Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Groene fondsen zijn vaak grijzer dan je denkt

Je dacht goed bezig te zijn met je groene beleggingen, maar er blijken aardig wat haken en ogen te zitten aan de als groen bestempelde ESG-fondsen. Het sprookje van de groene groei ontrafeld.

esg-scores criteria
Getty Images
Je leest nu: Groene fondsen zijn vaak grijzer dan je denkt

Je geld groen beleggen, het lijkt haast de standaard te worden onder vermogenden. Zogeheten ESG-fondsen maakten de afgelopen jaren dan ook een verbluffende opmars, waardoor zelfs de grote investeerder BlackRock vol voor ESG besloot te gaan.

ESG staat voor Environmental, Social en Governance. Oftewel: factoren die een rol spelen bij het duurzaam investeren van je geld.

ESG-scores: wat zijn de criteria?

Goede zaak, zou je zeggen. Toch blijkt er aardig wat af te dingen op het ‘groene’ karakter van menig ESG-fonds, schrijven de Amerikaanse seniordocent Kenneth P. Pucker en managementprofessor Andrew King in een opinieverhaal op Harvard Business Review.

De zogeheten ESG-scores, zo citeren ze persbureau Bloomberg, ‘meten niet de impact van een bedrijf op de aarde en de samenleving. In feite peilen ze het tegenovergestelde: de potentiële impact van de wereld op het bedrijf en zijn aandeelhouders.’

Het zou dus vooral gaan om aandeelhoudersbelangen. Niet gek, zou je zeggen, want het gaat dan ook om een fonds met beleggers. Die willen geld verdienen. De groene doelen lijken daardoor echter wat onder te sneeuwen en dat is precies het tegenovergestelde van wat je als groene investeerder zou willen bereiken. We delen de grootste problemen met je.

1. ESG-scores zijn willekeurig

Er gaat geen gereguleerde rating schuil achter een ESG-fonds. Vaak worden ze gebaseerd op vergelijkbare data van branchegenoten, die dikwijls ook nog eens verre van compleet zijn. Zo kan het dat veel bedrijven in de fossiele energie hogere ESG-scores hebben dan fabrikanten van elektrische auto’s.

Kijk je naar het U.S. Carbon Readiness Transition-fonds van BlackRock uit 2021, dan blijkt dat het bedrijf ook geld investeert in ExxonMobil en Chevron. Wellicht hebben die partijen iets betere ratings dan sommige branchegenoten, maar duurzaam zijn ze natuurlijk niet. Een gestandaardiseerde aanpak van ESG-scores zou veel problemen voorkomen, denken de publicisten.

2. ESG-fondsen opereren in secundaire markten

In plaats van een nieuw belang in bedrijven te nemen, opereren ESG-fondsen liever in secundaire markten. Hier kopen ze al eerder uitgegeven aandelen of opties in bedrijven op. Deze manier van aandelen opkopen is volgens de publicisten niet geschikt als je een bedrijf wil aanzetten tot het maken van meer impact.

Sterker nog, zo citeren ze Stanford-onderzoek uit 2013, ‘de meeste economen zijn het erover eens dat het voor een sociaal gemotiveerde belegger vrijwel onmogelijk is om de gunstige resultaten van een beursgenoteerd bedrijf te vergroten door zijn aandelen te kopen.’

3. ESG-beleggingen leveren niet altijd meer op

ESG-fondsen verkopen hun product vaak met de belofte dat een ESG-belegging meer rendement oplevert. Ze wijzen erop dat ESG-bedrijven betere managers hebben, meer betrokken personeel aantrekken en behouden, en hogere marges realiseren.

Er zijn duizenden studies gedaan naar de rendementen van ESG-bedrijven, maar onderzoekers wisten deze beweringen tot dusver niet hard te maken. Meer dan twee derde van de onderzoeken toont wel aan dat er op zijn minst een niet-negatieve correlatie tussen ESG en rendement is. Een positieve correlatie daarentegen is niet aangetoond.

De publicisten concludeerden onlangs in een eigen studie dat ‘het geheel van het bewijs suggereert dat er weinig reden is om te concluderen dat [ESG-criteria]… op betrouwbare wijze het aandelenrendement voorspelt’.

4. ESG-fondsen bestendigen marktsprookje

Dat er steeds meer geld rondgaat in ESG-fondsen kan de indruk wekken dat de vele biljoenen die er nodig zijn voor de energietransitie op komst zijn. Hierdoor kunnen ESG-fondsen de druk op politici verlagen om vanuit de overheid te investeren in groene kwesties.

Oftewel: de-markt-lost-het-op-denken. Spelen met vuur, want om de mensheid te redden van een door klimaatverandering onleefbare aarde zijn niet alleen private, maar óók publieke monsterinvesteringen nodig. En dus zeker geen greenwashing.

Kritiek op ESG is niet mals

Door alle negatieve aandacht voor ESG-fondsen neemt de kritiek onder beleggers en ingewijden toe. Zo stelde de Britse hedgefondsbeheerder Sir Chris Hohn onlangs: ‘ESG is voor de meeste managers totale greenwashing. Beleggers moeten wakker worden om te beseffen dat hun vermogensbeheerders praten, maar niet doen.’

Onderzoeksbureau Morningstar verwijderde het ESG-label van meer dan 1.200 ESG-fondsen met meer dan 1 biljoen dollar aan activa, omdat de fondsen ESG-waarden niet ‘op een bepalende manier integreren in hun beleggingsselectie’.

Misschien moeten we stoppen met ESG-investeren, menen critici. Kunnen we non-financiële ESG-waarden niet beter integreren in de reguliere research voor investeringen? Prima plan, denken de publicisten, maar ze wijzen er wel op dat onder meer duizenden publieke bedrijven in de EU hierover al verplicht moeten rapporteren. Ook de Amerikaanse beurswaakhond SEC is met iets vergelijkbaars bezig.

Beter overheidsbeleid nodig

De publicisten denken dat een ‘voortdurende verschuiving in prikkels om particuliere winst en sociale welvaart beter op elkaar af te stemmen’ nodig is om de problemen aan te pakken. Daar hoort ook een beter overheidsbeleid bij. Ze wijzen op Californisch beleid om zwaar transport van diesel naar elektrisch te verschuiven en naar Nederland, waar Schiphol met 12 procent van zijn vluchten moet inkrimpen.

Tot slot zouden we private investeringen beter kunnen doen in climate tech-bedrijven, dus concerns die technologie uitvinden om de uitstoot te verminderen (bijvoorbeeld elektrische vliegtuigen of CO2-filters). Pluspuntje: van het eerste half jaar van 2020 tot dezelfde periode in 2021 nam dat aantal investeringen met ruim 200 procent toe.

Lees meer over groen geld en duurzaamheid: