Het is eindelijk zo ver. Bij LionVolt in Eindhoven komen straks de eerste batches lithium-metaal-anodes van de lopende band. Klanten in de drone-industrie, luchtvaart, consumentenelektronica en automotive staan te springen om wat de technologie van de startup belooft: een batterij die twee keer zoveel energie opslaat bij hetzelfde gewicht, en lang genoeg meegaat om in de praktijk te worden toegepast.
Handmatige productie voorbij
Met een eigen cleanroom, een droogkamer en de eerste productielijn in Brainport Industries Campus is het bedrijf van ceo Kevin Brundish nu de fase voorbij waarin de anodes nog met de hand werden gemaakt. Door medewerkers die hun handen in een glazen schoenendoos moesten steken. ‘We zijn nu het lab uit. Dit is echte productie, onze klanten kunnen onze techniek nu in de praktijk testen.’
De schaal waarop LionVolt produceert blijft voorlopig beperkt – bewust. ‘We gaan in stappen van kilowattuur naar enkele tientallen kilowattuur naar tientallen megawattuur. Per jaar, hè? Een auto heeft een accu van ongeveer 50 kilowattuur. We zitten dus pas op een fractie wat nodig is. Maar het is belangrijk om stap voor stap naar een grotere schaal te gaan, in plaats van meteen in te zetten op grootschalige productie. Je kunt die sprong wel wagen, maar het is moeilijk om het hele productieproces stabiel te krijgen.’

Les uit het Northvolt-debacle
Kijk maar naar wat Northvolt overkwam, de Zweedse scaleup die gigafabrieken zou neerzetten om de Europese auto-industrie te verlossen van een grote hoofdpijn: voor de noodzakelijke elektrificatie van auto’s waren ze afhankelijk van Azië.
Europa had dringend behoefte aan een eigen batterijsector, als tegenwicht voor Japan, Zuid-Korea en vooral China. Ondanks miljardeninvesteringen en staatssteun haalde Northvolt tot zijn faillissement in 2025 nooit de gedroomde productiecapaciteit van 16 GWh – die bleef steken op een schamele 0,05 procent daarvan.
Re:Europe

Europa wankelt? Tijd voor een nieuw perspectief.
Er wordt veel gesproken over de kwetsbare positie van Europa. Innovatie lijkt elders sneller te gaan. Geopolitieke verschuivingen zorgen voor onzekerheid.
Maar laten we niet vergeten: onze eigen economie heeft alles in zich om te concurreren op wereldschaal. Daarom introduceren we Re:Europe – een dossier over de kracht van Europese innovatie.
Hierin brengen we de verhalen van ondernemers, wetenschappers en denkers die laten zien dat Europa wél vooruitgaat. Dat we hier oplossingen creëren die ertoe doen. En die Europa minder afhankelijk maken van de rest van de wereld met haar economie, (digitale) infrastructuur, energie en industrie.
Northvolt wilde te veel, te snel en te groot. ‘Kijk naar wat het allemaal tegelijk deed: werken aan de chemie van batterijen, de packaging, de recycling zelfs. Elk van die dingen is op zichzelf al moeilijk om goed voor elkaar te krijgen. De buitenwereld beseft te weinig hoe waanzinnig moeilijk batterijproductie is. En helaas had de omgeving te weinig geduld.’
Dat is de les voor andere batterijbedrijven, zegt Brundish. Focus op het productierijp krijgen van je technologie, en doe dat stap voor stap, op weg naar die gigaschaal. ‘Eigenlijk draait dat niet eens zozeer om de deeptech zelf, maar om de fabricage ervan, om het aantrekken en samen optrekken met je afnemers.’
Batterij-anode uit lithium-metaal
De technologie van LionVolt draait om een fundamentele verandering in batterijontwerp. Decennialang ging alle aandacht naar de verbetering van de kathode, de pluspool van de batterij, legt Brundish uit.
‘Maar een batterij is zo goed als de componenten waaruit die bestaat, en de afgelopen jaren werd de anode de zwakste schakel.’ Die anode bestaat al decennia uit grafiet, maar er is nu een stroom alternatieven in ontwikkeling, met twee grote kanshebbers voor de volgende generatie. Dat zijn silicium – het metaal waarop de Nederlandse scaleups LeydenJar en E-Magy inzetten – en lithium-metaal.
