Als psycholoog in het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis begeleidt Emma Hafkamp mensen in hun laatste levensfase. En wat haar opvalt in de gesprekken met ondernemers en ceo’s, is dat ze vooral vertellen over de spijt die ze hebben.
Ze hebben het niet over de succesvolle bedrijven en teams die ze gebouwd hebben, maar over dat ze hun kinderen te weinig zagen, vriendschappen lieten verwateren, vakanties misten. Allemaal zijn ze in dezelfde valkuil getrapt: hun bedrijf bepaalt wie ze zijn. Als het goed gaat met het bedrijf, dan gaat het goed met henzelf.
Alleen komen ze daar pas achter wanneer het te laat is. Wanneer hun lichaam het opgeeft, de partner vertrekt of de kinderen zijn vervreemd. Hafkamp noemt dat geen mislukkingen, maar lessen. Waarmee voor haar een nieuwe missie is geboren: die lessen doorgeven voordat het te laat is.
Drijfveren zijn verschillend
Daarom is ze een eigen praktijk gestart, en een eigen podcast. Nu is er ook een boek: Spijtvrij ondernemen, bedoeld als wake-up call voor ondernemers en leiders. Maar is het tegelijkertijd niet ook logisch dat zij hun bedrijf gewoon willen laten groeien? Moeten ze daarvoor in therapie?
De spijt top 5
De Australische palliatief verpleegkundige Bronnie Ware werd bekend met de bestseller Als ik het leven over mocht doen. Daarin beschrijft ze de top 5 van zaken waar stervende mensen spijt van hebben:
- Had ik maar de moed gehad om mijn eigen leven te leven, in plaats van het leven dat anderen van mij verwachtten
- Had ik maar wat minder hard gewerkt
- Had ik maar de moed gehad om mijn gevoelens te uiten
- Had ik maar contact gehouden met mijn vrienden
- Had ik mezelf maar wat meer geluk gegund
Het gaat om de onderliggende drijfveren, legt Hafkamp uit. Die kunnen heel verschillend zijn. ‘Bij de een kan die drive voortkomen uit pijn, uit een tekort, erkenning zoeken of bewijsdrang. Bij de ander uit een innerlijk gedragen visie over impact willen maken voor de maatschappij of op de toekomst.’
Ze benadrukt dat de ene motivatie niet beter is dan de ander. Het verschil zit ‘m in de duurzaamheid. ‘Het ene patroon is veel gezonder en beter te dragen, omdat je voor je eigenwaarde niet afhankelijk bent van je bedrijf. Met het andere patroon kun je nooit stoppen, omdat je dan niks meer waard bent. Je moet er eigenlijk altijd mee doorgaan om iets van bestaansrecht te ervaren.’
Daarom kunnen deze ondernemers en leiders niet lang genieten van hun succes, en is het ook nooit genoeg.
Onder het harnas
Deze mannen en vrouwen dragen een harnas. Dat uit zich in hard werken, altijd maar doorgaan en de controle willen blijven houden. Daaronder zitten oude pijn, overlevingsmechanismes, leegtes. Die worden vakkundig verborgen gehouden, is Hafkamps ervaring.
Zonde, want juist daar ligt het goud. Daar zit de informatie die helpt om oude pijn om te zetten in innerlijk leiderschap en impactvol ondernemen. Bedrijven zijn een spiegel van de ondernemer of leider, alleen beseffen ze dat zelf niet. Wat een strategie wordt genoemd, is vaker een vorm van zelfbescherming.
Een paar voorbeelden: wie te veel bezig is met controle, heeft te weinig vertrouwen. Wie zijn team hard aanstuurt, heeft geleerd dat aan liefde voorwaarden verbonden zijn. Een team dat bang is om fouten te maken, heeft een leider die perfectionisme inzet als bescherming.
Een founder die zijn startup maar niet opschaalt, is bang voor afwijzing of verlies. Een leider die altijd aanstaat, ziet vertragen als een risico. Een leider die moeite heeft met ontvangen, krijgt klanten die moeilijk betalen. Een oprichter die zijn eigen grenzen niet voelt, trekt medewerkers aan die eroverheen gaan.
Lees ook: Waarom angst een superkracht is voor leiders
Succesvol in zelfbescherming
De mensen die worden bestempeld als succesvolle ceo’s of ondernemers, zijn dus eigenlijk succesvol in hun beschermingsmechanismen? ‘Met de maatschappij belonen we dat patroon ook, want we kijken op naar dit soort mensen. We vinden het indrukwekkend, en het wordt financieel beloond. Maar het zegt echt absoluut niks over het succes aan de binnenkant.’
De 55-jarige Timo, een techondernemer, is zo’n maatschappelijk succesvolle man. Twintig jaar heeft hij aan zijn bedrijf gebouwd. Deze perfectionist heeft een strakke agenda en strenge normen. Alles is onder controle, daarmee beschermt hij zichzelf tegen kritiek. Dat heeft hij als kind al geleerd om zich te wapenen tegen zijn moeder. Het is een schema dat altijd voor hem heeft gewerkt.
Tot hij te horen krijgt dat hij een agressieve en niet te genezen darmkanker heeft. Timo’s grootste angst is niet de dood, maar er niet meer toe doen. Zijn rol, zijn waarde en zijn bijdragen vallen weg. De betekenis die hij altijd voelde door hard te werken en anderen vooruit te helpen, verdwijnt in het niets.
