Dit is het tweede en laatste deel in een serie over (beurs)bubbels. Sprout gaat op zoek naar de bron van alle gekte rondom beursbedrijven. Waarom geloven we iedere keer dat groei oneindig is en dat leiders van nieuwe bedrijven ons rijk gaan maken?
Oh, wat is het toch verleidelijk om straks wat aandelen van Facebook te kopen als ze verhandelbaar worden. Of misschien denk je: als ik nu toch nog een paar stukjes Groupon, LinkedIn of Zinga oppikt dan heb ik goud in handen? Want de aandelen van zulke veelbelovende techbedrijven, waar iedereen het over heeft, die kunnen toch niet stuk. Iedere tijdperiode heeft zijn eigen boeven aan de beurs, degene die er rijk van worden, zijn niet de mensen die na de IPO (intitial public offering) de stukken verdelen. We duiken daarom de komende weken de geschiedenis in en presenteren voorbeelden van bubbels op beurs.
Britse spoorwegmanie
Waar het nu social media het toverwoord is, was staal dat op de beurs in de vroege negentiende eeuw. De plek waar de bubbel in spoorwegaandelen plaatsvond was Engeland. De industriële revolutie begon er goed op gang te komen toen de Britse regering ook besloot om de wetgeving rondom beursbedrijven te versoepelen. Het zorgde voor een hype rondom spoorwegbedrijven. Niet alleen met de bouw ervan viel geld te verdienen, ook bood het ontsluiten van geografische gebieden nieuwe kansen voor bedrijven, die dus weer hot picks werden onder beleggers. De persoon die in Groot-Britannië synoniem is geworden voor de volledig uit de hand gelopen aandelenmanie is George Hudson. Hij was een zakenman afkomstig uit York en een van de grootste promotors van spoorweginvesteringen. De ondernemer had op een bepaald moment bijna een derde van spoorwegen in handen. Hij moest het land uitvluchten nadat de bubbel knapte en zijn bedrijven failliet gingen. Ook in deze bubbel speelden de media een dienende rol. Door kranten, destijds een nieuw massamedium, werden publieke figuren als Hudson op een voetstuk geheven. Maar de grootste voedende factor was waarschijnlijk het laissez fair-beleid van de Bitten. Banken hielpen mee aan het financieren van nieuwe aandelen. Zo kon dus ook de minder vermogende man meedoen. Beleggers hoefden maar 20 procent van de investeringen op te hoesten. Die dachten namelijk dat ze hun aandelen makkelijk met hoge winsten konden doorverkopen. Beleggers werden ook enthousiast gemaakt via hoge dividenden. De drie grootste bedrijven betaalden winstuitkeringn van 10 procent per aandeel uit. In 1845, sommige aandelen waren met meer dan 500 procent gestegen in dat jaar, knapte de bubbel toen aan het licht kwam dat Hudson en andere gelukszoekers met voorkennis handelden en de cijfers op poetsten. Het zorgde ervoor dat veel Britten hun spaarcenten zagen verdampen.
Poseidon
Hoe een bedrijf soms een ware gekte kan doen losbarsten…In 1969 was er een tekort aan nikkel. Als gevolg van Vietnam-oorlog was er een grote vraag naar de grondstof en de grootste mijnbouwer in de wereld die in behoefte moest voldoen werd geplaagd door arbeidsstakingen. Dan stuit Poseidon, een tot dat moment onbeduidende Australische mijnbouwer, op een nieuwe bron van nikkel nabij het stadje Windarra, in het westen van Australië. Het deed beleggers watertanden. In begin van september werden de aandelen nog verhandeld voor 0,80 dollarcent. Kort nadat bekend werd schoot de prijs van het aandeel omhoog naar 12,39 dollar. Het nieuws van de vondst zorgde voor enorme speculatie, want zonder dat bekend was hoe groot de nieuwe mijn was en in hoeverre het zou gaan bijdragen aan de inkomsten van het bedrijf, ging het aandeel in de daarop volgende maanden door het dak. De gekte deed speculanten vervolgens op de aandelen richten van allemaal andere bedrijven die met mijnbouw te maken had. Dit zorgde weer voor nieuwe beursintroducties van bedrijven. Aan het feest kwam echter snel een einde, want in februari van het 1970 knapte de bubbel. Vlak daarvoor piekte de voormalige pennystock van Poseidonop een bedrag van 280 dollar per aandeel. Als een aandeel zo zwaar overgewaardeerd is dan kan is de beste negatieve bericht voor een verkoopgolf zorgen. En dat is wat er gebeurde. Toen de mijn in productie kwam bleek de kwaliteit van de nikkel tegen te vallen en zorgde de eerste verkooporders die daarop volgenden vonden snelle val van het aandeel.Er zijn mensen heel rijk, maar ook heel arm geworden door de korte hype rondom het mijnbouwaandeel. Poseidon werd in 1976 uiteindelijk van de beurs gehaald.
Samuel Insull/Insull Utilities Investment Inc.
