Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Reportage: de Rotterdamse incubator Dnamo

De haven is de vlaggendrager van de Rotterdamse economie. Maar de stad wil ook bekend staan als vrijplaats voor creatieve en innovatieve starters. Daar doet Dnamo zijn best voor.

Dit is deel negen uit een rondgang langs incubators in Nederland. In dit vier pagina’s tellende artikel bevinden zich portretten van bedrijven binnen de incubator, plus een foto-impressie.

Nu het Rotterdamse havengebied zich grotendeels richting de Maasvlakte heeft verplaatst, komen er steeds meer industriële complexen vrij waar nieuwe bedrijvigheid losbarst. Zo is dat sinds 2009 ook het geval op het terrein van de vroegere Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, dat in de scheepsbouw actief was. Op het lap grond staat inmiddels de RDM Campus, waar onder het motto van ‘Research, Design and Manufacturing’ een locatie van de Hogeschool Rotterdam en vestigingen voor de creatieve en innovatieve industrie zijn gerealiseerd. Industriële designers en technostarters maken gebruik van de gigantische werkruimten waar ooit scheepsonderdelen gestald werden.

Op het campusterrein is sinds de verbouwing ook Dnamo gevestigd, een incubator voor innovatieve, duurzame startups. Beginnende bedrijven komen er, naast huisvesting, in aanmerking voor gunstige leningen, strategisch advies, lessen in het runnen van een duurzaam bedrijf, coaching en interessante netwerkpartners. Het selectieproces is streng: aankomende ondernemers moeten aantonen dat hun idee duurzaam, innovatief en economisch rendabel is. Onderscheidend aan Dnamo is dat ze ook een pre-incubator hebben. Mensen met een idee voor een duurzame onderneming worden gedurende 100 dagen begeleid in het schrijven van een gedegen businessplan. “Het idee voor de organisatie is oorspronkelijk tot stand gekomen door de TU Delft, de Hogeschool Rotterdam, het Mainport Innovation Fund en Enviu (zie ook Sproutfunding, red.)”, vertelt Richard Klatten, sinds september interim-directeur bij de incubator.

Duurzame dynamo van R’dam

Tot aan 2013 is de incubator voorzien van een subsidiebedrag van een onbekend aantal tonnen euro’s (geen miljoenen volgens Klatten). Daarna zal het wel weer geld moeten ophalen. Daar komt de rol van Klatten om de hoek: de mede-oprichter van het prestigieuze Amsterdamse advocatenbureau Kennedy Van der Laan heeft met zijn juridische knowhow, netwerk en kennis van ondernemen het potentieel om overheidsorganisaties te overtuigen en corporate partners te interesseren voor een nieuwe investering. “Ik hou me bezig met de strategische keuzes die deze incubator op de lange termijn moet maken. Daar ontbrak het aan tot aan augustus, toen ik hier aangesteld werd. Uiteindelijk bepaalt het bestuur de visie van Dnamo, maar ik inventariseer wel welke rol we over twee jaar kunnen spelen hier.”

Waar denkt Klatten, die voorlopig voor een half jaar door Dnamo is aangesteld, dan aan? “Het zal niet op dezelfde schaal gebeuren als in Silicon Valley, maar Rotterdam kan wel leren van de tientallen kleinere klonen die zich over de wereld verspreid hebben. Dit havengebied trekt de grootste binnenlandse en buitenlandse ondernemingen, ook uit interessante landen als China, maar onder dat segment borrelt nog van alles. Kleinere ondernemingen houden zich bijvoorbeeld met de vraag bezig hoe energie duurzaam opgeslagen kan worden op de Maasvlakte. Daarin wordt direct de rol van Dnamo duidelijk. We moeten de spil in Rotterdam worden, als het gaat om energie-innovatie.”

Gebrek aan visie

Probleem voor de gemeente Rotterdam en dus ook Dnamo, is dat de stad de komende jaren flink moet gaan bezuinigen op zijn innovatiebudget. Klatten: “Dat is inderdaad problematisch. Maar aan de andere kant is er wel een enorme behoefte in Rotterdam om een creatieve en innovatieve sector op te bouwen.”

