Het bedrijf dat Kees Klomp op het spoor bracht van de betekeniseconomie, de term waarmee hij zichzelf op de kaart zette als denker, is een Amerikaanse koekjesbakkerij. Opgericht in 1982 door Bernie Glassman, ondernemer en boeddhist, die een heel andere definitie van succes hanteerde dan tot dan toe gangbaar was in de zakelijke wereld.
Glassmann begon geen bedrijf om brownies te verkopen, nee, hij ging brownies bakken om mensen een baan en daarmee uitzicht op een beter leven te kunnen bieden. Zijn werknemers? Mensen die door de maatschappij waren afgeschreven: (voormalig) drugsverslaafden, daklozen en prostituees.
Klomp vond het fascinerend. Een zakenman die uit eigen beweging besloot het succes van zijn bedrijf niet langer af te meten aan de winstcijfers op de laatste pagina van het jaarverslag, maar aan het aantal mensen dat hij van de straat kon plukken en weer een menswaardig bestaan kon bieden. ‘Met zijn koekjesfabriek legde hij het fundament voor de sociale onderneming zoals we die nu kennen.’
Fascinerend en onverklaarbaar
De oprichters van bedrijven als Tony’s Chocolonely staan volgens Klomp op de schouders van Glassman. ‘Net zoals Greyston zijn dit ondernemingen met een hoger doel. Ze kiezen er bewust voor om hun zakelijke winst niet te maximaliseren, maar juist te minimaliseren, zodat ze zoveel mogelijk terug in het bedrijf kunnen stoppen, ten gunste van hun missie.’
Lees ook: Deze bakkerij uit New York ontketende een revolutie met ‘Open Hiring’
Naast fascinerend vindt hij die ontwikkeling ook moeilijk te verklaren. Althans, niet volgens de bestaande economische theorie. Klomp was tot voor kort lector Betekeniseconomie aan de Hogeschool Rotterdam en is nu verantwoordelijk voor het programma Agency! van de Hogeschool Windesheim.
‘Mijn studenten lezen nog steeds in hun economieboeken dat winstmaximalisatie voor een bedrijf het hoogst haalbare is’, zegt hij. ‘Al zijn er gelukkig genoeg studenten die dat raar en ouderwets vinden en het systeem bevragen.’
Duurzaamheidsdenkers
Lees ook de eerdere interviews in deze reeks:
- Peter Bakker (WBCSD): ‘People, planet, profit? Dat model is al tien jaar failliet’
- Shivant Jhagroe: ‘Elektrische auto’s redden niet de planeet, maar de auto-industrie’
- Barbara Baarsma (PwC): ‘Een nieuw systeem opzetten? Die tijd hebben we niet meer’
- Paul Schenderling: ‘Bedrijven zitten gevangen in hun eigen spelletje’
Terecht, concludeert Klomp in zijn nieuwe boek Ecoliberalisme. Want de economie zoals we die kennen, piept en kraakt in zijn voegen. Klimaatverandering, milieuvervuiling en het verlies van biodiversiteit ontwrichten het aardse ecosysteem – met droogte, extreme hittegolven en verwoestende bosbranden tot gevolg, om slechts een paar effecten te noemen.
Langdurige economische neergang
Naast het enorme menselijke leed dat dit alles veroorzaakt, heeft de ontwrichting ook enorme macro-economische gevolgen. Noodweer in Valencia veroorzaakte afgelopen november ruim 30 miljard euro schade, in Zwitserland werd vorige week een volledig dorp door een lawine weggevaagd, met honderden miljoenen euro’s aan schade tot gevolg. Daarover gaat het gesprek volgens Klomp nog veel te weinig.
We koersen af op economische neergang, waarschuwt hij. Wetenschappers verschillen van mening over de omvang van de economische schade, maar dat de wereldeconomie als gevolg van klimaatverandering gaat krimpen, dat staat volgens onderzoeken als een paal boven water. Het Potsdam Institute for Climate Impact Research (PIK) gaat uit van een inkomensverlies van bijna 20 procent tegen 2050, het Institute and Faculty of Actuaries (IFOA) vreest voor 50 procent of meer.
Het financiële systeem kan best wat schokken opvangen, maar tegen zo’n structurele en langdurige neergang is het volgens Klomp niet bestand. ‘Onze economie draait in belangrijke mate op kapitaal dat is gecreëerd door banken, in de vorm van leningen: schuld. Om die leningen financieel te laten renderen is economische groei noodzakelijk.’
En: ‘Voor het eerst in de geschiedenis zijn we beland in de wonderlijke situatie dat de economie de economie aan het slopen is.’
Groene ambities overboord
Je zou verwachten dat banken en bedrijven alles doen wat in hun macht ligt om die uitkomst te voorkomen, werpt hij op. ‘Mis. Banken investeren veel te weinig in de groene transitie, volgens het World Resources Institute slechts een tiende van wat nodig is, en bedrijven zwakken ESG-doelstellingen af.’
Illustratief is de draai van Unilever, dat zich jarenlang prominent als voorvechter van maatschappelijk verantwoord ondernemen profileerde, maar vorig jaar terugkwam op verschillende duurzaamheidsdoelstellingen. Het Britse foodconcern is niet het enige bedrijf dat de groene ambities afzwakt of zelfs helemaal overboord zet. In Nederland is dat voor alle 25 AEX-bedrijven het geval, becijferde het FD op basis van de meest recente jaarverslagen.
Klomp kan dat wel verklaren. ‘De afgelopen jaren hebben bedrijven alles gedaan wat ze konden doen om te veranderen, zonder dat ze echt hoefden te veranderen en zonder dat het ze geld kostte. In sommige gevallen, bijvoorbeeld op het gebied van energie of efficiëntie, leverde het zelfs geld op.’
Nu het laaghangende fruit is geplukt, komen bedrijven op het punt dat verduurzaming pijn gaat doen. ‘Sommige organisaties zullen hele productieketens moeten loslaten ten behoeve van andere’, zegt Klomp. ‘Zoals olie en gas, dat zijn stranded assets. Maar dat kunnen bedrijven als Shell en BP natuurlijk niet verkopen aan de aandeelhouders, want dat gaat gepaard met een enorm verlies in omzet en winstgevendheid. Dat is wat er gebeurt als je waarde louter uitdrukt in prijs. Dat is binnen het bestaande economische model niet op te lossen.’
Lees ook: De erfenis van de BP-ceo’s: milieurampen, privéschandalen en een identiteitscrisis
Shell democratiseren
Daarom pleit hij voor een nieuw model: de meenteconomie. Een systeem waarin het niet draait om bezitten, maar om beheren. In plaats van grondstoffen, grond en arbeid te privatiseren of nationaliseren, gaan burgers deze binnen burgerassociaties en coöperaties met elkaar delen. ‘Ik denk dat dat ongelooflijk belangrijk is’, zegt Klomp. ‘Omdat de belangen van het handjevol mensen dat nu de macht heeft, niet overeenkomen met de belangen van de samenleving als geheel.’
Zelfs een bedrijf als Shell zou je kunnen democratiseren, vervolgt hij, door de mensen die er werken een gelijkwaardig aandeel te geven, en daarmee een stem over de koers van het bedrijf. En nee, dan wordt Shell niet onbestuurbaar.

Klomp wijst op Mondragón in Baskenland, een federatie van coöperaties. Onder deze paraplu vallen verschillende industriële bedrijven, maar ook een bank en een supermarkt. De macht ligt niet bij de aandeelhouders, maar bij de ruim 70.000 medewerkers. Zij zijn samen eigenaar van deze megacoöperatie, de grootste ter wereld, en bepalen wat er met de winst van hun arbeid – bijna 600 miljoen euro in 2023 – gebeurt.
Stel je voor dat Shell een coöperatie zou zijn, zegt Klomp. Of op z’n minst steward-owned, een eigendomsstructuur waarbij het stemrecht en financieel recht zijn gescheiden. In plaats van bij de aandeelhouders, ligt het stemrecht bij zogeheten ‘stewards’. Zij bewaken de koers en zorgen dat de winst ten goede komt aan de missie van het bedrijf.
Dat deze alternatieve eigendomsstructuur aan een opmars bezig is, vindt Klomp ‘een van de meest hoopgevende ontwikkelingen’ binnen het bedrijfsleven.
B Corp-washing
Hij vindt het ook hoopvol dat steeds meer bedrijven de status van B Corp behalen. ‘Al wordt er – terecht, denk ik – steeds meer gemord nu ook corporates als Albert Heijn en Bol de status van B Corp verwerven. Het wordt steeds meer een marketingding. B Corp-washing. Dat is bij steward-ownership onmogelijk: het gaat om een ingrijpende en onomkeerbare verandering in de bedrijfsstructuur.’
Lees ook: Een ‘kleine hack’ en ook jouw bedrijf is steward-owned
Klomp is zelf een marketingman. Na zijn studie politicologie belandde hij – ‘per toeval’, zegt hij – in de reclamewereld, een sector waarin hij op een gegeven moment vastliep. Hij nam uit die tijd wel een paar belangrijke lessen mee over het spel en kijkt met waardering naar de manier waarop de bekendste vaandeldrager van steward-ownership, outdoormerk Patagonia, dit alternatief op de kaart zet.
Oprichter Yvon Chouinard droeg de aandelen van zijn bedrijf in 2022 over aan twee stichtingen. De ene kreeg de zeggenschap over het bedrijf, de andere de winstrechten van zo’n 100 miljoen euro per jaar om te doneren aan projecten die klimaatverandering bestrijden.
Naast idealisme is dat ook gewoon slimme marketing, ziet Klomp. ‘De familie Chouinard heeft deze stap groot uitgemeten en dat heeft ze geen windeieren gelegd. Maar daar gaat ook een enorme inspirerende werking voor andere bedrijven naar uit. Fuck, zo kan het ook.’
