Mark Vletter timmert al 20 jaar aan de weg met telecombedrijf Voys, en lang niet alleen als het gaat om de diensten die het levert. Zijn Groningse bedrijf maakt ook school met de manier waarop het is georganiseerd.
In 2023 haalde Vletter de media doordat hij zijn aandelen ‘weggaf’ aan het bedrijf zelf. Voys is voortaan steward owned en kwam in handen van een stichting, die als eigenaar waakt over de missie en de besteding van de winsten.
Lees ook: Mark Vletter geeft zijn bedrijf Voys weg: ‘Ik heb die miljoenen niet nodig’
Wat heeft die idealistisch klinkende stap te maken met Vletters nieuwste project, een 100 procent Europese AI-dienst? Alles. ‘Zo’n Amerikaanse overname als bij de partij achter DigiD kan zich nooit herhalen omdat het AI-bedrijf waaraan we bouwen steward owned is.’
Van zichzelf en daarmee onverkoopbaar
Het is van zichzelf en daarmee onverkoopbaar. En daar begint Vletters nieuwe missie, die je zou kunnen opvatten als een lesje échte digitale soevereiniteit rond AI-diensten. ‘Daar kletst iedereen nu veel over, maar vooral vanuit commercieel belang.’
Dat OpenAI, Anthropic en de al langer gevestigde Big Tech-orde de dienst uitmaken binnen de AI-wereld is een gegeven waarbij Nederland en Europa zich niet hoeven neer te leggen. Net als iedereen, zeker techondernemers, is Vletter zelf ook al jaren aan het werk met AI. Dat stuit op een praktisch probleem als je de gebruikelijke diensten zou willen inzetten.
‘Je wilt als bedrijf chatbots gebruiken, rapporten laten analyseren, vergaderingen samenvatten’, zegt hij. ‘Maar als je persoonsgegevens verwerkt, en dat doe je al snel, mogen namen, telefoonnummers en gespreksinhoud niet zomaar naar Amerikaanse servers.’
Soevereiniteitswashing? ‘Verschikkelijk’
Goed, onder voorwaarden is dat toegestaan door privacywet AVG. Maar de bekende Amerikaanse IT-bedrijven kunnen beloven wat ze willen over hun Europese datacenters: als puntje bij paaltje komt, hebben de Amerikaanse autoriteiten het recht om data op te vragen bij Amerikaanse bedrijven. Ook als die data fysiek in Europa staan. Daarbij kwam, sinds Trump aan de macht is, het besef dat de VS hun digitale dienstverleners kunnen dwingen Europa af te schakelen.
Lees ook: Big tech ziet goud in Europa’s angst voor digitale afhankelijkheid: ‘Dit is soevereiniteitswashing’
‘Verschrikkelijk’ noemt Vletter het, dat diezelfde Amerikanen nu aan soevereiniteitswashing doen: claimen dat hun cloud of AI-oplossing Europees is, terwijl er ergens in de keten toch een Amerikaanse provider zit. Tuint iedereen daar met open ogen in? ‘Tja, gemak wint het van principes. Daarom moet elk echt Europees alternatief zo makkelijk mogelijk werken.’
Groningse AI-fabriek voor onderzoek
Als Groninger weet Vletter dat er in zijn gemeente wordt gewerkt aan een AI-fabriek, waar Nederlandse bedrijven en onderzoekers veilig aan de slag kunnen met AI. ‘Fantastisch, we moeten zeker eigen hardware hebben en het is heel goed voor het aantrekken van talent en bedrijven. Maar dat wordt een onderzoeksfaciliteit, daar draait het om het ontwikkelen van nieuwe toepassingen tot een stadium waarbij ze nog niet marktrijp zijn. Voor gewone gebruikers is die fabriek niet bedoeld.’
Daarom bouwen Vletter en andere ondernemers – in dit stadium wil hij nog geen namen noemen, en zelfs niet de projectnaam van het nieuwe bedrijf – een AI-dienst voor ze. ‘We zijn ieder in ons eigen bedrijf het wiel aan het uitvinden met open source AI, waarom zouden we de koppen niet bij elkaar steken?’ Op basis van open source software en open source taalmodellen die niet in handen zijn van één aanbieder en zo goed mogelijk aansluitend bij de behoefte van verschillende typen gebruikers.
