Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Bedrijfskleding in een nieuw jasje

Bedrijfskleding heeft een stoffig imago. Bovendien is de markt in Nederland in handen van enkele spelers. Tijd voor vernieuwing, vinden Heidi Jeunink en Debbie Ridelman van I love private label. 'Onze droom is om de grootste in onze niche te worden in Europa.'

Je leest nu: Bedrijfskleding in een nieuw jasje

Wat doet I love private label?

Debbie (foto links): ‘We produceren bedrijfskleding en promotionele kleding. Van de medewerker van tuincentra, festivals, bouwbedrijven tot het personeel in de bedrijfskantine of die in een productiehal van een fabriek, wij willen het bedrijfsleven in een moderner, modieuzer jasje steken. Daarnaast produceren steeds meer we kleding in opdracht van modelabels.’

Heidi: ‘We willen vernieuwend zijn in onze ontwerpen, maar ook in de manier waarop we produceren. We positioneren ons naar klanten ook bewust als producent die verantwoord inkoopt. Duurzaamheid is een steeds belangrijker thema bij bedrijven. We kunnen dus helpen hun doelstellingen te realiseren. Daar wordt door bestaande producenten vaak nog niet op ingesprongen.’

Wat houdt ‘duurzaam’ precies in?

Heidi: ‘We maken van ongeveer 10 fabrikanten gebruik in het Midden-Oosten en Verre Oosten. We zorgen dat we alleen kleding afnemen bij fabrieken die BSCI-compliant zijn. De organisatie die het certificaat uitgeeft controleert fabrieken op zaken zoals werkomstandigheden en hoe afval wordt verwerkt. Dit klinkt vanzelfsprekend, maar hier wordt in onze bedrijfskledingniche weinig mee gedaan. Daarnaast nemen we zelf nog extra maatregelen. Zo maken we onder meer van organisch katoen en organische verven gebruik.’

Hoe ziet het team eruit?

Ze zouden bij McDonald’s en Burger King langs moeten’
Rob Heilbron

Debbie: ‘Heidi en ik zijn de oprichters. We werken al een kleine 10 jaar met elkaar samen, eerst bij bedrijfskledingproducent HMZ Fashiongroup en de laatste 4 jaar bij het Europese hoofdkantoor van kledingmerk O’Neill. Heidi heeft zich altijd met de inkoopkant en productietechniek bezig gehouden, mijn specialisme is marketing en verkoop. Die rolverdeling hebben nu ook. We maken daarnaast gebruik van een team van ongeveer 8 freelancers, dat bestaat uit onder meer een grafisch ontwerper en twee freelancers die me ondersteunen bij de verkoop.’

Wie ziet hier op te wachten?

Heidi: ‘We zijn gestart omdat we het mooiste en beste product willen maken. Ik kan echt lyrisch worden van een bepaalde chemische samenstelling of techniek. Ik werd nog regelmatig gebeld door klanten van mijn oude werkgever. Wat ik steevast terugkreeg: werknemers hebben vaak de pest in hun kleding. Bedrijven bestellen een hele lading T-shirts en werknemers trekken ze vervolgens niet aan. We signaleren dat er een behoefte is aan bedrijfskleding die ook stijlvol is en waar werknemers gezien in willen worden. We kunnen de vertaalslag van het modieuze van een merk als O’Neill maken naar de wereld van bedrijfskleding. Er is zeker vraag: want er is behoefte aan vernieuwing bij klanten. Je ziet die klanten nu naar bijvoorbeeld Duitsland uitwijken bij gebrek aan aanbod in Nederland. We positioneren ons niet perse als goedkoper: we leveren wel een beter product.’

Hoe loopt het?

Debbie: ‘Toegegeven, starten in de crisis is niet gemakkelijk. Toch zijn we best tevreden. We hebben in ons eerste jaar ongeveer twee ton omzet gedaan en we zijn al winstgevend. Met een beetje inzet gaan we verdriedubbelen dit jaar. We hebben nu enkele tientallen klanten in het mkb. Dat gaat om orders 250 stuks tot orders van 10.000 stuks. Als je bedenkt dat we het nu met onze marketing vooral nog moeten hebben van mond-tot-mondreclame en social media (met name onze blog) dan timmeren we dus al aardig aan de weg. Het mkb-segment blijven we bedienen: maar we zijn hard bezig om grotere vissen binnen te halen. We zijn onder meer in gesprek met een bekende energiemaatschappij. Als dat doorgaat hebben we geweldige prove of concept om meer grote bedrijven over de streep te trekken.’