Wat volgens de Dnamo-directeur mee zou helpen, is als er een meer ‘consistente lijn’ en ‘visie’ te ontdekken zou zijn in het beleid dat achter deze behoefte schuil gaat. “Wat moet er nu precies gebeuren? Welke partijen gaan de kar trekken? Dan weet ik zeker dat Dnamo daar een rol in kan spelen. Of deze incubator op den duur dan ook winstgevend moet worden? Dat is een interessante vraag, maar ik zou het geen gek idee vinden als je deze locatie niet afrekent op de financiele resultaten, maar het aantal innovatieve startups dat het succesvol weet af te leveren.”

 

Vrachtfiets

Onno Sminia en Louis Pierre Geerinckx zetten Nederland nog nadrukkelijker op de kaart als fietsenmakersland. De oud-studenten van de Technische Universiteit Delft willen met een elektrische vrachtfiets Nederland veroveren.

Je hoeft het Sminia niet te vertellen. ‘Vrachtfiets’ is momenteel nog niet een woord dat in de Dikke van Dale terug te vinden is. “Wij hebben een volledig nieuw vervoermiddel bedacht.” Maar als hij en zijn partner zo doorgaan, dan wordt hun fiets mogelijk een begrip. De Delftse designers staan op het punt een succesvol bestaan als ondernemer op te bouwen, nu hun fiets aftrek vindt bij een serie kinderdagverblijven, de Delftste IkEA en de TNT. In 2012 hopen ze zo’n honderd vrachtfietsen te verkopen, waarvan de meesten een kostprijs boven de 5000 euro hebben.

Sminia en Geerinckx zijn al sinds 2006, toen ze nog student waren op de TU Delft, met de ontwikkeling van de fiets bezig. “We vonden het jammer dat weop straat geen fietsen zagen die goederen vervoeren, terwijl de fiets een van de meest milieuvriendelijke vervoermiddelen in de wereld is”, reageert Sminia. “Je hebt als vervoerder bovendien geen last van files of boze mensen, die balen dat je auto in de weg staat. En je kunt in de binnenstad veel sneller van a naar b, terwijl ook steeds meer gemeenten de auto uit het centrum willen verbannen”, aldus de ondernemer, die zich gesteund ziet door het feit dat 65 procent van alle ritten in Nederland korter is dan vijf kilometer en het gemiddelde vervoerde volume kleiner is dan een kubieke meter.

Modulair voor meerdere markten

De twee verlieten vorig jaar voor het eerst de prototypefase en kwamen de markt op met hun eerste type vrachtfiets, een tweezitter met een laadbak waarvan het dak los te trekken is. Inmiddels biedt het bedrijf, dat dezelfde naam draagt als het product, nog drie type andere vrachtfietsen aan: eentje speciaal bedoeld voor het vervoer van meerdere kinderen, een met een open laadbak, en een tweezitter met een transportbak die geschikt is voor het vervoeren van vrachten of een sightseeing tour.”Langzaam komen we erachter dat er verschillende type toepassingen te maken zijn van de vrachtfiets”, zegt Geerinckx. “Het is een evolutionair proces, dat vooral in gang wordt gezet door de feedback van bedrijven die belangstelling tonen en zich afvragen of wij niet een speciale fiets voor ze kunnen maken.” Daaraan voegt de ondernemer toe dat hun bedrijf alle fietsen modulair opbouwt, zodat de afnemer kan wisselen tussen verschillende functionele ontwerpen.

Vanuit het kantoor van Dnamo en de werkruimte van de RDM Campus bouwt Vrachtfiets rustig verder aan zijn fiets en zijn netwerk aan leveranciers, distributeurs en afnemers. Niet alleen in Nederland. “Dit wordt gewoon een Hollands exportproduct”, denkt Geerinckx, die graag naar New York wil met de fiets. “Ik was laatst op een conferentie in Brussel en toen kwam heel vaak New York ter sprake als voorbeeld van een stad die steeds meer fietspaden aanlegt. Intussen kunnen wij als Nederlandse bedrijf ons goede reputatie rond fietsen blijven benutten.” Sminia voegt daar aan toe dat Vrachtfiets zich op de zakelijke markt zal blijven richten, al komt hun product via het verhuurmodel van sommige klanten uiteindelijk in handen van de consument.

