Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Lof der luiheid

De Nederlandse economie zit niet in het slop omdat we te weinig werken, maar juist omdat we te veel werken. Er moet meer geluierd worden, zodat de beste ideeën komen bovendrijven.

 

U werkt te hard. Laat u door het kabinet-Balkenende niets anders vertellen; de 55 uur die de Nederlandse manager gemiddeld werkt, is veel te veel. U moet juist minder gaan werken. Veel minder. Hoe wilt u anders de Nederlandse economie er weer bovenop helpen? Door nog meer uren te buffelen? Door de zweep over uw medewerkers te laten knallen? Denkt u dat dat de productiviteit zal verhogen? Denk eens na: wanneer komt u zelf op de beste ideeën? Precies, onder de douche of op een luie zondag. En dat lastige probleem, dat de hele dag al aan uw kop zeurt als een zere kies, wanneer lost u dat op? Meestal als u in de auto naar huis zit. U zit rustig voor u uit te staren naar de eindeloze rij rode lichtjes voor u en laat de dag nog even aan u voorbij trekken. En dan flitst het door uw hoofd: ik had het zo en zo moeten doen. Was dat nou zo moeilijk? Ja. Toen u er middenin zat, had u onvoldoende afstand en kon u het probleem niet in perspectief zien. Nu u even niets anders aan uw hoofd heeft dan een aardig muziekje op de achtergrond lukt dat wel en blijkt het helemaal niet zo onoplosbaar als het leek.U hoeft de problemen van de minister van Economische Zaken Brinkhorst niet op te lossen, begin maar met die van uzelf. Maar zijn probleem is ook uw probleem: er wordt te weinig nagedacht in Nederland. We zijn allemaal gevangen in de ratrace van steeds meer en meer en dat steeds sneller en sneller en hebben geen tijd om afstand te nemen. Om te mijmeren, om dingen te laten bezinken en op hun plaats te laten vallen. En om vervolgens ruimte te maken voor de ingeving, die ene gedachte waardoor die olifant opeens een mug blijkt te zijn. Of dat ene gouden idee waarmee u de wereldmarkt kunt veroveren. 

Hangmatten

Kent u het verhaal van Ricardo Semler? De titel van zijn boek Het weekend van zeven dagen spreekt u vast wel aan. En u kent wellicht ook de verhalen over zijn machinefabriek Semco, waar medewerkers in hangmatten inspiratie opdoen, hun eigen salaris en werktijden bepalen en waar zelfs de directeur geen eigen kantoor heeft. Misschien heeft u iemand tijdens een borrel eens horen vertellen dat het bedrijf het desondanks toch heel aardig doet. Dat kan alleen in Brazilië, denkt u vast. Misschien. Maar u zou zich toch eens moeten verdiepen in hoe Semler tot zijn opmerkelijke inzichten kwam. Semler was ooit namelijk net als u. Hij maakte dagen van zestien uur, hij vloog de hele wereld over om zijn machinefabriek uit het slop te halen. Totdat hij op een dag, terwijl hij een rondleiding kreeg door een pompenfabriek in het oosten van de Verenigde Staten, onderuitging. Letterlijk. Plat op de fabrieksvloer. Eenmaal bijgekomen ging Semler gewoon naar zijn volgende afspraak, maar de volgende dag liet hij zich voor de zekerheid toch uitgebreid onderzoeken in een kliniek in Boston. Volgens de artsen had Semler niets, maar als hij zo door zou gaan, zouden ze hem binnenkort kunnen verwelkomen op de gloednieuwe hartafdeling van de kliniek. Semler kreeg een rondleiding. De arts liet Semler zien hoe mooi de afdeling was geworden en zei dat hij het er zeker naar zijn zin zou hebben.In de maanden daarna besloot Semler zijn leven beter in balans te brengen en datzelfde te doen voor zijn medewerkers, zonder dat dat natuurlijk ten koste mocht gaan van het bedrijf. Tot zijn eigen verbazing en opluchting bleken beide doelstellingen niet haaks op elkaar te staan, maar elkaar juist te versterken. Hoe meer vrijheid zijn medewerkers kregen om hun eigen werktijden vast te stellen, hoe productiever en loyaler ze werden, en hoe beter Semco draaide. Sindsdien luidt de boodschap van Semler aan iedereen die het maar horen wil: behandel volwassen medewerkers niet als kleine kinderen. Geef ze vertrouwen en inspraak in hoe zij hun werk willen inrichten, en uw beloning zal groot zijn. 