Lees ook: Hoe bouw je Europese kampioenen? CuspAI en LeydenJar gaan voorop (en leggen het uit)
LionVolt koos die laatste route. ‘Lithium kan tien keer zoveel energie opslaan als grafiet’, zegt Brundish. Maar waarom schakelde de batterij-industrie dan niet eerder over op dat materiaal? ‘Energie opslaan is niet de enige uitdaging. Je moet de batterij ook keer op keer kunnen opladen en ontladen, binnen een redelijke tijd. De batterij moet ook nog eens tegen aanvaardbare kosten kunnen worden geproduceerd. Dat alles praktisch en technisch werkend krijgen, is de uitdaging.’
Minimaal 50 procent krachtiger
En dat is het geheim van Eindhoven: met technieken uit de in Noord-Brabant florerende chipindustrie kan LionVolt zijn anode zó opbouwen, dat die voldoet aan de eisen rond levensduur en laadsnelheid.
‘We zitten op 350 tot 400 wattuur per kilogram en optimaliseren nog steeds’, zegt Brundish. ‘Ter vergelijking: LFP (lithium-ijzer-fosfaat, red.) haalt 150-160 wattuur per kilo, de beste lithium-ion-accu voor auto’s zit op 280. Wij zitten dus meer dan 50 procent daarboven.’
Een spectaculaire belofte, maar de wereld moet wel even geduld moet hebben voordat er echt elektrische auto’s mee rondrijden. En dat is het dilemma voor partijen als LionVolt en alle concurrenten, van LeydenJar en E-Magy tot een miljardenbedrijf als QuantumScape.
Allemaal ontwikkelen ze anodes die een superbatterij opleveren, maar investeerders en klanten moeten zich realiseren dat er nog veel te doen valt voordat de technologie is ingepast in marktrijpe producten.
Veteraan in de batterijwereld
Dan helpt het dat de Britse Brundish zelf een veteraan is in een industrie die in Nederland in feite piepjong is. Toen hij 20 jaar geleden in de batterijwereld begon, was lithium-ion net de standaard geworden voor consumentenelektronica als laptops en telefoons. Elektrische auto’s waren er nauwelijks.
‘Wat veel mensen niet weten: lithium-ion is oorspronkelijk gebaseerd op Britse patenten, ontwikkeld door de Amerikaan John Goodenough in het VK, samen met een Japanse onderzoeker. Ze hebben er nog de Nobelprijs voor gekregen. Maar zoals zo vaak is de commercialisatie elders gebeurd.’

Nog zo’n dilemma voor veel partijen die aan de batterijen van de toekomst werken: welke plek zoek je op in de productieketen? ‘Ik zag in Nederland een geweldige expertise in materialen en kennis die is opgebouwd dankzij de halfgeleiderindustrie, inclusief het maken van anodes. Maar wat we hier niet hebben, is tientallen jaren ervaring met het maken van complete batterijcellen.’
Eigen fabriek in Schotland
Die expertise is cruciaal, en daarom kocht LionVolt in 2024 een bestaande batterijfabriek in Schotland om ook complete cellen te kunnen leveren. ‘Het is een heel complex proces om goed te doen. Een combinatie van chemische engineering, mechanical engineering en elektronica. Moeilijker kan bijna niet. En dat moet je dan ook nog op hoge snelheid produceren.’
Lees ook: Met LeydenJar jaagt Nederland op een sleutelrol in de Europese batterij-industrie
Ja, LionVolt zou ook zijn anodes los kunnen leveren en de batterij-ontwikkeling aan derden overlaten. ‘Maar stel dat we alleen maar anodes maken en zeggen: we gaan naar een Chinese fabrikant en die stoppen het in hun product. Dan leren zij dus hoe ze dat voor elkaar te krijgen. Dan gebeuren er twee dingen: je hebt al die kennis aan die externe partij overgelaten, en niet in je eigen bedrijf ontwikkeld. Ga ik naar een volgende klant, dan moet die opnieuw leren hoe je de nieuwe anode opneemt in het proces. Nee, we moeten begrijpen hoe we het doen, in plaats van een businessmodel te bouwen op uitbesteding.’
Battery loop of doom
Daarom is de Schotse fabriek zo belangrijk. Hij lost een bekend probleem op in de batterijsector: de battery loop of doom. Startups kunnen in dat geval wel componenten maken, maar geen volledige cellen.
Zonder cellen kunnen ze niet bewijzen dat hun technologie werkt. En zonder dat bewijs krijgen ze geen klanten. ‘Je moet nog de beste toepassing vinden voor je product’, zegt Brundish, ‘Maar ook al opschalen om commerciële tractie te bereiken. Dat is de uitdaging voor veel bedrijven.’
