Hoe groen wordt ons pensioen belegd? Die kwestie is de afgelopen jaren steeds meer in de schijnwerpers komen te staan. Grote fondsen als ABP, PFZW en PME, maar ook kleinere spelers als het Pensioenfonds voor Huisartsen en pensioenpremie-instelling BeFrank, kozen al voor een duurzamer en verantwoorder beleggingsbeleid.
Zo bouwt ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, de investeringen in de olie- en gassector sinds vijf jaar af. In 2024 werden de criteria verder aangescherpt en deed het fonds ook Amerikaanse techaandelen in de ban; ABP stapte uit Tesla, Alphabet en Meta. Daar staat tegenover dat ABP zich nadrukkelijker is gaan richten op duurzame energie en energie-infrastructuur. Denk aan zonnepanelen, windmolens, groene waterstof, schone mobiliteit en energieopslag.
1.600 miljard euro belegd vermogen
Deze keuzes doen ertoe omdat de financiële sector cruciaal is voor het halen van de klimaatdoelen van Parijs. Om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 °C en liefst 1,5 °C, moet niet alleen de CO2-uitstoot omlaag, maar moeten ook de geldstromen met die daling in lijn worden gebracht.
Inclusief de pensioenbeleggingen, en dat gaat om een enorme pot met geld. Alleen al in Nederland beheert de pensioensector meer dan 1.600 miljard euro, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank.
Er zijn genoeg obstakels op weg naar de klimaatdoelen van Parijs, maar geldgebrek is daar niet een van, zegt Tessa van Soest. Ze is directeur Benelux bij B Lab, de non-profit organisatie achter de internationale B Corp-certificering, waarover straks meer. ‘Dat geld wordt alleen nog lang niet altijd op de juiste manier ingezet, namelijk om duurzame transities aan te jagen.’
Inleg duurzaam laten renderen
Aangezien pensioendeelnemers doorgaans weinig inspraak hebben in hoe hun inleg wordt belegd, is de rol van de pensioensector volgens Van Soest cruciaal. Te meer omdat de meeste mensen in het dagelijks leven weinig met hun pensioen bezig zijn, laat staan met waar hun geld terechtkomt. ‘Terwijl je pensioenpot uiteindelijk een grote spaarpot is voor je oude dag, het moment dat je niet meer hoeft te werken. Hoe mooi is het dan als jouw geld, als dat moment eenmaal daar is, duurzaam is belegd? In plaats van dat het heeft gerendeerd op basis van allerlei zaken die het klimaatprobleem hebben verergerd.’
Een pensioen opbouwen heeft alleen zin als daarmee wordt gebouwd aan een wereld waarin je daadwerkelijk prettig kunt leven, voegt Jan Hein Rhebergen toe. ‘Nu en in de toekomst.’ Hij is commercieel directeur van BeFrank, dat de pensioenregelingen uitvoert voor meer dan 1.250 werkgevers in Nederland, met in totaal 430.000 pensioendeelnemers, en ruim 15 miljard euro aan belegd kapitaal beheert.
‘Pensioen gaat per definitie over de toekomst’, zegt hij. ‘Voor onze jongste deelnemers kan het nog wel vijftig jaar duren voor ze met pensioen gaan. In wat voor wereld willen we dan leven, en hoe kunnen we onze positie en beheerde kapitaal gebruiken om invulling te geven aan die rol?’
Langs de hoogste meetlat
Met die gedachte startte BeFrank drie jaar geleden het traject om een B Corporation te worden, kortweg B Corp. Het gaat om een netwerk van bedrijven die zich aantoonbaar inzetten voor een inclusieve en duurzame economie. Aantoonbaar, omdat ze voldoen aan de standaarden van B Lab op het gebied van sociale en ecologische impact, transparantie en verantwoord bestuur. Sinds februari 2026 wordt dit onafhankelijk getoetst door een derde partij.
Wereldwijd zijn er inmiddels ruim 11.000 B Corp-gecertificeerde bedrijven en in Nederland meer dan 500. BeFrank is daar sinds april 2024 één van. ‘We zochten naar een externe en erkende audit’, vertelt Rhebergen. ‘Als wij als pensioenuitvoerder roepen dat duurzaamheid een vast onderdeel van pensioenbeslissingen moet zijn, moeten we onszelf ook langs de hoogste meetlat durven leggen. Een B Corp-certificering is voor mij de Champions League van duurzaamheid.’