Orson Welles zou zijn beroemde film Citizen Kane op de magnaat Samuel Insull hebben gebaseerd. De man, die hier op de foto tijdelijk de gevangenis in moest, was enorm populair in de jaren twintig en dertig. Na de crash op Wall Street in1929 kwam hij symbool te staan voor alles wat er mis ging in de financiële wereld.
De in Londen geboren zakenman verhuisde op 21-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten om daar als clerk voor Edison te werken. Hij groeide uit tot een van de machtigste zakenmannen in de Verenigde Staten – hij stond onder meer aan de wieg van General Electric. In de jaren twintig kocht hij steeds meer kleine elektriciteitsbedrijven op en stopte die in een holding en gaf aandelen uit die door duizenden particuliere beleggers werden gekocht. Want wat was er immers veiliger dan investeren in het publieke elektriciteitsnetwerk?
Zijn energie-imperium stond voor 500 miljoen dollar in de boeken en was voor meer dan 95 procent met vreemd vermogen gefinancierd. Als gevolg van de crash op de beurs ging het helemaal mis met zijn bedrijf. Hij bleek aandeelhouders en accountants te hebben voorgelogen. Zo’n 600.000 mensen zagen hun pensioen, dat ze in aandelen-Insull hadden geënvesteerd, in rook opgaan.
Mississippi Bubbel

Hij was misschien wel de Victor Muller van begin 18de eeuw. John Law was een inventieve Schotse bankier die met flair iedereen om zijn vingers wist binden. Hij wist in ieder geval de Fransen allemaal zo gek te krijgen hun spaarcenten in de zogeheten Mississipi Company te steken. De Franse economie kon wel een nieuwe belofte gebruiken en die diende zich aan in het prachtige prospectus van Law. In het door de Fransen veroverde Amerikaanse gebied, het tegenwoordige Lousiana, zouden de koloniale rijkdommen voor het oprapenen liggen. De manier waarop Law het aanpakte stond model voor de latere South Sea Company, de utlieme malafide samenwerking tusseb overheid en banken. Wat we nu een wild speculerend hedgefonds noemen heette toen de Mississpi Company. Het bedrijf kreeg in ruil voor het opkopen van staatschulden een handelsmonopolie in de kolonie. De belangrijkste Franse bank, waar Law als adviseur van de koning de leiding over kreeg, droeg zijn steentje bij door investeerders op krediet aandelen te laten verschaffen. Op een zeker moment kreeg hij zelfs de controle over alle staatsfinanciën, waarop hij zijn Mississipi Company ook nog eens de rechten gaf belastingen te innen. Het gelddrukken hield een keer op. Toen in 1720 een aantal beleggers liever hun bij bank begonnen in te ruilen voor goud en harde munten ontstond er een bankrun. Die deed het hele inmperium binnen enkele maanden in elkaar klappen. Law moest het land uitvluchten en stierf zes jaar later aan een longonsteking, zonder ook maar een cent te kunnen nalaten.

De Tulpenmanie
We sluiten af met de bubbel aller bubbels, de Tulpenmanie. En ja, die vond in Nederland plaats. Het was tijdens de Gouwen Eeuw toen Nederland nog als handelsnatie een postitie in de wereld in nam zoals nu Amerika dat doet. Rondom de Verenigde Oost-Indische Compagnie werd de eerste effectenbeurs ter wereld opgericht in 1602. De speculatie rondom tulpen vond echter buiten de beurs plaats. Waar instutionele beleggers tegenwoordig hun derivaten verhandelen in darkpools en andere over the counter -plekken vond de handel toen plaats in de Hollands en Utrechtse kroegen. De tulp was een populaire bloem die uit het Ottomaanse rijk was meegenomen. Rijke burgers wilden ze maar wat graag in hun vensterbanken hebben staan. Waar wij nu allemaal beginnen te kwijlen van de nieuw Mac Book Air, was de consument toen helemaal in de ban van de substiele kleurmotieven waar kwekers steeds weer mee voor de dag wisten te komen. De handel was uitermate geschikt voor speculatie. In de lente werden prijzen afgesproken, in de herfst – als de oogst was geweest- werd er geleverd. In de tussentijd werd er levendig gehandeld in de futurecontracten. De speculanten werden vaak floristen of bloemisten genoemd. Hoewel secundaire handel in futurecontracten in bijvoorbeeld de Staten van Holland verboden was, deden die er ook niet veel aan om het tegen te houden. De windhandel, de naam waaronder het speculeren toen bekend werd, was erg in trek bij kleine zelfstandigen (zoals wevers) die hoopten snel rijk te worden. Op het hoogtepunt van de speculatiegolf in 1637 moest zo’n kleine zelfstandige tien keer zijn jaarsalaris neerleggen voor een tulpenbol. In februari van dat jaar stortte de handel in. Een handelaar in een Haarlemse kroeg kreeg zijn futures die dag niet verkocht. Dat maakte speculanten nerveus. Toen er een verkoopgolf ontstond dan liep de bubbel heel weer snel leeg.
Lees ook het eerste deel over bubbels



