Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom het zo gek niet is om een laatbloeier te zijn

In onze maatschappij ligt er veel nadruk op vroeg presteren en snel carrière maken. Daardoor worden laatbloeiers nog weleens over het hoofd gezien. Volkomen onterecht, zo blijkt.

Michał Bińkiewicz/Unsplash
Je leest nu: Waarom het zo gek niet is om een laatbloeier te zijn

Jong geleerd is oud gedaan. Aan de andere kant: wijsheid komt met de jaren. Laatbloeiers, mensen die pas op hogere leeftijd bepaalde prestaties neerzetten, hebben last van het eerste idee. Zij bewijzen het tweede, pas later kunnen ze hun potentieel laten zien. Er ligt tegenwoordig veel nadruk op zo vroeg mogelijk pieken en zo snel mogelijk carrière maken. Volgens Rich Karlgaard, uitgever van Forbes Magazine en auteur van het boek Late Bloomers, worden we daardoor te snel een bepaalde richting op geduwd. Terwijl het veel beter zou zijn om de tijd te nemen voor onze ontwikkeling en uitgebreid stil te staan bij wat we werkelijk willen. Persoonlijke voldoening wordt te vaak ondergeschikt gemaakt aan professionele prestaties.

Vroege specialisatie

David Epstein, auteur van het populaire boek Range, is van mening dat onze obsessie met specialisatie met name tot uiting komt bij helikopterouders en sommige jeugdsportcoaches. Zij moedigen kinderen – soms op extreme wijze – aan om te presteren, om ergens het allerbeste in het worden. Epstein ziet die vroege specialisatie niet bepaald als een verdienste. Volgens hem zouden we ons juist van jongs af aan veel breder moeten oriënteren. Mensen die dat doen worden door hem generalisten genoemd. In zijn boek toont hij aan dat zij betere verbindingen kunnen leggen en creatiever en flexibeler zijn dan hun meer gespecialiseerde collega’s.

Vaardigheden

Karlgaard zit op dezelfde lijn als Epstein. De druk die kinderen vanuit hun omgeving krijgen opgelegd, werkt volgens hem alleen maar averechts en zorgt voor een toename in stressgerelateerde aandoeningen. Hij wijst er op dat onze hersenen in ontwikkeling blijven en dat sommige vaardigheden pas op latere leeftijd goed tot uiting komen. Zo bleek uit onderzoek dat er rond je twintigste een piek is in de synaptische verwerkingssnelheid en het werkgeheugen. Karlgaard: ‘Dat zijn de vaardigheden die je nodig hebt om bijvoorbeeld een geweldige softwareprogrammeur of een succesvolle beurshandelaar op Wall Street te zijn.’

Pas later, als we in de 30, 40 of 50 zijn, komen de diepere patroonherkenning, empathie en communicatieve vaardigheden in het spel. Eigenlijk alles wat je nodig hebt om een effectieve leider te zijn. Vaardigheden die we onder de noemer ‘wijsheid’ zouden kunnen scharen, komen zelfs nog later om de hoek kijken, namelijk wanneer we in de 50, 60 en 70 zijn. Karlgaard ziet een curve voor zich: ‘Je begint als technisch specialist als je jong bent, vervolgens groei je door naar een managementpositie en daarna word je een soort mentor en coach. Ik vind dat erg bemoedigend. In onze haast om vroeg te pieken, zijn we blind voor dat bemoedigende deel.’

Verwachtingen

Je hoeft je dus nergens voor te schamen als je een laatbloeier bent. Misschien heb je in je jeugd altijd het gevoel gehad dat je aan bepaalde verwachtingen moest voldoen en heb je je daardoor niet kunnen ontwikkelen in de richting die echt bij jou past. Misschien heb je gewoonweg niet voldoende tijd gehad om te ontdekken wat dan datgene is dat goed bij jou past en wat jouw passies zijn. Het goede nieuws is dat het nooit te laat is om te leren. Er zijn vele, bekende en onbekende mensen, die op latere leeftijd hun weg hebben gevonden. Zij hebben hun eigen unieke gaven, passies en talenten ontdekt en weten hoe ze hun volledige potentieel kunnen benutten.

Leven lang leren

Carolien van Bergen, programmadirecteur van HOVO Amsterdam aan de Vrije Universiteit, is er dan ook van overtuigd dat mensen hun leven lang leren en ontwikkelen. ‘Ik vind het vreemd dat de overheid definities voor scholing hanteert tot het 65ste levensjaar. Volgens die definities houdt het leven lang leren daarna op. Maar je moet er toch niet aan denken dat mensen zich daarna niet meer willen laten onderwijzen. Dat heb je ook gewoon nodig om je mens te blijven voelen.’