Heidi: ‘Het voordeel van onze business: we hoeven geen voorraad te houden. Als wij de opdracht geven tot productie weten we hoeveel we uitleveren. Het nadeel is dat er lange beslissingstrajecten – 1,5 tot 3 maanden – mee gepaard gaan en je moet bij grote bedrijven aan aanbestedingen meedoen. Maar als je eenmaal binnen bent, dan heb je een raamcontract waarbij er in de jaren erna vervolgbestelling komen, bijvoorbeeld ter vervanging van versleten producten of de komst van nieuwe werknemers.‘

Geld nodig?

Debbie: ‘Niet echt. We hebben onze spaarcenten erin gestoken – zo’n 30.000 euro in totaal. Ook zijn we al winstgevend. We kunnen zelfs zonder bankkrediet de productie voorfinancieren. Het voordeel: we hoeven niet te investeren in panden en winkels. Ook al zouden er nu 3 of 4 grote klanten vallen, we kunnen makkelijk op basis van de huidige kostenstructuur opschalen. Onze droom is om de grootste in onze niche te worden in Europa. We beseffen wel dat er concurrentie is en dat we dus op het gas moeten trappen. Een investeerder zou daar wel bij kunnen helpen; om bijvoorbeeld sneller meer salesmensen te kunnen aannemen. We zijn nu in gesprek met een partner die al in het buitenland de markt bedient en waarmee we wellicht een mooie samenwerking mee kunnen starten. Ook is het onze droom om misschien in de toekomst te gaan kijken of we met ons merk meer de retail in kunnen. We blijven natuurlijk wel modemeisjes.’


Dit vindt ondernemer Rob Heilbron van I love private label:

Rob Heilbron (O'Neill)‘Ik vind het een goed idee van ze. Een meer modieuze look van bedrijfskleding is heel belangrijk. En in dat opzicht kunnen ze met hun kleding een nieuwe trend creëren. Dat ze daarbij bewust duurzaamheid in hun propositie koppelen, maakt het wat mij betreft niet beter. Duurzaamheid is op dit moment een label waar iedereen mee schermt. Het is goed dat ze er rekening mee houden, maar ik zou het in de merkcommunicatie meer naar achtergrond verplaatsen. Ook op een ander punt zou ik een duidelijke keuze maken. Ik zie bijvoorbeeld de combinatie retail en private label niet zitten. Ze zouden een duidelijke keuze moeten maken en dat is I love private label. Mijn advies is: stick to it.

Verder word ik er wel gelukkig van hoe ze hun team hebben samengesteld. Ze lijken over goede kennis te beschikken en met een klein team kunnen ze effectief zijn en op de kosten besparen. Hun liefde voor het product is goed, maar trap niet in de valkuil dat je het met je klant over randzaken wil hebben. Het feit dat je stijlvol en modieus bent is denk ik echt het belangrijkste voor je klant, je enthousiasme over bijvoorbeeld de chemische samenstelling van je product is echt minder interessant.

Er is behoefte aan vernieuwing en dat lijken ze goed aan te voelen 

Over het businessmodel geven ze terecht aan dat het voordelen bezit, zoals het niet houden van een voorraad. Dat is zo, maar dat neemt niet weg dat er geen risico’s zijn. Zorg dat je leveringsgaranties goed afdekt zijn met je leveranciers. Te laat leveren kan je zo de kop kosten. Ook moet de garantie van de afnemer veilig zijn, want een keer een failliete klant en het is afgelopen. Ik verwacht dus dat ze ook goed over deze risico’s nadenken.

Tot slot: beginnen in een crisis is juist goed, want in de crisis liggen juist kansen. Grappig dat het team bij O’Neill vandaan komt, het merk dat ik in 1978 naar Europa haalde, ook aan het begin van een crisis. Tijdens een crisis is er behoefte aan vernieuwing en dat lijken ze goed aan te voelen. Mijn advies: ze zouden bij McDonalds en Burger King langs moeten gaan. Want die kleding ziet er niet uit!’