Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

‘Trump kan ‘drill baby drill’ roepen tot hij een ons weegt, maar de transitie is al ingezet’

Van greenwashing naar greenhushing: bedrijven houden hun duurzaamheidsplannen tegenwoordig liever stil. Dat is zorgelijk, vindt UvA-hoogleraar Henk Volberda. Gelukkig laten de koplopers in de SD400 zien dat het ook anders kan.

Henk Volberda SD400
Vasthouden aan de oude economie zet ons alleen maar verder op achterstand, waarschuwt Uva-hoogleraar Henk Volberda. Foto: Maurits Giesen

Het kan verkeren. ‘Tot voor kort hadden we het over greenwashing als groot probleem, bedrijven die zich groener proberen voor te doen dan ze zijn’, zegt Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management & Innovatie aan de Universiteit van Amsterdam. KLM ging hier vorig jaar nog de mist mee in. De luchtvaartmaatschappij werd door de rechter op de vingers getikt, onder meer vanwege het opblazen van de positieve effecten van maatregelen als herbebossing en de alternatieve vliegtuigbrandstof SAF.

Vooropgesteld, zegt Volberda: bedrijven moeten niet pronken met claims die ze niet kunnen waarmaken. ‘Maar ze waren trots op hun duurzaamheidsinspanningen en wilden daar graag over communiceren. Nu zien we precies het omgekeerde gebeuren. Greenhushing is in opkomst: het bewust niet communiceren over het beleid en het behalen van bepaalde doelstellingen. Dat is geen goede ontwikkeling.’

Over de SD400

De Sustainable Development 400 (SD400) presenteert de koplopers van het Nederlandse bedrijfsleven op het gebied van duurzaam ondernemen. Het gaat om een zogeheten peer-to-peer-beoordeling, waaraan 3.879 respondenten deelnamen. 

SD400 2025 cover

Zij beoordeelden bijna 1.700 bedrijven en organisaties op ecologische duurzaamheid, sociale duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur (governance). Dat leidde tot 50 ranglijsten voor een breed palet aan sectoren, van bouw & vastgoed tot financiële dienstverlening.

Naar de SD400 van 2025

UvA-hoogleraar Henk Volberda en projectleider Niels van der Weerdt leiden het onderzoek vanuit het Amsterdam Centre for Buisiness. Lees hier meer over de verantwoording.

 

Strategische stilte

Greenhushing lijkt de nieuwe norm te worden in het bedrijfsleven, concludeerden wetenschappers van de Harvard University deze zomer. Bedrijven houden hun groene en sociale ambities tegenwoordig liever stil, uit angst voor politieke en juridische gevolgen.

Achter de schermen wordt gewoon doorgewerkt: uit een studie naar de ESG-strategie (environmental, social, governance) van 75 multinationals, waaronder de 25 grootste beursgenoteerde bedrijven in Amerika en Europa, blijkt dat ruim de helft (53%) vasthoudt aan de ingezette koers.

Lees ook: Nee, bedrijven laten hun groene doelen niet vallen. Ze praten er alleen veel minder over

Maar van die organisaties stelt 40 procent zich tegenwoordig ‘neutraal’ op, aldus de onderzoekers. Ze zijn voorzichtiger in hun taalgebruik, tonen minder betrokkenheid naar de buitenwereld toe en maken geen lawaai rondom duurzaamheid. De plannen zijn nog wel te vinden in de jaarverslagen, maar slechts 13 procent heeft de groene koers publiekelijk herbevestigd.

Goed nieuws is er ook: in tegenstelling tot wat de krantenkoppen soms lijken te suggereren, zwakte slechts 15 procent van de onderzochte organisaties de ESG-ambities daadwerkelijk af. De groep die juist extra gas geeft, is ruim twee keer zo groot (32%).

Voorlopers in Nederland

Het zijn precies die bedrijven die centraal staan in de Sustainable Development 400 (SD400) van 2025. Het is de derde keer dat Volberda en projectleider Niels van der Weerdt van het Amsterdam Centre for Business Innovation (ACBI), onderdeel van de UvA, voor MT/Sprout in kaart brengen wie de voorlopers in het Nederlandse bedrijfsleven zijn op het gebied van duurzaam ondernemen.

Henk Volberda
Greenhushing is in opkomst, ziet Uva-hoogleraar Henk Volberda, onderzoeksleider van de SD400. Foto: Maurits Giesen

De SD400 is geen ranking op basis van keiharde data, maar een reputatieonderzoek, waarbij zakelijke beslissers peers uit hun sector op de drie ESG-dimensies beoordelen. Voor het onderzoek werd een lijst van de grootste bedrijven en instellingen van Nederland gebruikt, aangevuld met impact-ondernemingen, gespecialiseerde dienstverleners en leveranciers.

Daarmee komen we tot een lijst van bijna 1.700 bedrijven, die werden getoetst op ecologische duurzaamheid, sociale duurzaamheid en goed ondernemingsbestuur.

