Daniel Ek vertrekt. De man die Spotify groot maakte, stopt per 1 januari 2026 als ceo. Het nieuws komt op een moment dat de 42-jarige Zweed behoorlijk onder vuur ligt.
Zijn investering in het Duitse defensiebedrijf Helsing, dat militaire drones en AI-wapens ontwikkelt, leidde afgelopen zomer tot een kleine exodus van artiesten. Bands als Massive Attack, Xiu Xiu en King Gizzard and the Lizard Wizard haalden hun muziek van het platform. ‘We willen niet dat onze muziek bijdraagt aan het vermoorden van mensen’, verklaarde de Amerikaanse rockband Deerhoof.
Tegelijkertijd worstelt Spotify met een ander probleem dat aan Eks leiderschap knaagt: het platform wordt overspoeld met door AI gegenereerde muziek die echte artiesten verdringt. In de afgelopen twaalf maanden verwijderde de streamingdienst maar liefst 75 miljoen ‘spamnummers’. De vraag is of dat genoeg is om de AI-golf te stoppen.
Spotify zelf beweert dat de machtsoverdracht al jaren wordt voorbereid. Alex Norström en Gustav Söderström, beiden al meer dan vijftien jaar werkzaam bij het bedrijf, nemen het stokje over. Ek blijft aan als uitvoerend voorzitter. Maar toch, de controverses werpen een schaduw over wat misschien wel het grootste Europese techsucces is van de afgelopen twee decennia.
Ek slaagde erin om het met Spotify op te nemen tegen giganten uit Silicon Valley, zoals Apple, Google en Amazon. En dat verhaal begon in een betonnen buitenwijk bij Stockholm.
De jongen uit de betonnen buitenwijk
Ver weg van Silicon Valley groeide Daniel Ek op in Rågsved, een nieuwbouwwijk uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw bij Stockholm. Zijn vader was afwezig, zijn moeder Elisabet werkte in de naschoolse opvang. Geld was schaars, maar muziek was er in overvloed. De jonge Daniel leerde zichzelf gitaar spelen en schakelde al snel over van kinderliedjes naar The Beatles en Nirvana.
Zijn werkelijke talent lag in technologie. Op vijfjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste computer, een oude Commodore VIC-20 die je op de televisie moest aansluiten. Toen een spel niet wilde laden, weigerde zijn moeder te helpen. Hij moest het zelf uitzoeken. Die les over zelfredzaamheid bleef hem bij.
Op zijn elfde vertelde Ek aan iedereen die het wilde horen dat hij ‘groter dan Bill Gates’ zou worden. Het was geen grootspraak. Op zijn veertiende bouwde hij websites voor bedrijven. Eerst voor 5.000 kronen per stuk, al snel voor het viervoudige. Hij huurde klasgenoten in om te helpen en leidde vanaf zijn tienerkamer een klein imperium.
Het geld stroomde binnen, en dat bleef zo. Op zijn drieëntwintigste, na de verkoop van zijn advertentiebedrijf Advertigo aan TradeDoubler, was Ek miljonair. Hij kocht een sportwagen, begon alle nachtclubs van Stockholm te bezoeken, en kreeg eindelijk de meisjes die hij vroeger niet kon krijgen. Maar ze gaven niet om hem, alleen om zijn geld. Het voelde hol, leeg. Was dit waarvoor hij al die jaren had gewerkt?
De ontmoeting die alles veranderde
Depressief en richtingloos ontmoette Ek in 2006 Martin Lorentzon, de man die TradeDoubler had opgericht en zijn advertentiebedrijf had gekocht. Ook Lorentzon voelde zich verloren. Zijn bedrijf was naar de beurs gegaan, hijzelf was eruit gewerkt, en ondanks zijn honderden miljoenen wist hij niet wat te doen met zijn leven.
De twee mannen vonden elkaar in die leegte. Ze keken samen naar oude maffia-films, aten ongezond en filosofeerden over wat ze met hun leven wilden. Het was tijdens een van deze sessies dat het idee voor Spotify ontstond.

