Europa presteert in de mondiale AI-competitie veel beter dan vaak wordt verondersteld. Dat is althans de stellige overtuiging van Samer Abu-Ltaif. Hij werkt al sinds 2004 bij Microsoft en is sinds 2025 bestuurder van het bedrijf in Europa, Midden-Oosten en Afrika. Het EMEA-gebied dus. De in Libanon geboren bestuurder somt meteen een rijtje argumenten op die zijn stelling onderbouwen. ‘Zes van de tien best presterende landen op de wereldwijde AI-infusie-index komen van dit continent. Dit vertelt hoe wijd verspreid het gebruik van AI is onder bedrijven en de bevolking. Nederland scoort heel goed, met een adoptiegraad van 42 procent’, aldus Abu-Ltaif. De cijfers en percentages die hij noemt komen uit het Microsoft AI Diffusion Report 2026, Q1.
Europa doet aan verantwoorde innovatie
Maar toch. Komen niet vrijwel alle technologische doorbraken en taalmodellen uit de Verenigde Staten en China? En blinken we in Europa niet vooral uit in het bedenken van nieuwe, strenge regels? Dat vindt deze Microsoft-directeur veel te kort door de bocht. Europa beschikt volgens hem over drie onderscheidende troeven: talent, vertrouwen en verantwoorde innovatie. ‘Het niveau van de arbeidspopulatie hier is waanzinnig hoog, mede dankzij een serie fantastische onderwijsinstellingen die Europa herbergt. De Europese regulering wordt vaak negatief uitgelegd, maar die zorgt er wel voor dat de innovatie hier op een verantwoorde manier gebeurt. Met oog voor ethiek en transparantie. Dat geeft mensen een goed en vertrouwd gevoel.’
En dan zijn er nog bedrijven zoals ASML, SAP uit Duitsland en het Franse Mistral. Die laten volgens hem zien dat het continent meer is dan alleen een regelgever. ‘Er is geen AI mogelijk zonder het werk dat ASML doet’, zegt de Microsoft-topman. Hij wijst er bovendien op dat de echte disruptie niet van nieuwe taalmodellen gaat komen. Die worden in zijn visie uiteindelijk een commodity. Het zijn de bedrijven die met de taalmodellen aan de slag gaan die het echte verschil gaan maken.
Lees ook: AI is geen wondermiddel: 6 nuchtere lessen voor managers
Niet adoptie, maar afstemming is het probleem
Laten we er nóg een Microsoft-onderzoek bij pakken, de recente Work Trend Index met maar liefst 20.000 respondenten in tien landen. Daarin komt een opvallende paradox naar voren. Individuele medewerkers omarmen AI vaak sneller dan de organisaties waarin ze werken. Abu-Ltaif noemt dit een kwestie van afstemming in plaats van adoptie. En hij wijst hierbij naar de aanjagende rol die cultuur heeft. ‘In bedrijven waar AI alleen op de agenda staat van de IT-afdeling verandert er weinig. Deze technologie heeft zóveel impact op de manier waarop mensen werken en bedrijven georganiseerd zijn, dat je dit op C-suite niveau moet bespreken. Dit gaat dus om een serieuze discussie over visie, leiderschap en strategie. Doe je dat niet, dan zal de naald wel gaan bewegen, maar heel langzaam en op een gefragmenteerde manier.’
Het goede nieuws? Deze verschuiving is volgens hem al zichtbaar. Sinds het begin van dit jaar ziet hij steeds meer organisaties overstappen, van geïsoleerde AI-pilots naar een meer holistische aanpak. Ze beschouwen AI daarbij niet langer als een productiviteitstool, maar als een manier om complete bedrijfsprocessen opnieuw vorm te geven. Dit gaat onder meer over de manier waarop teams samenwerken, hoe ze met klanten communiceren en hun relatie met leveranciers inrichten. AI verandert daar het businessmodel. Niet een beetje, maar radicaal.
Lees ook: Is Nederland blind voor de donkere kant van AI? In de VS zijn bedrijven veel kritischer
Wat een Frontier Firm onderscheidt
Frontier Firms, noemen ze dit soort organisaties bij Microsoft. Het zijn bedrijven die verder gaan dan losse AI-toepassingen en hun eigen manier van werken opnieuw uitvinden (zie kader). De samenwerking tussen mens en machine staat hierbij centraal. Volgens Abu-Ltaif draait het hierbij om drie elementen die samenkomen. ‘Essentieel is bestuurlijk commitment op het allerhoogste niveau. Daarnaast moet je als organisatie fors investeren in scholing en cybersecurity. En dan is er nog de manier van integratie. Gebruik je het als los hulpmiddel of wordt het echt de kern van je bedrijfsproces? Met andere woorden: zet je AI in bij het oplossen van concrete problemen?’
Als voorbeeld noemt Abu-Ltaif het Nederlandse bouwbedrijf Royal BAM. Bij ieder bouwproject moeten de teams daar door duizenden, soms wel tienduizenden documenten spitten. Van vergunningen tot veiligheidsnormen en technische specificaties. Microsoft Copilot maakt die informatie in een paar seconden doorzoekbaar. Met als resultaat? Minder papierwerk en dus een veel snellere voorbereidingstijd. De engineers van Royal BAM kunnen zich daardoor bezighouden met dingen die echt belangrijk zijn. Het bewaken van de kwaliteit bijvoorbeeld. ‘Dat is een voorbeeld van een bedrijf dat de kracht van AI op de juiste manier benut. Ze stellen een uitdaging vast en zetten AI in als middel om zo’n fundamentele, complexe kwestie aan te pakken.’
Een Frontier Firm
- De term Frontier Firm komt uit de Microsoft Work Trend Index, van april 2025
- Het is gebaseerd op een enquête onder 31.000 werknemers in 31 landen.
- Een Frontier Firm is ‘human-led, agent-operated’, een bedrijf waar mensen de leiding houden, maar AI het werk voor een groot deel uitvoert.
- Deze bedrijven zetten AI-agents niet alleen in als hulpmiddel, maar verweven ze in hun kernprocessen.
Cultuur eet strategie als ontbijt
Dit succesvol uitrollen in je eigen organisatie vraagt om de juiste cultuur. Het belang daarvan wordt door veel leiders onderschat, stelt Abu-Ltaif, die daar meteen de bekende ‘culture eats strategy for breakfast’ uitspraak aan toevoegt. ‘Dit is niet de adoptie van een setje tools. Het is geen automatisering. En het is ook geen digitale transformatie’, zo benadrukt hij. Het is meer dan dat. Het raakt volgens hem uiteindelijk de manier waarop bedrijven hun eigen concurrentiepositie heroverwegen. ‘Daarom rust er een zware verantwoordelijkheid op de schouders van CEO’s. Je wilt niet dat AI beperkt blijft tot geïsoleerde succesjes op specifieke afdelingen. Met hun toon en gedrag bepalen CEO’s of AI ook daadwerkelijk het verschil gaat maken in de organisatie.’
Zijn advies in een notendop? Schets een duidelijke visie, een gedeeld beeld van het gewenste eindresultaat. En ga vervolgens experimenteren. Zie empathie hierbij als een cruciaal uitgangspunt. ‘We hebben vliegtuigen uitgevonden zodat we kunnen vliegen en er zijn auto’s bedacht om sneller te kunnen reizen’, aldus Abu-Ltaif. ‘AI is er niet om mensen overbodig te maken, maar om menselijke ambities een instrument te geven. Precies zoals eerdere uitvindingen dat ook deden. Wel staat vast dat AI het laatste gereedschap is dat door mensen is ontworpen, zonder de inzet van AI.’