Naar de SD400 van 2025

Eerste punt betreft het milieu- en klimaatvriendelijker maken van de bedrijfsprocessen en de producten en/of diensten; tweede punt toetst hoe inclusief het personeelsbeleid is, met naast goede en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ook aandacht voor mensen dieper in de keten, en hoe groot de maatschappelijke impact; en het derde punt draait om de purpose, een maatschappelijke missie die gekoppeld is aan de kernactiviteiten, en de mate van ethisch bestuur.

Respondenten moeten aangeven of deze organisaties op deze vlakken 1) behoorlijk achterlopen; 2) het op sommige fronten redelijk doen of 3) koploper zijn. Daarnaast zijn de organisaties beoordeeld op hun directe en indirecte impact – de bedrijfsactiviteiten en schaal waarop ze opereren, en de mate waarin ze de duurzame versnelling bij andere organisaties faciliteren.

In totaal gaven 3.789 geverifieerde respondenten 12.106 beoordelingen. Van de bijna 1.700 bedrijven ontvingen er 852 voldoende beoordelingen om langs de ESG-meetlat te worden gelegd. De vierhonderd bedrijven en instellingen met de hoogste score vormen de SD400 van 2025.

Politiek en juridisch risico

Naast de ranglijsten per sector, 50 in totaal, is er een totaallijst. Net als vorig jaar staat Triodos Bank op de eerste plaats. Gevolgd door Greenpeace (#2) en biologische gewasbeschermingsproducent Koppert (#3), die stuivertje wisselden om de tweede en derde plek. Dopper zakt een plaats, van plek 4 naar 5. De rest van de top tien is nieuw, wat komt omdat ze dit jaar voor het eerst voldoende stemmen ontvingen om te worden meegenomen. Naast usual suspects als Kipster (#4) en Ekoplaza (#7) valt één nieuwkomer in het bijzonder op: Coca-Cola Nederland (#8).

Dat is opvallend, vindt Volberda. ‘De bedrijven die steeds zwijgzamer zijn over hun duurzaamheidsagenda, zijn over het algemeen organisaties die het hoofdkantoor in of handelsrelaties met de Verenigde Staten hebben. En Coca-Cola is natuurlijk een oer-Amerikaans bedrijf. Toch staat het in de top tien. Als je de site bezoekt, zie je direct dat ESG hoog in het vaandel staat. Het bedrijf geeft de hoeveelheid water die ze voor de dranken gebruiken terug aan de natuur, wil tegen 2035 voor 65 procent gerecycled plastic voor de petflessen gebruiken en stopt steeds minder suiker in de dranken. En ze zijn heel uitgesproken op het gebied van diversiteit en inclusie.’

Lees ook: Waarom ik DEI niet van onze website haal – en andere ceo’s dat ook niet zouden moeten doen

Terwijl de Amerikaanse president Donald Trump niet veel opheeft met bedrijven die publiekelijk de bres opgaan voor duurzaamheid en diversiteit. Dat is zelfs een politiek en juridisch risico geworden.

Affirmative action of positieve discriminatie, bedoeld om minderheidsgroepen te bevoordelen, is inmiddels in meerdere staten verboden in het sollicitatieproces. En deelname aan klimaatallianties wordt actief ontmoedigd, want mogelijk in strijd met de Amerikaanse anti-trustregels.

Concurrentiepositie van Europa

Dat Coca-Cola Nederland zich daar weinig van lijkt aan te trekken, komt volgens Volberda omdat er in Europa heel anders naar ESG wordt gekeken.

‘Een belangrijk verschil met de VS is dat we hier wetgeving hebben die bedrijven verplicht om zich aan duurzaamheid te committeren’, zegt hij. ‘We hebben de Green Deal, die voorschrijft dat Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent moet zijn, en voor het bedrijfsleven is met ingang van dit jaar de Corporate Sustainability Reporting Directive in werking (waarmee een groeiend aantal bedrijven wettelijk moet rapporteren over hun impact op mens en milieu en daarmee samenhangende risico’s, red.). Al heeft het Draghi-rapport over het concurrentievermogen van Europa daar wel invloed op gehad. Dat vind ik een punt van zorg, want daardoor ontstaat steeds meer druk om de Green Deal af te zwakken.’

Dat proces is met het Omnibus-voorstel al in gang gezet. Gevolg is bijvoorbeeld dat bedrijven die vanaf 2025 en 2026 CSRD-plichtig zouden worden, mogelijk twee jaar uitstel krijgen. Ook de CSRDD, beter bekend als de ‘antiwegkijkwet’, wordt flink afgezwakt, waardoor veel minder bedrijven worden verplicht de misstanden in hun productieketen aan te pakken. De drempel stijgt van 1000+ werknemers en 450 miljoen euro omzet naar 5000+ werknemers, en 1,5 miljard euro omzet.