Ek had al in 2002, toen Napster werd gesloten en Kazaa het overnam, begrepen dat je piraterij nooit met wetgeving kon bestrijden. ‘De enige manier om het probleem op te lossen was een service creëren die beter was dan piraterij en tegelijkertijd de muziekindustrie compenseerde’, zou hij in later in een interview met The Telegraph zeggen.
Terwijl Ek en Lorentzon in Stockholm hun streamingdienst bouwden, hield een man in Californië die ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Steve Jobs had sinds 2001 met iTunes en de iPod een lucratieve business gebouwd. Hij verdiende 99 cent per gedownload nummer en was niet van plan zijn dominante positie op te geven aan een of andere startup uit Europa die muziek voor centen wilde wegstreamen.
De fluistercampagne van Jobs
Wat volgde was een stille oorlog die jaren zou duren. Jobs gebruikte zijn invloed bij de platenlabels om Spotify’s Amerikaanse lancering te vertragen, schrijft journalist Sven Carlsson in zijn boek The Spotify Play over de opkomst van de Zweedse streamingdienst.
De Apple-topman probeerde labelbazen ervan te overtuigen dat streaming hun verdienmodel zou ruïneren. De toekomst lag in downloads – het model waaraan Apple miljarden verdiende. Universal Music, het label met de sterkste banden met Jobs, speelde het spel mee. En liet de onderhandelingen voortslepen. Warner Music weigerde aanvankelijk elke deal met Spotify’s gratis model.
Het meest veelzeggende incident gebeurde in 2010. Eks telefoon ging over. Aan de andere kant hoorde hij alleen ademhaling – zwaar, nadrukkelijk, intimiderend. Geen woorden, alleen een gevoel over de aanwezigheid van macht. Ek vertelde collega’s later dat hij zeker wist wie het was: Steve Jobs.
Ondertussen versterkte Jobs zijn greep. In juni 2011, verzwakt door kanker maar nog steeds strijdlustig, presenteerde hij iCloud. En iTunes stapte in de streamingarena – gebruikers konden hun gekochte muziek op alle apparaten beluisteren. Het was een schot voor de boeg van Spotify.
De doorbraak via Facebook

Maar Ek had een troef achter de hand. Hij had de steun gewonnen van Sean Parker, de controversiële medeoprichter van Napster, en had een goede relatie met Mark Zuckerberg. Die laatste beloofde hem te helpen met de lancering via een diepgaande Facebook-integratie.
De samenwerking met Facebook in september 2011 bracht Spotify binnen enkele maanden zeven miljoen nieuwe luisteraars. Maar het was niet zonder controverse. Gebruikers waren boos dat hun muziekkeuzes plotseling breed werden gedeeld op het sociale netwerk.
Ek nam zelf even de klantenservice op zich via Twitter. ‘We proberen veel dingen en maken waarschijnlijk af en toe fouten, maar we waarderen feedback en zullen op basis daarvan veranderingen maken’, schreef hij.
Een maand later overleed Jobs. Ek plaatste een bericht op Twitter waarin hij Jobs bedankte voor de inspiratie die hij had geboden, zowel in zijn persoonlijke leven als in zijn carrière. Hij noemde Jobs ‘de Da Vinci van onze tijd’.
Om Apple heenwerken
Met Jobs uit de weg leek de weg vrij voor Spotify’s groei. Apple was niet van plan zich zomaar gewonnen te geven. Onder Tim Cook transformeerde het bedrijf van tegenstander in directe concurrent. In 2015 werd Apple Music met veel bombarie gelanceerd. Jimmy Iovine, de muziekmagnaat die Beats aan Apple had verkocht, presenteerde het als een dienst die muziek zou behandelen ‘als de kunst die het is, niet als digitale bits’.
De strijd verplaatste zich naar de App Store, waar Apple 30 procent commissie rekende over elk Spotify-abonnement. Spotify noemde dit de ‘Apple-belasting’ en stapte in 2019 naar de Europese Commissie. Dat prompt een onderzoek opende. In de VS steunde senator Elizabeth Warren Spotify’s positie al sinds 2016. Zij stelde dat Apple concurrenten hinderde met oneerlijke voorwaarden.
