. De kantonrechter stelde niet alleen dat het afluisteren geoorloofd was. Op basis van de opname besloot hij de arbeidsovereenkomst te ontbinden en geen ontslagvergoeding toe te kennen.
Natuurlijk is privacy belangrijk en is het goed dat dit recht wordt beschermd. Maar het is een goede zaak dat heimelijk afluisteren, schaduwen en checken vanaf nu zijn toegestaan, mits er achteraf getoetst wordt waarom dergelijke Big Brother-praktijken zijn toegepast.



