Als de groene economie een zelfstandige sector zou zijn, zou die inmiddels wereldwijd de derde grootste zijn gemeten naar marktwaarde. Alleen de techsector en de industriële sector zijn meer waard, concluderen analisten van de London Stock Exchange Group (LSEG) in een nieuw rapport.
Vorig jaar is de groene economie – een verzamelterm voor de activiteiten van 21.000 beursgenoteerde bedrijven wereldwijd die bijdragen aan milieu- en klimaatoplossingen – voor het eerst de grens van een marktwaarde van 10 biljoen dollar (10.000 miljard dollar). Daarmee stootte de sector de gezondheidszorg van de derde plaats.
Azië goed voor helft ‘groene’ omzet
Volgens de analisten van LSEG is dit een record. Dat is deels toe te schrijven aan het feit dat er steeds meer geld met die groene activiteiten wordt verdiend; de totale omzet steeg in 2025 met 5,3 procent tot 5,5 biljoen dollar (5.500 miljard dollar). Azië is verantwoordelijk voor bijna de helft daarvan (47 procent) en, vooral dankzij China, leidend in segmenten als EV-batterijen en spoorweginfrastructuur.
De VS, goed voor bijna een derde van de wereldwijde ‘groene’ omzet, domineert met name in cloudcomputing. Die groei wordt sterk gedreven door techreuzen als Meta, Amazon, Google en Microsoft, die vorig jaar bijna de helft van alle nieuwe inkoopcontracten voor schone energie afsloten.
Europa volgt met een omzetaandeel van ongeveer 21 procent, ofwel 1,2 biljoen dollar (1.200 miljard dollar). Daarvan komt het grootste deel (91 procent) uit tien landen, met Duitsland (24 procent), Frankrijk (20 procent) en het Verenigd Koninkrijk (14 procent) als kartrekkers. Nederland is goed voor 4 procent en staat daarmee op een gedeelde zevende plaats, samen met Denemarken.
Omslag naar elektrisch rijden versnelt
Opvallend is dat de ‘groene groei’ niet beperkt bleef tot enkele sectoren, maar over de hele breedte zichtbaar is. Al springt de productie van elektrische voertuigen en EV-batterijen eruit; vorig jaar voegde die sector wereldwijd 62 miljard dollar aan omzet toe.
Volgens analisten is dat illustratief voor de verschuiving die momenteel in de auto-industrie plaatsvindt. Die omslag versnelt: het aandeel groene activiteiten steeg binnen een jaar van 53 naar 61 procent en is daarmee de ‘dominante factor’ geworden.
Met een marktwaarde van 2 biljoen dollar (2.000 miljard dollar) is de productie van EV’s en geavanceerde batterijen inmiddels de op een na waardevolste tak binnen de groene economie. Alleen energiebeheer is met een marktwaarde van 4,7 biljoen dollar (4.700 miljard dollar) in omvang groter. Hierbij gaat het om duurzamere cloudopslag en efficiëntere IT-processen, maar ook energiezuinige gebouwen, slimme elektriciteitsnetten en energieopslag.
Lees ook: Dit zijn 4 grote voordelen voor bedrijven die meebewegen met de groene economie
En schone energie dan? Volgens de analisten is dat in waardestijging al drie jaar op rij de snelstgroeiende groene sector. Producenten van energieapparatuur konden tussen 2023 en 2026 jaarlijks een gemiddelde plus van 20 procent noteren, en bedrijven die groene energie opwekken 16 procent.
Dat hangt direct samen met de snelgroeiende elektriciteitsvraag. De elektrificatie van transport en industriële processen, het duurzamer verwarmen en koelen van gebouwen en de steeds verder uitdijende AI-infrastructuur en honger naar datacenters; het vreet allemaal stroom.
Onderdeel van veiligheidsstrategie
De cijfers vertellen volgens de analisten nog een tweede verhaal: de transitie draait niet meer alleen om het klimaat, maar net zozeer om energiezekerheid. En daarmee om het concurrentievermogen van landen en continenten, want zonder energie kan een economie niet draaien.
Investeringen in duurzaamheid zijn onderdeel geworden van een bredere veiligheidsstrategie. Zo kwam de Europese Unie na de invasie in Oekraïne met een plan om de import van Russisch gas en olie tegen het einde van 2027 volledig stop te zetten. Ondertussen werd ook het doel voor het aandeel hernieuwbaar op de totale energiemix verhoogd naar 42,5 procent, en liever nog 45 procent.
En alsof de urgentie niet al groot genoeg was, laten de oorlog in het Midden-Oosten en de blokkade van de Straat van Hormuz opnieuw zien hoe kwetsbaar de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen maakt.
Lees ook: ‘Klimaatgeneraal’ Tom Middendorp: ‘De klimaatcrisis is ook een veiligheidscrisis’
Economisch is er nog een argument om sterker op duurzaamheid in te zetten: bedrijven die meer dan 50 procent van hun omzet uit groene activiteiten halen, laten volgens de analisten gemiddeld 2 tot 4 procentpunten hogere ebitda-marges zien dan hun ‘niet-groene sectorgenoten’. Dat patroon is volgens de analisten al sinds 2017 te zien.
Terwijl bedrijven die minder dan de helft van de omzet uit groene activiteiten halen, juist 2 tot 3 procentpunten lagere marges noteren. ‘Dat ondergraaft het idee dat groene activiteiten per definitie ten koste gaan van de winstgevendheid.’



