Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De betekeniseconomie is allesbehalve een vermageringsvisie

In samenwerking met Schouten & Nelissen - Denk je aan kapitaal, dan denk je aan geld. En als je het over ‘de economie’ hebt, wordt vooral een marktplaats bedoeld waar winst wordt gemaakt. Als het aan Adriaan Wagenaar ligt, zijn dat verouderde concepten.

Je leest nu: De betekeniseconomie is allesbehalve een vermageringsvisie

Als ontwikkelaar van de nieuwe studierichting Bedrijfskunde bij Schouten & Nelissen University of Applied Sciences ziet Adriaan Wagenaar een belangrijke rol voor de betekeniseconomie in het opleiden van professionals en organisaties. ‘Dat is een nieuwe manier van economisch denken waarin duurzame groei van de mens én de aarde centraal staat’, zegt hij.

De betekeniseconomie is meer dan een concept of idee – je kunt het beter zien als logische evolutie van vorige economische modellen. Er wordt niet langer uitgegaan van het maken van zoveel mogelijk financiële winst, maar een focus op betekenisgeving en maatschappelijk rendement. Welzijn in plaats van welvaart.

‘Deze manier van denken neemt afstand van traditionele aannames over wat groei en waarde is,’ aldus Wagenaar. ‘Dus geen economie die is gebaseerd op uitputting van natuurlijke hulpbronnen voor zoveel mogelijk geld, maar betekenis als drijvende kracht. Het gedrag van de mens wordt bepaald door zin- en betekenisgeving. En kwantitatieve groei maakt plaats voor kwalitatieve groei.’

Een ongemakkelijke waarheid

Even terug in de tijd: in 2006 maakte de voormalige Amerikaanse vicepresident Al Gore furore met de documentaire An Inconvenient Truth over de gevaren van de snelle opwarming van de aarde. Volgens Wagenaar is er binnen de economie ook sprake van zo’n ongemakkelijke waarheid. ‘We gaan gewoon heel erg slecht om met onze kapitaalbronnen. We halen meer uit de aarde dan we teruggeven, en wat we teruggeven is vooral troep. Plastic, afval, uitlaatgassen. ‘

Financieel kapitaal wordt volgens hem ook slecht ingezet als je naar de vele financiële crises en zeepbellen kijkt uit afgelopen tijd. ‘Juist andere vormen van kapitaal, die we kunnen gebruiken om het economische systeem duurzamer te maken, zijn ondergewaardeerd. Denk aan het creatieve, persoonlijke, sociale en spirituele kapitaal. Juist die kapitaalbronnen spelen een centrale rol in de betekeniseconomie.’

Echte stappen maken

Mooie woorden natuurlijk, maar hoe maken organisaties concreet de stap van financieel naar maatschappelijk rendement? Volgens Wagenaar is dat veel meer dan alleen een dak vol gooien met zonnepanelen om klimaatneutraal te worden of een wagenpark elektrisch te maken. ‘Dat zijn zeker mooie oplossingen, maar in de betekeniseconomie draait om het meer dan dat. Je beweegt van een verdienmodel op basis van een marktplaats naar een platformeconomie waarin samenwerking met je klant centraal staat. ‘

Denk bijvoorbeeld aan het delen van bezit om overbodige productie of uitstoot tegen te gaan zoals Peerby en Snappcar doen. Of  IKEA die een omruilservice voor oude meubelen ontwikkelde. In dit totaal nieuwe systeem belandt een oude Billy in de koopjeshoek in plaats van op de vuilstort. ‘Het bedrijf faciliteert, zodat de klant iets kan doen van betekenis’, legt Wagenaar uit. ‘En in plaats van nieuw hout in te kopen, kan IKEA eigenlijk twee keer een product verkopen dat slechts één keer is geproduceerd.’

Van tomatensoep tot appelmoes

Nog zo’n interessant idee: De Verspillingsfabriek, een initiatief dat eten maakt van ingrediënten die normaal gesproken in de vuilnisbak eindigen. Wagenaar is er erg enthousiast over. ‘In de traditionele visie op productie kijk je naar een productielijn en denk je: wat heb ik nodig om soep te maken? Vervolgens ga je tomaten inkopen en importeren, soep maken, inblikken en verkopen voor winst.’

‘In de betekeniseconomie draai je dat proces om. Je vraagt je af wat je al hebt, en past daar je productielijn op aan. Zo maak je de ene dag tomatensoep, de andere dag appelmoes en de dag erna weer iets nieuws. Daardoor ga je minder mechanisch denken en meer focussen op de output. Terwijl je wel nog elke dag iets maakt wat geld én betekenis oplevert.’

Geen vermageringsvisie

Volgens Wagenaar wordt soms ten onrechte gedacht dat de betekeniseconomie een vermageringsvisie is: de lat minder hoog leggen, minder produceren en consuminderen. ‘Dat is een foute gedachte: het gaat erom dat je een andere waarde toekent aan je beschikbare kapitaalbronnen. Je gaat kapitaal gebruiken dat aanwezig is, in plaats van faciliteren welk kapitaal ontbreekt ten koste van de aarde. Die vindingrijkheid vormt de essentie binnen de betekeniseconomie.’

Denk in ecosystemen

Die manier van denken heeft volgens Wagenaar veel invloed op het economisch onderwijs. Zo merkt hij dat er in organisaties meer behoefte is aan handvatten voor ethisch leiderschap en een ethisch kompas. ‘Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de organisatie waarin je werkt. Een betekeniseconomie geeft de mogelijkheid om traditionele markttermen los te laten en te denken in ecosystemen, in een samenhangend geheel van stakeholders die elkaar beïnvloeden om samen grote resultaten te bereiken. Zie het als een drietrapsraket: je maakt eerst impact voor jezelf door je talent, ambitie en creativiteit beter in te zetten. Dat zorgt vervolgens voor een positieve impact in je organisatie, en uiteindelijk in de wereld om ons heen.’

Volgens Wagenaar is de grootste uitdaging dat bedrijven in hun kern veranderen, en zich volledig durven te richten op betekenisgeving voor het leven van hun klanten, medewerkers, de maatschappij en aarde. ‘En dat is helemaal geen gekke gedachte, want hoe je het ook wendt of keert: iedere organisatie is uiteindelijk een maatschappelijke organisatie.’

/