Vakantie

Tja, denkt u dan, mooi verhaal, maar dat kan niet bij ons. De aandeelhouder eist dat wij elk jaar beter presteren. Mijn targets worden elk jaar naar boven bijgesteld, om die te halen moet ik erbovenop zitten. Ik kan zelfs niet eens een weekje met vakantie, want dan loopt de boel in het honderd. Ik moet hoe dan ook altijd bereikbaar zijn. Denkt u echt dat het helpt als u erbovenop zit? Denkt u dat uw medewerkers harder gaan werken als u steeds over hun schouder meekijkt? Ja, misschien als u kijkt, maar wat doen ze als u even niet kijkt? Dat weet u niet, nee. Maar hoe vindt u het zelf dat uw baas ú steeds maar weer aanspreekt op de laatste, teleurstellende cijfers? Ja, we zitten onder begroting, maar de markt zit ook niet mee. We hadden pech met die deal in Groningen, en nee, die post komt voor rekening van marketing, daar wil ik niets mee te maken hebben. U verzint excuses. Maar denkt u dat dat helpt? De Israëlische managementconsultant Eliyahu Goldratt heeft een interessante theorie over efficiëntie. Volgens Goldratt is de jarenlange wedloop van bedrijven naar kostenreductie een doodlopende weg. Er komt namelijk een moment dat alle overbodige kosten uit het productieproces zijn gesneden en je niet verder kunt bezuinigen omdat anders het bedrijf simpelweg ophoudt te bestaan. Bovendien leidt de eenzijdige focus op kosten en efficiëntie tot suboptimale processen: ook al draaien alle machines in een fabriek nog zo efficiënt, dat wil nog niet zeggen dat de fabriek als geheel ook efficiënt is. Goldratt is van oorsprong natuurkundige en hij ontleent zijn denken over bedrijven aan de complexiteitstheorie uit de natuurkunde. Hoe gaan we normaal om met complexiteit in bedrijven? We knippen ze op in deelproblemen of afdelingen. De prijs die we daarvoor betalen is echter hoog, want we hebben te maken met afstemmingsproblemen, met ‘silodenken’ en ‘lokale optima’. In een bedrijf hangt alles met alles samen. Als de afdeling inkoop zit te slapen, kan de productie niet aan de slag, als marketing zijn werk niet goed doet, blijft het bedrijf zitten met onverkoopbare producten. Hoe meer verbindingen er zijn, hoe complexer een bedrijf, maar ook hoe makkelijker het is te managen, stelt Goldratt. De natuurkundige zoekt namelijk naar dat ene element dat het systeem als geheel kan beïnvloeden. 

Wekelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Roman

In zijn romanachtige boeken stelt Goldratt een fundamentele vraag: wat is eigenlijk het doel van een onderneming? Winst maken, zult u zeggen. En winst is omzet min kosten, dus die kosten moeten we wel degelijk in de hand houden. Fout, zegt Goldratt. Het doel van elke onderneming is geld genereren. Is dat niet hetzelfde als winst maken, dan? Niet helemaal. Een bedrijf kan winst maken en toch geen geld genereren. Omdat er bijvoorbeeld een gigantische investering tegenover staat. Door zich te richten op het genereren van geld als doel van zijn onderneming, krijgt de hoofdpersoon van Goldratts boek Het doel, Alex Rogo, het gehele bedrijfsproces in het vizier in plaats van zich blind te staren op losse onderdelen. Want wat bepaalt hoeveel geld een fabriek genereert? De doorvoer, de prestatie van de gehele fabriek en niet van afzonderlijke onderdelen. Rogo kan zich vervolgens volledig concentreren op dat onderdeel dat de maximale doorvoer hindert, de bottleneck. Uiteindelijk bepaalt de zwakste schakel in de keten de maximale doorvoer. Dus om die te verbeteren, volstaat het de zwakste schakel te versterken. Klinkt te mooi om waar te zijn, vindt u niet? Alleen toepasbaar op productiebedrijven, denkt u wellicht. Daar heeft Goldratt zijn theorie inderdaad in eerste instantie wel voor ontwikkeld, maar in zijn latere boeken laat hij zien dat zij ook opgaat voor andere bedrijven. Het interessante aan Goldratt is ook niet zozeer zijn theory of constraints, zijn theorie van de bottlenecks. Hij wil de lezer zelf aan het denken zetten, een stapje terug laten doen, afstand nemen van de dagelijkse beslommeringen en laten nadenken over waar het echt om draait. Rogo ziet het licht tijdens een wandeltocht met zijn zoon en vijftien andere padvinders. In zo’n groep is er altijd een de langzaamste (de bottleneck). Die raakt dus ook voortdurend achterop. Totdat Rogo hem voorop zet, want de prestatie van de gehele groep wordt bepaald door de zwakste schakel.