Dinosauriërs van de toekomst
De Shells en Unilevers van deze wereld mogen hier een voorbeeld aan nemen, vindt hij. Want door zich krampachtig vast te klampen aan hun bestaande businessmodellen, zetten ze zichzelf op een gegeven moment buitenspel.
‘Ik denk dat de multinationals de dinosauriërs van de toekomst zijn’, zegt Klomp. ‘Ze zullen niet kunnen functioneren in de wereld waarin we terechtkomen en gaan uitsterven. De grote corporates bestaan bij de gratie van superefficiënte internationale handelsnetwerken. Die staan, mede door klimaatverandering, allemaal op instorten.’
Hij somt op: ‘In de toekomst gaat het niet meer lukken om op de ene plek op de wereld goedkoop appels te produceren en aan de andere kant van de wereld te verkopen. Het gaat niet meer lukken alles te vervoeren; de Rijn is nu al te droog voor de binnenvaart. En het gaat banken niet meer lukken om alles te financieren.’
Zijn de multinationals en banken, zo bezien, niet doodsbang voor hun voortbestaan? Dat zou je zeggen, reageert Klomp. ‘Laatst las ik een interview in NRC met Stefaan Decraene, de ceo van Rabobank. Daarin vertelde hij dat hij ervan overtuigd is dat er in 2050 ongelooflijk veel nieuwe technologie tot onze beschikking zal staan, die de CO2-uitstoot op een gegeven moment ‘plots’ naar beneden zal brengen.’
Ontkennen en wensdenken
Hij vond dat schokkend. ‘Dan ben je de ceo van een systeembank en dan vestig je al de hoop op technieken die nog niet bestaan. Dat is wensdenken, dat heeft niets te maken met de realiteit. In alle eerlijkheid: ik vrees dat deze manier van denken eerder regel dan uitzondering is in de bestuurskamers. Zo’n ceo kan ook moeilijk een ander antwoord geven, hè? Dan ondermijnt hij de eigen bestaanszekerheid. Er is veel ontkenning.’
Klomp denkt dat dit een belangrijke reden is waarom Donald Trump zo succesvol is. ‘Trump is de belichaming van ontkenning. Hij doet alsof klimaatverandering geen enkele impact heeft en we gewoon door kunnen gaan met boren naar olie.’
Lees ook: Wat trekt mensen aan in zo’n autoritaire leider als Trump?
Klomp hoopt dat de leiders die Ecoliberalisme lezen in elk geval twee dingen uit het boek halen: de durf om te erkennen dat het systeem daadwerkelijk aan het instorten is en de wil om het nieuwe verhaal dat klaarligt – de onderstroom, noemt hij het – te omarmen.
In zijn nieuwe boek Ecoliberalisme pleit Kees Klomp voor een radicale herstart van ons economisch denken. Dat nieuwe verhaal noemt hij ecoliberalisme, een herinterpretatie van het klassieke liberalisme, waarin vrijheid en gelijkwaardigheid centraal staan. Niet alleen voor mensen, maar voor álle levensvormen. Daarvoor doet hij in zijn boek tien concrete aanbevelingen, zoals het invoeren van rechten voor de natuur.
De economie van de toekomst is volgens de betekeniseconoom een lokale economie. Een economie waar de focus weer op uitwisseling van goederen ligt en niet, zoals nu, op het maken van geld met geld. Het leven zal simpeler moeten worden, zegt hij. Kleiner. ‘Dat past natuurlijk totaal niet bij de ontwikkeling die we de afgelopen eeuw hebben doorgemaakt. Alles is alleen maar grootser en meeslepender geworden.’
Totale ineenstorting
Kunnen we eigenlijk wel terug? De betekeniseconoom vreest van niet. Niet vrijwillig, in elk geval. Hij schreef zijn boek bewust als utopie, een ideaal om na te streven. Maar hij weet ook dat zijn gedachtegoed mijlenver afstaat van de realiteit.
‘Als we in de jaren 70 echt geluisterd hadden naar de Club van Rome en meteen waren gestopt met het oppompen van olie, hadden we een kans gemaakt om de boel te kantelen’, zegt hij. ‘Maar sindsdien is de CO2-uitstoot alleen maar harder gestegen, de milieuvervuiling toegenomen en zitten we voor de zesde keer in de geschiedenis in een massa-extinctie. We koersen af op een totale ineenstorting. En dan moeten we wel.’
Klomp kauwt nog even op het woord ‘ineenstorting’. ‘Ik vind het ongelooflijk ingewikkeld om dat woord te gebruiken’, zegt hij. ‘Dit is geen crisis zoals we hebben meegemaakt met covid: het is een glijdende schaal, een geleidelijk verergerend proces. Hoe meer lijden we kunnen voorkomen, hoe liever me dat is. Ik wil ook helemaal niet dat Unilever gaat omvallen, maar als het bestuur niets doet, gaat dat wel gebeuren. Het is degrowth by disaster of degrowth by design.’