Zijn grootste winst boekt hij echter in zijn allerlaatste maanden: inzicht krijgen in het schema dat hij toepast. Door er zich bewust van te worden, zet hij zijn automatische piloot af en krijgt hij meer ruimte om te kiezen. Timo leert vertragen zonder in paniek te raken. Hij durft fouten te maken. Knuffelt zijn vrouw en kinderen. Hij beseft dat kracht niet in controle zit, maar in aanwezigheid.
Zware jeugd niet nodig
Natuurlijk heeft niet iedere ondernemer zo’n zware jeugd gehad. Hafkamp hoort vaker dat ze een prima kindertijd hadden, zonder al te veel drama. De ouders werkten hard, er was nooit veel ruzie, er werd niet geslagen, somt ze op.
‘Vaker is er sprake van een meer genuanceerde vorm van trauma, waar juist iets ontbreekt wat er wel had moeten zijn. Ouders die adequaat reageren als hun kind aangeeft dat er iets is, bijvoorbeeld. Dat is zo’n basisbehoefte – maar als het te weinig of te onvoorspelbaar gebeurt, laat dat sporen na.’
Al beseffen ze het niet, deze mensen kunnen dus wel degelijk een tekort aan aandacht, erkenning of steun hebben gehad. Daardoor missen ze vandaag de cruciale reflectie op de oorsprong van hun bewijs- of prestatiedrang, hun moeite met begrenzen of verslaving aan succes.
‘Veel mensen worden ondernemer omdat ze niet voor de droom van een ander willen werken. Maar als ze dan uitzoomen en naar hun leven kijken, blijken ze alsnog het leven van een ander te leiden of te leven volgens de verwachting van een ander. De droom van papa, of bewijzen aan papa dat ze het kunnen om erkenning te krijgen.’
Lees ook: Met kleine acties ga je al naar menselijker leiderschap
Signalen negeren
Pijn is ook brandstof, schrijft ze in haar boek. ‘Juist omdat hun schild zo succesvol is, zijn ze zich daar evenmin van bewust. Ze staan heus niet elke dag op met gedachten als “ik ben eigenlijk een klein zielig kind” of “ik heb zoveel pijn”. Daar hebben ze zichzelf helemaal van afgesloten. Daarom kunnen ze ook zo lang doorgaan zonder erbij neer te vallen of in de slachtofferrol terecht te komen.’
Dat is toch vreselijk vermoeiend? ‘Zo’n patroon kan heel lang op adrenaline en cortisol doorgaan. Daardoor voelen de mensen zelf niet eens meer dat ze eigenlijk supervermoeid zijn.’
Ze somt de signalen op waarop leiders moeten letten. ‘Fysieke signalen: een hoge hartslag, een oppervlakkige ademhaling of ontzettend druk zijn in je hoofd. Je voelt je een zombie of afgestompt, wanneer je hoort te ontspannen of iets leuks aan het doen bent. Of je merkt dat je emoties een vlakke lijn zijn geworden met weinig variatie.’
‘Vaak zijn de signalen nog het duidelijkst als je om je heen begint te kijken. Naar hoe je relaties gaan. De feedback die je terugkrijgt van je partner, je kinderen, je vrienden, je familie. Maar ook van je co-founder, en van je teamleden.’
Moedige stappen
Hafkamp ziet de eerste barstjes in het pantser ontstaan bij dertigers en veertigers. ‘Ze voelen zich een zombie die maar doordendert. Ze weten dat ze het zo nog wel een tijd kunnen volhouden, maar ze willen het niet meer. Ze willen dit patroon ook niet doorgeven aan hun kinderen. Ze weten dat ze nog op tijd kunnen veranderen, dat is hun motivatie.’
De weg naar spijtvrij ondernemen, zal niet zonder slag of stoot zijn, waarschuwt ze. ‘Omdat je eerst moet erkennen dat je dit bedrijf of deze positie misschien wel hebt gebouwd om iets anders niet te hoeven voelen of te vermijden. Dat is al een vrij pijnlijke constatering. Vervolgens moet je daar dus naartoe gaan, terwijl je zo hard hebt gewerkt om er van weg te blijven. Het vraagt moed om dat aan te pakken.’
Het is een worsteling, maar aan doorzettingsvermogen hebben deze mannen en vrouwen meestal geen gebrek. En de beloning is er ook naar. ‘Je breekt door een bepaald plafond heen, omdat je energie ongelooflijk anders is. De batterij gaat maal tien. Je krijgt veel meer oog voor wat er überhaupt nog mogelijk is, en meer creativiteit.’
Echt genieten
‘Je ontwikkelt een nieuwe of meerdere visies op wat je achter wil laten en nog neer wil zetten in de wereld. Dat geeft zoveel betekenis aan wat je aan het doen bent. Nog even los van wat ik zie gebeuren in gezinnen, in relaties met kinderen, in de werkcultuur die ze neerzetten. Dat is echt mooi om te zien.’
Waar het op neerkomt, is dat ze een hele nieuwe fundering bouwen voor hun succes. ‘Ze hebben een groot en shiny kasteel gebouwd op drijfzand. Waardoor ze elke keer door moeten blijven bouwen of er iets nieuws bij moeten bouwen, want er zakken dingen weg. Als ze met die innerlijke fundering aan de slag gaan, zetten ze hele stevige heipalen neer. Dan kunnen ze alsnog een fantastisch kasteel bouwen. En als dat er eenmaal staat, kunnen ze daar ook volop van genieten.’
Lees ook: Jempi Moens vindt leiders kampioenen in het negeren van de menselijke natuur