LionVolt focust zich allereerst op de dronemarkt. ‘Dronebedrijven willen kleine batterijen met hoge prestaties, en de innovatie gaat er ongelofelijk snel. Dat maakt het echt tot een ideale lanceringsmarkt’, zegt Brundish. Maar LionVolt heeft ook ‘misschien wel de grootste batterijproducent ter wereld’ en autofabrikanten als klant. Namen noemt de batterij-ceo niet. ‘Ze vertellen ons: wat jullie kunnen is fantastisch, we kregen dit zelf niet voor elkaar.’
Leren van Aziatische batterijmakers
Al met al is Brundish ondanks het debacle met Northvolt helemaal niet somber over de kansen van een Europese batterij-industrie. Je moet het ruim zien. Europa staat al vol gigafactories, al zijn die vaak van Aziatische partijen. Eigenlijk is dat bijna de wereld op zijn kop, Chinezen die met hun fabrieken naar Europa trekken.
Maar volgens Brundish biedt dat juist interessante mogelijkheden. ‘Tesla heeft zijn eigen batterijfabrieken, maar werkte van begin af aan samen met Panasonic. Zo konden de Amerikanen langzamerhand alle kennis die ze nodig hebben over batterijproductie opnemen in hun eigen organisatie. Het probleem in Europa is dus niet dat we hier niet kunnen produceren, we moeten alleen nog leren hóe. Dat kan dus prima, door te leren van de Aziatische spelers.’
Nederland als batterijland in opkomst
Is Nederland dan een goede plek voor batterij-ontwikkeling? Volgens Brundish wel, maar de sector is nog pril. ‘Het is hier heel exciting, maar de sector is nog in opkomst. Nog niet alle stukjes van de puzzel zijn gelegd, omdat we geen twintig jaar lithium-ion ervaring hebben.’
Wat helpt: samenwerking. ‘Individuele kleine startups hebben te weinig massa, politieke invloed of financiële slagkracht om de sector te ontwikkelen, al is een bedrijf als LeydenJar al wat verder op weg dan wij. Een concurrent? Ze doen briljante dingen en ik wil dat ze succesvol zijn. Als zij slagen, krijgt de Nederlandse batterijsector meer aandacht en blijft de politieke steun die we de afgelopen tijd zagen toenemen.’
Geen grote beloftes na Northvolt
Toch nog even die Northvolt-les. ‘We kunnen het ons binnen Nederland niet veroorloven om Northvolt-achtige situaties te herhalen. De uitdaging van onze industrie is dat er grote beloftes worden gedaan die niet worden ingelost. Als je nieuw bent in de sector, loop je door gebrek aan ervaring ook het risico te denken dat het makkelijk is. Maar het mooie van Nederland is dat we de kans hebben om dat niet te doen. Met een solide, gezamenlijke aanpak kunnen we sterk worden op een terrein dat nieuw voor ons is.’
Daar is geld voor nodig, maar natuurlijk ook talent. ‘Aan de materialenkant zijn we heel sterk, onze kennisinstellingen zijn van topniveau maar moeten ook ander talent trainen dat we als industrie nodig hebben. Dat is nog een kip-eiprobleem: waarom zou je mensen opleiden als de sector nog zo klein is?’
Onafhankelijk van China
LionVolt wil voorlopig in Europa blijven met zijn anodeproductie. ‘In Nederland zelfs. Nederland heeft veel sterke technologie en kennis in huis, dus het is gewoon gezond verstand om hier te blijven, zeker met de R&D.’
Het punt is wel: verder opschalen vergt nieuwe investeringen. Tot nu toe haalde LionVolt ongeveer 3o miljoen euro op, bij regionale en landelijke deeptechinvesteerders en via subsidies. ‘We zijn continu bezig met fundraisen. Voor de volgende fase hebben we tientallen miljoenen euro’s nodig en als investeerders in Nederland ons blijven steunen, kunnen we hier verder. Maar buiten Nederland uitbreiden blijft altijd een optie.’
Lees ook: Van LeydenJar tot Elestor en E-magy: Nederlandse batterij-startups kunnen wereldtop worden
Zou Europa wat batterijen betreft ooit onafhankelijk van China kunnen worden? ‘Op dit moment hebben we die kans wel, al zal China wel het antwoord blijven voor partijen die vooral in bulk tegen lage prijzen batterijen nodig hebben. Het is voor ons geen doel op zich, al bewegen we op dit moment die richting op. We moeten als LionVolt vooral daar zijn waar de markt naartoe beweegt.’




