Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Fresh: Allochtone vrouw moet de boer op. Onderneming als emancipatie

Vrouwelijke allochtone ondernemers genereren hun eigen inkomen, emanciperen en zorgen voor het vitaliseren van probleemwijken. De belangstelling is groot.

Adriana Hoogma is een Argentijnse tuinarchitecte. Drie jaar geleden begon ze voor zichzelf. “Ik heb kleine kinderen thuis en dit leek me een ideale manier om voldoende tijd met ze door te brengen. Mijn hart ligt bij tuinarchitectuur, maar ik wilde niet in loondienst gaan omdat dit lastig te combineren is. Dus nee, ik ben geen geboren ondernemer. Maar het bevalt me nu uitstekend.”

 

Hoogma past perfect in de theorie van Forum, het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling in Utrecht. Een eigen bedrijf moet het aantal werklozen onder etnische minderheden terugbrengen. De bezorgdheid van Forum komt voort uit de arbeidsparticipatiecijfers. Van de autochtone vrouwen tussen de 15 en de 64 jaar heeft 58 procent een betaalde baan, tegenover 55 procent van de Surinaamse, 30 procent van de Turkse en 23 procent van de Marokkaanse vrouwen. Die verschillen komen door het gebrek aan erkenning van vaardigheden, slechte inburgering of onvoldoende waardering van diploma’s.

 

Als het aan Programmamanager Zeki Arslan van Forum ligt, moet de motivatie van het vinden van werk niet stoppen bij een afwijzingsbrief. Vrouwen moeten hun eigen baan creëren, door zich te vestigen als ondernemer. “Zo zijn ze minder afhankelijk van hun man en kunnen ze emanciperen. Ook is een eigen zaak beter te combineren met het gezin. En dat vinden deze vrouwen heel belangrijk,” legt Arslan uit. “We zijn nog in de opstartfase van dit project, maar merken dat de belangstelling groot is. We hielden recentelijk een bijeenkomst waar we zestig vrouwen verwachtten. Dat werden er tweehonderd. Het aantal dames was divers; van Surinaamse twintigers die in de zakelijke dienstverlening willen beginnen tot een Turkse oma van 63 die kookcursussen wil gaan geven. Ze kwamen op de bijeenkomst af omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen.”

 

Prachtwijken

Volgens Arslan gaan veel vrouwen naar het gemeentehuis, naar de afdeling Welzijn. “Ze weten niet dat ze naar de Kamer van Koophandel moeten. Of hoe ze een ondernemersplan moeten schrijven. En ook met de boekhouding kunnen ze hulp gebruiken.”

 

Arslan geeft toe dat initiatief nemen voor ondernemers een must is. “Als je ze vergelijkt met een Nederlandse ondernemer zijn er wel verschillen. Deze vrouwen beginnen geen eigen zaak uit een bepaalde ambitie, maar om te zorgen voor brood op de plank.”

 

Naast het creëren van werkgelegenheid heeft Arslan een andere reden om allochtone vrouwen aan een eigen bedrijf te helpen. “Dit komt de probleemwijken ten goede. In Nederland hebben we veertig slechte wijken, de zogenaamde Prachtwijken. Deze moeten opgeknapt worden en wij menen dat ondernemerschap hieraan kan bijdragen. Denk maar aan de komst van bedrijfsverzamelgebouwen, de hogere inkomens en de jeugd die zich kan inspireren door alle bedrijvigheid in hun omgeving.”

 

In april wil Arslan met de gemeenten van de Prachtwijken om tafel, om te zien hoe dit project lokaal kan worden opgepakt. Als dit naar wens verloopt, hoopt Arslan in het najaar van 2008 een start te maken met het traject, waarin vrouwen worden begeleid naar een bestaan als zelfstandige. “Zie ons als een navigatiesysteem, een soort TomTom. Wij wijzen de weg, maar op de plaats van bestemming moet de vrouw het zelf doen.”

 

Opbouwen netwerk

Adriana Hoogma volgde een zelfde soort project, maar dan vanuit de Kamer van Koophandel, het Starterstraject. “Op tien dinsdagen kwam alles aan de orde; het ondernemingsplan, marketing, financiën en het opbouwen van een netwerk. Dat laatste is erg belangrijk en ik heb goede contacten opgedaan tijdens de cursus.” Toch zou Hoogma niet deelnemen aan het traject van Forum. “Om je in Nederland te vestigen als ondernemer is het goed om je tussen de Nederlanders te begeven. Pas dan leer je de cultuur kennen en kan je echt gaan inburgeren.”

 

Daar wil Arslan met zijn traject op inspringen, door de vrouwen te koppelen met Nederlandse ondernemers. “Die treden op als een soort mentor, een begeleider voor praktische vragen en advies.” Dat kan voor de ondernemer ook voordelen opleveren, zegt Arslan. “Denk eens aan die ondernemer die graag zaken wil doen over de grens. Dan is het handig om iemand te kennen die bekend is met de taal en cultuur. En dat komt de hele economie ten goede.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

 

Auteur: Agnes Hofman