Open source alternatief voor ChatGPT
‘De ene groep wil simpelweg een privacyvriendelijk alternatief voor ChatGPT kunnen inzetten. De andere groep ontwikkelt zijn eigen IT-systemen en bouwt AI in de eigen producten of processen in. Die wil aan de achterkant kunnen switchen naar privacyvriendelijke en soevereine AI. Die bieden we een soort stabiele onderlaag met verschillende open source componenten.’
Lees ook: Een AI-fabriek in Groningen en een AI Gigafactory in Rotterdam: heeft Nederland die wel nodig?
De derde groep is het meest interessant, zegt Vletter. ‘Dat zijn organisaties met een specifiek vraagstuk, pakweg het academische ziekenhuis in Groningen dat onderzoek wil doen naar een nieuwe manier van kankerdetectie. Of een ander vraagstuk waarbij je een grote dataset verwerkt terwijl je absoluut niet wilt dat gevoelige informatie buiten je eigen omgeving komt.’ Voor die partijen moet de AI-dienst ook volledig op eigen servers kunnen draaien.
Dat zijn de contouren van een Europese AI-dienst die uiteindelijk een bruikbaar alternatief voor big tech moet worden. ‘Denk AWS, maar dan voor AI. Maar dan Europees, open source en zonder lock-in.’
Nog geen klanten en investeerders
Voordat het zover is, moet Vletter nog veel stukken van de puzzel leggen. ‘We hebben nog niet eens getekende klanten. Bedrijven en organisaties kunnen zich binnenkort aanmelden en laten weten wat ze af zouden willen nemen.’ Bij Voys hebben Vletter en collega’s al genoeg programmeerwerk gedaan om snel met de eerste producten te kunnen komen. In coderen wordt AI zelf natuurlijk ook met de maand sterker.
Investeerders zijn ook welkom. ‘Die kunnen bijdragen in geld, tijd, of een combinatie. Maar ze moeten wel weten dat een steward owned bedrijf een maximum stelt aan het rendement dat je mag verwachten. Dit model trekt een specifiek type investeerder aan, verwachten we: partijen die meedoen omdat ze het platform ook zelf willen gebruiken. Mensen die niet alleen geld meenemen, maar ook kennis en kunde, en het belangrijk vinden dat dit er komt.’
Open source loopt achter bij big tech
Natuurlijk, de hardware waarop het model draait – voorlopig zijn Amerikaanse Nvidia-chips de standaard – kost ‘een goede slok geld’. Net als de huur van rekenkracht, zolang het nieuwe bedrijf onvoldoende klanten heeft om 24/7 zijn eigen hardware te laten draaien. En Vletter geeft ook wel toe dat open-source taalmodellen op bepaalde vlakken nog iets achterlopen bij de OpenAI’s.
Lees ook: Het bestaat dus toch: een Amerikaans techbedrijf mét ruggengraat
‘Tekst omzetten in spraak en vice versa is in het Nederlands bijvoorbeeld nog niet echt vloeiend. Maar dat is juist een kans voor ons: zorgen voor de perfecte Nederlandstalige voice agent.’ Bovendien worden de modellen, zij het vooral dankzij Chinese partijen, steeds beter terwijl de curve waarmee de grote commerciële modellen verbeteren, afvlakt.
‘OpenAI-model is onhoudbaar’
Vletter vindt het tot slot ook belangrijk dat de 100 procent soevereine AI-dienst ethisch wordt ontwikkeld – gezien grote commerciële taalmodellen vaak worden ‘getraind’ in lagelonenlanden, waar mensen aan het meest vreselijke materiaal worden blootgesteld. ‘Er wordt ook onnodig veel energie verbruikt door de grote aanbieders, die niet de werkelijke kosten doorberekenen. Van de energie die het kost om een filmpje van een paar seconden te maken, kan ik 10 tot 15 kilometer rijden. Het OpenAI-model is in zijn totaliteit onhoudbaar.’
Vletter is sinds vorig jaar geen eigenaar meer van Voys, maar werkt er nog wel. Ruilt hij zijn telecombedrijf in voor zijn nieuwe AI-missie? ‘Nou, ik heb al heel lang geleden aangegeven dat ik pas in 2028 stop bij Voys, dan heb ik exact de helft van mijn leven eraan besteed. Ik weet hoe ik bedrijven moet bouwen, maar ik hoef niet zo nodig een nieuwe startup groot te maken. Ik wil gewoon dat dit nieuwe bedrijf er komt.’
Lees ook: Anthropic-oprichter Dario Amodei slaat alarm: ‘We zijn nog niet volwassen genoeg voor AI’