Die versoepelingen verklaren wellicht dat adviesbureaus in sustainability, in 2024 nog de best beoordeelde sector in de SD400, enorm zijn teruggevallen in waardering. Een uitzondering is CSR-softwareleverancier Salacia uit Rotterdam, die het zelfs tot de top tien heeft geschopt (#10). Volberda, lachend: ‘Die doen blijkbaar iets heel erg goed.’

Henk Volberda
Volberda snapt de kritiek op de CSRD. ‘Het moet geen rituele regendans worden.’ Foto: Maurits Giesen

Europa moet ambitieus blijven, vindt hij, zonder dat het ten koste gaat van het concurrentievermogen. Dat er kritisch naar de CSRD wordt gekeken, snapt hij wel. ‘Het moet geen rituele regendans worden. Ik heb liever dat een bedrijf daadwerkelijk investeert in het verduurzamen van bedrijfsprocessen, dan in een rapport van 200 pagina’s dat laat zien wat ze al doen en wat ze nog moeten aanpakken.’

Want dat is zonder rapportageplicht al moeilijk genoeg. Volberda: ‘Bedrijven stellen hun klimaatambities steeds verder uit. Volgens de Nederlandse Innovatiemonitor 2025 streeft nog slechts 35 procent van de bedrijven naar een verwaarloosbaar ecologische voetafdruk in 2030. Al is die daling wel aanzienlijk minder sterk dan in 2024, toen het aandeel van 55 naar 38 procent daalde.’

Hij ziet een duidelijke breuk met de twee jaar daarvoor. ‘Vooral bedrijven met de grootste ecologische voetafdruk zijn minder ambitieus geworden.’

‘Terugkrabbelgedrag’

Het probleem is dat de transitie naar de nieuwe economie niet altijd direct geld oplevert, en de oude economie nog wel. Illustratief is dat een van de meest in het oog springende onderdelen uit de Green Deal – de afspraak dat na 2035 geen nieuwe benzine- of dieselauto’s meer worden verkocht – mogelijk sneuvelt. Een deel van het EU-parlement doet er alles aan om onder die afspraak uit te komen, en Europese autofabrikanten steunen die lobby.

Volberda vindt het onverstandig. ‘Van de beoordeelde autofabrikanten scoort EV-bouwer Polestar (#12) niet voor niets het hoogst. De omslag naar elektrisch rijden gaat er hoe dan ook komen. Vasthouden aan de oude economie zet ons alleen maar verder op achterstand.’

Lees ook: Diederik Samsom over geplaagde Green Deal: ‘Laatste verbrandingsmotor rolt vóór 2035 van de band’

Dat ‘terugkrabbelgedrag’ ziet hij bij meer branches die de omslag moeten maken vanuit een vervuilend model, zoals de olie- en gassector of de zware industrie. ‘Ergens is dat ook begrijpelijk. Van Tata Steel weten we bijvoorbeeld nog steeds niet of het businessmodel van groene staalproductie op waterstof wel uitkomt.’

Bedrijven mogen klimaatdoelen uitstellen en terughoudender worden in hun uitingen, maar desondanks heeft Volberda absoluut niet het idee dat ze ESG niet meer belangrijk vinden. ‘Omdat verduurzaming ook veel oplevert’, zegt hij. ‘Heineken (#125) is bijvoorbeeld heel ver met het verminderen van het water- en energieverbruik. Dat is niet alleen beter voor de aarde, het is ook efficiënter en levert enorme kostenbesparingen op.’

Voordelen van ESG

De S van ESG – sociale duurzaamheid – lijkt daarentegen momenteel minder hoog op de agenda te staan. Illustratief is dat Nederland het afgelopen jaar vijftien plaatsen is gezakt op de Global Gender Gap-Index, de graadmeter van het World Economic Forum die de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen meet.

‘Dat is gigantisch’, zegt Volberda. ‘Voornaamste oorzaak is dat vrouwen het afgelopen jaar aan politieke invloed hebben ingeleverd, maar een ander probleem is dat goed gekwalificeerde en uitstekend opgeleide vrouwen onvoldoende doorstromen naar managementposities.’

Van de bestuurders van beursgenoteerde bedrijven is in Nederland slechts 17 procent vrouw, blijkt uit de Female Board Index 2025, en dan hebben we het nog niet eens gehad over diversiteit in achtergrond, religie, leeftijd, opleidingsniveau, seksuele oriëntatie en breinen (neurodiversiteit). Volberda: ‘Terwijl er inmiddels genoeg onderzoeken zijn die aantonen dat diverse organisaties succesvollere organisaties zijn. De werksfeer is beter en de werkbeleving positiever. Mensen zijn productiever en innovatiever, en dat zien bedrijven ook terug in de resultaten.’

ESG biedt bedrijven simpelweg heel veel voordelen, concludeert de hoogleraar. Daarom gelooft hij ook niet dat het uitstel zal leiden tot afstel. ‘De transitie naar de nieuwe economie is al ingezet. Trump kan ‘drill baby drill’ roepen tot hij een ons weegt, maar zelfs in Amerika is de opmars van zonne- en windenergie niet te stuiten.’

Naar de SD400 van 2025