 

Yummm!

Startup Yummm! Concepts toont maar weer eens dat een broer en zus zakelijk een prima tandem kunnen vormen. Precies twee jaar geleden begonnen ze met het bedrijf, dat onder de merknaam YUNO verantwoorde snacks en zoetwaren voor kinderen ontwikkelt. “Over een paar jaar mikken we op 7 miljoen euro omzet.”

Kinderconsumenten vormen al jaren een lucratieve doelgroep. Meer dan vier miljoen mensen bevinden zich in de leeftijdscategorie tot 12 jaar. Uit cijfers blijkt ook dat negen op de tien kinderen bij de boodschappen een aankoop voorstelt. Bijna negen op de tien ouders honoreert zo’n voorstel. Yummm! geeft ouders nog een laatste zetje door gezonde snacks aan te bieden. Sinds kort zijn de vier soorten snacks van de startup niet alleen verkrijgbaar bij dierentuinen, maar ook op de kassameubels van 150 PLUS supermarkten. Een doorbraak, die Yummm! een beslissend voordeel kan geven ten opzichte van een handjevol concurrenten.

“Eigenlijk is ons bedrijf uit persoonlijke frustratie ontstaan”, zegt Annemiek Vogel, naast haar broer Tom de oprichter van Yummm! Concepts. “Als we naar een pretpark of andere recreatiegelegenheid gingen met de kinderen, dan konden we alleen patat en suikerspinnen krijgen”. Dat er tot twee jaar terug bijna geen gezonde snacks voor kinderen te vinden waren, is eigenlijk een gek gegeven: de schaalbaarheid van de markt is groot. Ligt het ook niet aan de uitdaging om ook een smakelijke gezonde snack te creëren? Een kind is immers over het algemeen nogal een grote lekkerbek. “Dat is inderdaad lastig, maar onze snacks zijn lekker”, beweert Annemiek.

Met een innovatielening van de Rabobank trokken de ondernemers een voedingstechnoloog aan, met wie ze onder meer groentechips en fruitsnoep zonder kunstmatige toevoegingen ontwikkelde. Met de hulp van een marketeer en een verpakkingsdesigner werkten Annemiek en Tom Vogel vervolgens aan de juiste uitstraling van hun producten, zodat de interesse van kind en ouder sowieso gewekt wordt. Daardoor ontstond onder meer mascotte YUNO.

Participatiemaatschappij

Sinds september 2010 maakte de markt langzaam kennis met de snacks, maar dat ging niet dermate snel dat de ondernemers zonder extra investering konden overleven. Ze dwongen eerst nóg een banklening af, waarna het duo afgelopen maart zijn sales- en marketingbudget voor langere tijd wist veilig te stellen met het binnen halen van groeikapitaal van PPM Oost, een participatiemaatschappij die momenteel met een totaalbedrag van 110 miljoen euro aan overheidsgeld in bedrijven kan investeren. In het geval van Yummm! werkt PPM Oost weer samen met Van Dijk Investments dat ook een belang heeft in het bedrijf.

Zaak is nu om samen met investeerders zo snel mogelijk voor schaalvergroting te zorgen. Van de 320 afzetlocaties die Yummm! nu heeft, wil het snel een echt dominante marktpositie over heel Nederland krijgen. Vanaf het eerste kwartaal 2012 zijn we via een aantal grote retailers verkrijgbaar en vanaf 2013 willen we ook naar het buitenland. Daarom staan we volgend jaar ook op de grootste internationale zoetwarenbeurs in Keulen, om de interesse onder potentiële buitenlandse afnemers af te tasten. Binnen een aantal jaar willen we naar een omzet van 6 à 7 miljoen euro”, aldus de onderneemster, die nu schat dat er dit jaar zo’n 180.000 snacks over de toonbank gaan. De vier varianten die Yummm verkoopt, hebben een prijsrange tussen de 80 en 125 eurocent.  “Wij verkopen portieverpakkingen en nog geen grote zakken. We zitten qua prijs net iets boven het marktgemiddelde.”