Finance ondervertegenwoordigd
De financiële sector is relatief ondervertegenwoordigd in het netwerk. In Europa is iets meer dan 7 procent van de B Corps actief in finance en in Nederland zo’n 6 procent. Dat heeft volgens Benelux-directeur Van Soest een aantal redenen. ‘De standaard is recent vernieuwd, maar was van oudsher beter toepasbaar op dienstverleners en productiebedrijven’, zegt ze. ‘Consumentenmerken bijvoorbeeld. Financiële dienstverleners hebben geen directe toeleveringsketens of fabrieken, waardoor ons kader voorheen minder vanzelfsprekend aansloot.’
BeFrank is een dochteronderneming van NN Group, maar heeft een eigen directie en governance-structuur en bepaalt zijn eigen strategie. Die zelfstandigheid is eveneens belangrijk, want B Corp stelt strenge eisen aan de organisatorische en juridische onafhankelijkheid van een bedrijf.
‘Om gecertificeerd te worden, moet een bedrijf zijn maatschappelijke missie wettelijk vastleggen in de statuten, zodat die missie ook bij een bestuurswissel of overname geborgd blijft’, vertelt Van Soest. ‘Wij noemen dat een mission lock.’ Niet elke financiële instelling kan dat. ‘Veel merken in finance maken onderdeel uit van grotere concerns en hebben, anders dan BeFrank, die zelfstandigheid niet.’
Geen geld naar fossiel, tabak of wapens
Tot slot is de groep bedrijven in finance die zich onderscheidt op duurzaamheid nog niet zo heel erg groot. Naast pensioenbedrijven als BeFrank en BrightPensioen maken ook banken als Triodos en Banque de Luxembourg en impactinvesteerders als Funds for Good en Fair Capital Partners deel uit van het B Corp-netwerk.
De gemene deler bij deze bedrijven is de richting waarin het geld stroomt, zegt Van Soest. En waar het níét naartoe gaat. ‘Wij kijken bijvoorbeeld of er meer of minder dan 1 procent van de omzet uit directe investeringen in zogeheten ineligible sectoren komt, zoals de wapen-, tabaks- en fossiele industrie.’ Is het meer, dan komt een bedrijf niet in aanmerking voor het keurmerk.
BeFrank trekt die grens ook in het eigen beleggingsbeleid. Daarnaast wordt een deel van het vermogen duurzaam belegd. Zo heeft de pensioenuitvoerder green bonds opgenomen in de lifecycles: leningen en obligaties die uitsluitend worden gebruikt om duurzame projecten op bijvoorbeeld het gebied van hernieuwbare energie te financieren.
Tegelijkertijd wil het bedrijf zijn klanten niets opleggen: werkgevers en individuele deelnemers houden de regie over hun eigen beleggingsprofiel. Zij kunnen kiezen uit drie opties. Rhebergen, lachend: ‘Wij noemen het groen, groener en groenst.’
Niet met het wijzende vingertje
Groen is het vertrekpunt: een ‘verantwoorde ondergrens’ waarin de eerdergenoemde vervuilende en controversiële sectoren zijn uitgesloten. De groenere variant combineert die ondergrens met strengere duurzaamheidscriteria, en bij de groenste variant – een samenwerking met Triodos Investment Management – zijn fossiele brandstoffen volledig uitgesloten en gaat het geld gericht naar duurzame projecten.
‘Ik ben heel trots op het feit dat we die keuze bieden’, zegt Rhebergen. ‘We zijn niet normatief, we gaan niet met het vingertje wijzen. Er is niet één manier om het goede te doen.’
Wel vindt hij het belangrijk dat klanten hun keuze goed geïnformeerd maken. Daarom ontwikkelde BeFrank een dashboard waarop pensioendeelnemers kunnen zien wat hun keuze de planeet concreet oplevert, uitgedrukt in meetbare besparingen op het gebied van CO2-uitstoot en afval. Dit jaar vernieuwde BeFrank dit dashboard waardoor ook de ESG-scores van de beleggingen zichtbaar zijn. Rhebergen: ‘We zijn ook transparant over de bijbehorende kosten en risico’s van de verschillende opties. Dat moeten deelnemers kunnen meewegen.’
Verder kijken dan groene stroom
Van Soest (B Lab) prijst die transparantie. ‘Zo’n dashboard is een heel toegankelijke manier om mensen actiever bij hun pensioen te betrekken. We zien allemaal op onze salarisstrook dat er maandelijks een bedrag wordt ingehouden, maar weinig mensen staan er echt bij stil wat dat precies betekent en wat er precies met dat bedrag – dat over de jaren toch flink kan oplopen – gebeurt.’
Dat geldt ook voor werkgevers, knikt Rhebergen. ‘Bij bedrijven gaat het vaak over het overstappen op groene stroom of het elektrificeren van het wagenpark. Die dingen zijn allemaal nodig. Maar nog niet alle werkgevers beseffen dat je met de pensioenregeling ook gigantisch veel impact kunt maken.’