Cynisch

 Deze zomer verscheen in Frankrijk het boek Bonjour Paresse van Corinne Maier. Het boek, dat in het Engels is vertaald met de titel Hello Laziness!, is een oproep aan werknemers om het vooral rustig aan te doen. Om net voldoende uit te voeren om iedere maand loon te kunnen opstrijken, maar ook niet meer dan dat. Waarom zou je je inzetten voor iets waar je volstrekt niet in gelooft, zo vraagt de Franse econome en psychoanalytica zich af. Ga liever leuke dingen naast je werk doen! Maier schetst een buitengewoon cynisch beeld van het bedrijfsleven. Bedrijven hebben het helemaal niet zo goed voor met hun werknemers als ze hen willen doen geloven. Managers zeggen dat hun werknemers hun belangrijkste kapitaal vormen, maar handelen daar volstrekt niet naar. Voor hen zijn werknemers objecten, die bij de minste of geringste tegenwind worden afgedankt. Ze zeggen dat ze eigen inbreng en creativiteit waarderen, maar verwachten vooral gehoorzaamheid. Het leven op de werkvloer is in de optiek van Maier een aaneenschakeling van zinloze vergaderingen en het uitvoeren van taken onder het niveau van de meeste werknemers. “Ik hoop dat mensen vooral iets doen waarvoor ze echt een passie voelen,” zei Maier naar aanleiding van haar boek in de Volkskrant. “Werken voor een groot bedrijf hoort daar maar zelden bij.” “Waarom zou je je creativiteit gebruiken voor iets waar je niets om geeft?” vroeg ook Jim Collins onlangs in dit blad. Goede vraag. Het leven is te kort, vindt de Amerikaanse managementgoeroe. Als je niet voldoende geeft om je werk of het bedrijf waarvoor je werkt om er iets uitzonderlijks van te maken, ga dan iets anders doen. “Het nastreven van excellentie is het antwoord op de vraag hoe we met een wereld moeten omgaan die willekeurig en zinloos lijkt. We kunnen iets moois en uitzonderlijks maken van onszelf, ons bedrijf of de overheid. Zo geven we betekenis aan een zinloos bestaan. Dat is wat ons menselijk maakt.” Zie hier de verschillen tussen een Europeaan en een Amerikaan. Waar Maier zich bij de zinloosheid van het werkende bestaan neerlegt en pleit voor een actieve vorm van luiheid, weigert Collins hieraan toe te geven en roept hij zijn lezers op om zelf hun leven ter hand te nemen. Als je niet gelukkig bent met je werk, ga dan iets anders doen! Iets waar je wel in gelooft. Waar je geïnspireerd door bent. En maak ook van je werk iets bijzonders. Want dat neemt toch een groot deel van je leven in beslag, het zou jammer zijn om dat te verspillen. Peter Bakker heeft een droom. Hij wil honger de wereld uithelpen. Om daar een bijdrage aan te leveren, gebruikt hij zijn positie als bestuursvoorzitter van TPG in een samenwerking met het World Food Programm. En inspireert hij en passant de medewerkers van zijn bedrijf om verder te kijken dan hun comfortabele leven lang is. Natuurlijk doen we daar als rechtgeaarde nuchtere Hollanders heel cynisch over, en natuurlijk baalt de postmanager als in zijn targets staat dat hij iets aan het goede doel moet doen. Maar zouden we niet stiekem allemaal voor een bedrijf als TPG willen werken? Willen we niet allemaal voor een bedrijf werken dat meer in zijn mission statement heeft staan dan winst maken? Willen we niet allemaal verschil maken in dit leven? Wat is uw droom? Waardoor wordt u geïnspireerd om dat wat u doet tot iets bijzonders te maken? Wij wensen u een inspirerende kerst toe.