Eks reactie was telkens strategisch: niet frontaal aanvallen, maar eromheen manoeuvreren. Tussen 2019 en 2021 investeerde Spotify meer dan een miljard dollar in podcasts. De deal met Joe Rogan, host van de immens populaire show The Joe Rogan Experience, voor ruim 200 miljoen dollar was het paradepaardje. De strategie werkte: Spotify werd marktleider in podcasts, zelfs op Apple’s eigen platform.
Lees ook: Hoe Daniel Ek van Spotify een miljardenbedrijf maakte
De prijs van succes
Terwijl Spotify groeide tot de grootste streamingdienst ter wereld met vandaag meer dan 600 miljoen gebruikers, betaalde Ek een persoonlijke prijs. Hij trok zich steeds meer terug, ook van mensen die hij al jaren kende. Volgens mensen uit zijn omgeving leek Ek ervan overtuigd dat elke uitspraak in de media zou kunnen belanden, schrijft Carlsson in zijn boek.
Ek heeft zijn dagen strak ingedeeld. Meer dan drie vergaderingen plant hij niet. Voor sociale afspraken heeft hij geen tijd. Tegen vrienden is hij eerlijk: hij wordt graag uitgenodigd voor dingen, maar komt waarschijnlijk niet opdagen. Dat klinkt hard, maar hij vindt het belangrijker om duidelijk te zijn dan om teleurstellingen te veroorzaken.

Zijn dagritme is streng. Tot twaalf uur ‘s middags eet hij niets. Tussen twaalf en vier neemt hij zijn maaltijden, daarna vast hij weer tot de volgende dag. Elke dag maakt hij lange wandelingen om na te denken. Die structuur houdt hem scherp.
‘Ik ben een introvert persoon’, zei Ek in 2023 in de podcast The Diary of a CEO. ‘Contact met mensen geeft me veel ideeën en dat is geweldig, maar het put me ook uit. Ik krijg de meeste energie als ik alleen ben.’
In 2018 verhuisde hij met zijn vrouw Sofia naar een miljoenenvilla in Djursholm, de exclusieve buitenwijk van Stockholm waar het oude geld woont. Het huis, gebouwd in de late negentiende eeuw, wilde hij eerst slopen voor nieuwbouw. De gemeente weigerde. Het werd een symbool voor hoe Ek in eigen land wordt gezien: succesvol maar niet geliefd, rijk maar daarom nog niet gerespecteerd.
De controverses die tot zijn vertrek leidden
Dat respect is er wel voor wat Ek heeft neergezet met Spotify. ‘Europa’s enige echte techkampioen’, aldus de Belgische krant De Tijd. Maar juist nu Spotify onbetwist de grootste is, stapelen de problemen zich op. De lage verdiensten per stream voor artiesten is al jaren een heikel punt. Nu is daar de dreiging van AI-muziek bijgekomen.
Maar het controversieelst zijn de persoonlijke investeringen van Ek. Mensen vragen hem vaak hoe Europa meer bedrijven zoals Spotify kan voortbrengen. Met zijn investeringsfonds Prima Materia wil hij daaraan bijdragen. Hij heeft beloofd een miljard euro te steken in Europese startups met grote ambities.
Nobele doelen, maar zijn keuze voor defensietechnologie is omstreden. In juni leidde Prima Materia een nieuwe investeringsronde van 600 miljoen euro in Helsing. Dat Duitse bedrijf ontwikkelt AI-systemen voor defensie, inclusief drones die worden ingezet in oorlogsgebieden. Voor veel artiesten was dit de druppel. Ze zagen hun muziek niet langer als entertainment, maar als indirect oorlogsinstrument.
Terwijl Spotify zich voorbereidt op een toekomst zonder Daniel Ek als ceo, is één ding zeker. De man die de muziekindustrie voorgoed veranderde, zal niet stilzitten. Sterker nog, hij heeft al lang een nieuw miljardenbedrijf gebouwd.
Met Neko Health ontwikkelt Ek een bodyscanner die ziektes in een vroeg stadium moet opsporen. Daarmee wil Ek na de muziekindustrie een nieuwe sector op zijn kop zetten: die van de gezondheidszorg.



