Op basis van de krantenkoppen van de laatste tijd, zou je zomaar tot de conclusie kunnen komen dat de ESG-ambities van het bedrijfsleven (environmental, social, governance) volledig in het slop zitten.
Bedrijven die groene doelstellingen afzwakken en investeringen in duurzame projecten op de lange baan schuiven of zelfs volledig schrappen, zoals Shell en BP deze maand deden met fabrieken voor biobrandstoffen in Rotterdam. Bedrijven die zich bij bosjes uit klimaatcoalities terugtrekken, waardoor een samenwerkingsverband als de Net-Zero Banking Alliance vrijwel tandeloos is geworden.
En dan is er nog de politieke tegenwind, die met name in Amerika bijzonder guur is, sinds de herverkiezing van Donald Trump.
Een studie van de Harvard University naar de ESG-strategie van 75 internationale organisaties, waaronder de 25 grootste beursgenoteerde bedrijven in Amerika en Europa, geeft een genuanceerder beeld. Want wat blijkt? Slechts een kleine 15 procent zwakte de groene en sociale ambities daadwerkelijk af. De overige 85 procent hield koers of deed er zelfs een schepje bovenop.
Greenhushing als strategie
Alleen horen we daar bijna niets over. Van de bedrijven die vasthouden aan hun bestaande duurzaamheidsbeleid (53%), besloot slechts 13 procent daar publiekelijk over te communiceren. De rest zwijgt. De ESG-programma’s zijn nog gewoon te vinden op de sites en in jaarverslagen, maar de bühne zoeken ze er niet mee op. Ze zwakken hun taalgebruik af en nemen in het debat een ‘neutrale positie’ in, lichten onderzoekers Kelly Cooper en Neil Hawkins toe op Harvard Business Review.
Greenhushing heet het, bewust zwijgen over het beleid en de geboekte vooruitgang op het gebied van duurzaamheid. Dat is geen nieuw fenomeen, het gebeurt al jaren – uit angst om te weinig te doen of een misstap te maken, bijvoorbeeld, en vervolgens publiekelijk aan de schandpaal te worden genageld.
In het huidige politieke klimaat is daar nog een dimensie bijgekomen: afstraffing voor bedrijven die ‘te veel’ doen. Je als bedrijf publiekelijk committeren aan duurzaamheid en diversiteit, is namelijk een politiek en juridisch risico geworden.
Na Trumps herverkiezing in januari 2025 ontvingen de grootste financiële instellingen van Amerika, waaronder BlackRock en Goldman Sachs, een gepeperde brief van tien openbare aanklagers. Met de waarschuwing om hun klimaat- en diversiteitsbeleid heel snel te herzien, anders zouden ze voor het gerecht worden gesleept.
Leegloop bij groene allianties
Ook deelname aan klimaatverbonden als de Net-Zero Banking Alliance (NZBA) of Net-Zero Insurance Alliance (NZIA) wordt actief ontmoedigd, want mogelijk in strijd met de antitrustregels, zeggen de Republikeinen. Met als gevolg dat beide allianties leegliepen: de NZIA werd vorig jaar opgeheven, de NZBA heeft de activiteiten vorige maand tijdelijk opgeschort.
Lees ook: Grootste groene bankalliantie ter wereld wil verder als adviesclub: redding of doodsteek?
De ‘strategische stilte’ van bedrijven heeft een prijs, waarschuwen de onderzoekers. Op de korte termijn levert het misschien voordeel op, maar op de lange termijn bedreigt greenhushing de overgang naar de nieuwe economie. Dat is geen individuele, maar een collectieve inspanning, en daarbij is de rol van bedrijfscoalities als de NZBA en de NZIA volgens de onderzoekers essentieel.
‘Ze geven markten vorm, stellen normen vast en versnellen de adoptie van duurzame praktijken in waardeketens.’ Dat de groene allianties afbrokkelen, is een slecht teken, zeggen zij.
De duurzame transitie heeft bovendien zichtbaar leiderschap nodig, geen bedrijven die zwijgen. Organisaties die een voortrekkersrol durven te pakken – om de lat gezamenlijk steeds hoger te leggen, om te voorkomen dat iedereen het wiel alleen moet uitvinden. Bovendien: als iedereen van elkaar denkt dat de duurzaamheids- en diversiteitsdoelen overboord zijn gegaan, kan dat een vrijbrief worden om dat zelf ook te doen.
Duurzaamheid in kern van bedrijf
Want nogmaals – ruim de helft van de onderzochte bedrijven houdt vast aan de bestaande ESG-doelen (53 procent). Ongeveer een derde maakt zelfs meer vaart met verduurzaming (32 procent).
Bedrijven die duurzaamheid in de kernprocessen hebben ingebouwd, zijn volgens het onderzoek het meest standvastig. Zoals spelers in de voedings- en drankindustrie, de techsector en de industrie, die afhankelijk zijn van complexe toeleveringsketens en risico’s als materiaaltekorten of klimaatgerelateerde verstoringen zoveel mogelijk moeten afdekken.
Voor zulke organisaties is het verduurzamen van die ketens geen groen extraatje, maar pure noodzaak. En als verduurzamen aantoonbaar waarde oplevert, stop je daar niet zomaar mee. Ook de eigendomsstructuur en de stabiliteit van het leiderschap spelen een rol. Van de private ondernemingen zet 68 procent het duurzame beleid ongewijzigd of versterkt door, tegen 44 procent van de beursgenoteerde bedrijven.
En hoe langer leiders op hun positie zitten, hoe groter de kans dat ze niet buigen onder de politieke druk. Van de langzittende ceo’s (elf jaar of meer) gaf bijna de helft aan de duurzaamheids- en diversiteitsprogramma’s uit te breiden. Terwijl zeven op de tien bestuurders met drie jaar of minder op de teller, juist het mes zetten in de ESG-strategie.
Lees ook: Peter Bakker (WBCSD): ‘People, planet, profit? Dat model is al tien jaar failliet’