Om te laten zien dat ouder worden geen grijs verval hoeft in te houden, schreef Van Bergen samen met enkele collega’s de verkennende bundel Laatbloeiers. Hierin worden worden verschillende bekende laatbloeiers geportretteerd, waaronder Golo Mann (de zoon van Thomas Mann), Immanuel Kant, Arthur Shopenhauer, Charles Bukowski, Johan Thorbecke en Anna Komnena. De auteurs kozen voor deze markante persoonlijkheden omdat zij pas na hun 50ste tot hun bijzondere prestatie of productie kwamen. Hun uitgangspunt was dat ‘een laatbloeier iemand is die op latere leeftijd zijn of haar beste kunstwerken heeft gemaakt, is gedebuteerd met een verpletterende roman, een bijzondere wetenschappelijke ontdekking heeft gedaan of filosofisch inzichten heeft opgedaan die niet mogelijk waren geweest zonder de levenservaring die eraan vooraf ging’. Soms vonden deze mensen pas op latere leeftijd de erkenning die hun doorbraak mogelijk maakte, soms kwamen ze na een periode van vergetelheid of onproductiviteit alsnog tot bloei.

Zelfvertrouwen

Als je een laatbloeier bent, hoeft dat dus helemaal niet te betekenen dat je al die tijd hebt stilgezeten. Van Bergen: ‘Integendeel. Kijk maar naar bekende leiders als Ronald Reagan of Vaclav Havel, de oud-president van Tsjecho-Slowakije en Tsjechië. Havel was van oorsprong dichter en toneelschrijver en Reagan was acteur. Zij werden pas op latere leeftijd echt succesvol in de politiek.’

Natuurlijk zijn er ook veel mensen die op latere leeftijd tot bloei komen zonder dat zij enorme ontdekkingen doen of opzienbarende prestaties leveren. Waar het om gaat is, is dat daar niks mis mee is. Dat er minder nadruk gelegd moet worden op dat vroege pieken en die specialisatiedrang. Het is juist goed om de tijd te nemen voor een brede zelfontplooiing en -ontwikkeling. Die levenservaring geeft laatbloeiers bovendien het voordeel dat zij minder gevoelig zijn voor wat anderen van hen denken. Zij zijn minder afhankelijk van de erkenning van anderen en hebben daardoor meer zelfvertrouwen. Van Bergen: ‘Als persoon ben je dan ook stabieler en vrijer. Als je zelf die bagage al hebt, hoeven anderen het niet aan jou te geven.’

Voorbeeld uit de praktijk

Ook Ritsaert van Vugt, directeur van adviesbureau NoBrand, beschouwt zichzelf als een laatbloeier: ‘Ik ben 47 en kom nu pas in mijn kracht.’ Van Vugt geeft aan dat de verwachtingen die anderen van hem hadden hem opbraken: ‘Ik kwam uiteindelijk in een soort burn-out terecht, ik zat er helemaal doorheen. Daarom besloot ik voor mezelf te beginnen. Veel slechter dan op dat moment kon het immers niet worden.’

Ook bij Van Vugt speelde de druk die de omgeving op hem legde een grote rol: ‘Ja, dat begon thuis al. Mijn ouders wilden bijvoorbeeld dat ik naar het gymnasium ging. Dat ervaar ik als de meest ongelukkige tijd in mijn leven. Ik heb er nog steeds nachtmerries over. Zo heb ik voortdurend geleefd naar de verwachtingen van anderen. Tot nu.’

Voordat hij NoBrand oprichtte, heeft Van Vugt bij meerdere internationale bedrijven gewerkt. ‘Daarbij zat ik vrij hoog in de boom. Maar ik merkte dat dat ook wrijving gaf met mijn bazen. Normaal gesproken ben ik heel intuïtief en doe ik veel dingen op gevoel. Vanwege die wrijving heb ik dat heel lang op de rem gezet.’

De rem is er nu af bij hem en dat voelt goed: ‘Nou ja, kijk, als het enige wat je voor je neus hebt heel donker is, maakt het in feite niet meer zoveel uit. Ik ben heel blij dat het zo gegaan is in mijn leven. Terugkijkend was ik er ook nu pas aan toe. Ik vind dingen soms nog wel spannend, maar ik leef nu veel meer in het hier en nu en maak me niet meer zoveel zorgen over de toekomst. Ik wil nu vooral dingen doen waar ik gelukkig van word.’
Over de zaken die hij spannend vindt, vertelt hij: ‘Als je heel lang niet naar je hart luistert maar nu opeens wel, komen er fijne en minder fijne dingen naar boven. Maar eigenlijk ben ik daar alleen maar blij mee. Het zorgt ervoor dat ik nu veel meer mezelf ben.’