Een fulltime vertegenwoordiger, die nu zeven maanden in dienst is, commercials op Nickelodeon, sponsoring van diverse grote kinderevenementen zoals het ‘Hits for Kids’ concert, social media en de landelijke intocht van Sinterklaas, moeten de naamsbekendheid verder verhogen. Intussen opereert de startup nog altijd rustig vanuit Dnamo, al heeft het sindskort ook een tweede kantoor in de Foodvalley nabij Wageningen. “Wij zijn hier de allereerste starter en we hebben het nog steeds erg naar onze zin. Je merkt dat de wat jongere bewoners vaak bij ons voor advies te raden gaan.”

 

Dnamo

Twee trends zijn zichtbaar in onderwijsland: spelend leren en werken in groepen. Afgaande op tools als ‘serious games’ en Blackboard lijken deze ontwikkelingen slechts lokaas te vormen voor online startups, maar het nog jonge Be Involved weet er juist offline zijn business op te baseren.

Het bedrijf is sinds april op de markt met de verkoop van bundels met educatieve bordspellen. “We richten ons vooral op het voortgezet onderwijs maar maken ook producten voor beroepscursisten”, vertelt Guus Meijer, die met Kees Meershoek het founding team vormt. Wie een blik werpt op alle spellen, ziet ook dat het duo voor uiteenlopende onderwijsdoeleinden een product heeft bedacht: met ‘Prijzenoorlog’ ervaren leerlingen een oligopolistische marktvorm en met ‘Aan bod’ maken leerlingen in een rollenspel kennis met de vraag- en aanbodcurve.

Voor een geheel andere doelgroep heeft Be Involved de ‘Smart Grid Game’ ontwikkeld, een spel dat je introduceert in de wereld van ‘slimme electriciteitsnetten’. Professionals van een groot consultancy firma speelden er recentelijk mee, zo vertelt Meijer. “Binnen al onze spellen doen spelers samen spelend inzichten en ervaringen op. Deze inzichten en ervaringen worden na het spel gekoppeld aan de realiteit en lesstof. Zo doen spelers vanuit de belevingswereld van het spel ervaringen op welke ze in de echte wereld leren toepassen”, zegt de ondernemer die in een vorig leven leraar was.

Op het eerste oog lijken hun producten de oude tijd te vertegenwoordigen, waarin slechts bordspelen bestonden. Maar Meijer zegt dat hun spellen afgeleid zijn van een inmiddels bekende wetenschap in opmars: serious gaming. Niet voor niets ging er aan de totstandkoming van het bedrijf een studie aan de TU Delft vooraf. “Onze spellen vallen onder deze nieuwe stroming en het zijn zeker geen retroproducten. Juist door onze keuze voor analoog, lokken onze spellen veel sociale interactie uit en nemen wij een behoorlijk unieke positie in de markt in.”

Spelenderwijs onderwijs

Dat Be Involved inderdaad de attentie van scholen kan wekken met zijn spelconcepten, blijkt uit de cijfers: in een half jaar zijn bijna 50 scholen afnemer geworden. Dat komt ook omdat serious gaming als vast lesstofonderdeel is opgenomen in het examenprogramma havo/vwo voor economie. Meijer: “Met onze nieuwste spelbundel spelen we op deze trend in en bieden wij docenten een plug-and-play en volledig pakket. Per ‘consumerende’ leerling betalen onderwijsorganen jaarlijks 5 euro voor een spelbundel. Wie deze leaseconstructie vier jaar volhoudt, wordt eigenaar van de spelen en betaalt daarna niets meer.”

Dit jaar stevent Be Involved op vijftigduizend euro omzet af. Dat bedrag moet volgend jaar verdubbeld zijn. “Het zijn spannende tijden. Uiteindelijk hopen we dat docenten zelf lesmateriaal gaan bedenken, dat wij dan voor ze ontwikkelen”, zegt Meijer.

 

Fotoimpressie van Dnamo en RDM

Een impressie van twintig foto’s van Dnamo en de RDM Campus. Bekijk ook de reportages over Tilburg Innovation Center, Lev Kaupas (Amsterdam), Dutch Game Garden (Utrecht), eFuture (Hilversum), UtrechtInc, Innovation Industries (Almere), BioPartner Center Maastricht, CvJO (Apeldoorn) en Yes!Delft.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Created with flickr slideshow.