Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom juist de industrie kan profiteren van digitalisering

In samenwerking met Vlerick en KPMG - De digitalisering biedt de maakindustrie vergezichten van maatwerkproductie en zelf hun reparateur bellende machines. Voor dat het zo ver is, staan de individuele bedrijven voor lastige vraagstukken. De systemen waarin ze investeren moeten bij die van hun klanten en toeleveranciers aansluiten. Het ecosysteem lijkt het antwoord te bieden.

Smart Industry
Je leest nu: Waarom juist de industrie kan profiteren van digitalisering

De productie wordt ‘slimmer, sneller en foutloos’, zo somt Gert Jan Braam, sector banker Industry bij ING, de digitale transformatie in de maakindustrie op. ‘Bedrijven worden flexibeler. Ze schakelen sneller tussen verschillende orders en bieden meer mogelijkheden in hun portefeuille. Daarbij kunnen ze ook kleinere volumes produceren, met korte levertijden, waarbij ze hun winstmarge vasthouden. Bovendien kunnen ze rond hun producten nieuwe diensten ontwikkelen.’

Als er een sector is die profiteren van digitalisering, dan is het wel de industrie. Digitale technieken in de productontwikkelingsfase zorgen voor een versnelling in ontwerp, prototyping en testing. Als fabrikanten en hun toeleveraars data uitwisselen, kan de leveringsefficiëntie sterk worden verbeterd. De slimme producten die in de slimme fabrieken worden gefabriceerd verzamelen gegevens over hun gebruik, en kunnen er informatie over terugkoppelen waarmee het ontwerp en de productie kunnen worden verbeterd. Tegelijkertijd signaleren ze wanneer onderhoud of reparatie nodig zijn. Het geeft de maakbedrijven de mogelijkheid om over nieuwe verdienmodellen na te denken zoals betaling per gefabriceerde producteenheid.

Vergezichten

Met de slimme fabriek of industrie 4.0 (zie kader) gaat het echter heel wat minder hard dan een decennium geleden, toen de vergezichten werden geschetst, werd verwacht. Uit een studie van Axians onder medewerkers en leidinggevenden in de maakindustrie blijkt dat het voor veel bedrijven moeilijk is om digitale ontwikkelingen te vertalen naar zakelijk voordeel. Volgens 36 procent van de ondervraagden hebben managers onvoldoende kennis van digitalisering. Volgens onderzoek van PwC lopen westerse maakbedrijven wat hun digitalisering betreft bij hun Aziatische concurrenten achter. Het verschil is dat de Aziatiaten hun digitale capaciteiten vanaf de start van hun bedrijf hebben kunnen mee-ontwikkelen.

Als er een sector is die profiteren van digitalisering, dan is het wel de industrie

Maakbedrijven krijgen in de woorden van Iris van Delden, woordvoerder van Smart Industry, een ‘compleet spectrum’ van vraagstukken te verwerken. Smart Industry is een samenwerkingsverband van bedrijven, brancheorganisaties, kennisinstellingen en overheden om de innovatie in de industrie aan te jagen. De digitalisering levert een ingewikkelde puzzel op. Ze grijpt zowel in op relatie met de klant als met de toeleverancier en bepaalt de positionering van het bedrijf in de keten. Ze beïnvloedt administratieve processen maar ook product- en productie-informatie. Van Delden: ‘Verreweg de meeste toeleverende bedrijven bevinden zich in meerdere sectoren. Dit gekoppeld aan het feit dat het om het primaire bedrijfsproces gaat, geeft aan dat er goed over moet worden nagedacht.’

Industrie 4.0 verwijst naar de invoering in de maakindustrie van technieken zoals kunstmatige intelligentie, robotica, het internet-of-things en 3D-printing. De ‘vierde industriële revolutie’ is de opvolger van de mechanisatie, massaproductie en invoering van de ICT in de fabriek, respectievelijk de eerste, tweede en derde industriële revoluties. Het kenmerk van industrie 4.0 is dat de productiemiddelen en zelfs de geproduceerde goederen ‘slim’ zijn, en met sensoren en chips met hun omgeving communiceren.

Dat bedrijven moeten digitaliseren staat niet ter discussie. Het probleem ligt volgens Van Delden meer in de complexiteit ervan. Niet alleen gaat het om forse investeringen, de digitalisering heeft ook veel gevolgen voor de organisatie zelf. Van Delden: ‘Eenmaal gekozen is het lastig halverwege de digitaliseringsstrategie te wijzigen.’ Ze adviseert bedrijven vooraf veel onderzoek te doen, bij voorkeur samen met de ketenpartners, naar de vraag welk werk voor automatisering in aanmerking komt.

Ecosystemen

Een kenmerk van de Nederlandse industrie, aldus Mike de Roode, scientist innovator bij TNO, is dat er veel kleine, gespecialiseerde bedrijven in werken. Vaak zijn ze toeleverancier van een producent van complexe hightechmachines zoals een stepper van ASML, waarmee chips worden gemaakt, of een CT-scanner van Philips. Het zijn omstandigheden waarin ecosystemen bij uitstek rol kunnen spelen.

De Roode: ‘Bij een bedrijf als ASML kan het om honderden toeleveranciers gaan. Van de machine in kwestie worden meestal relatief kleine volumes geproduceerd. Gegevens delen is dan extreem belangrijk, want gezien de geringe aantallen moet het in een keer goed zijn. Bij massaproductie kun je de specificaties soms nog bijstellen als de fabricage op gang komt. Dat kan hier niet.’

In een ecosysteem kunnen toeleveranciers en afnemers aan gezamenlijke protocollen werken voor de communicatie en technische specificaties. Vanuit TNO begeleidt De Roode het Smart Connected Supplier Network (SCSN), een samenwerkingverband van maakbedrijven en IT-dienstverleners voor de digitalisering van het inkoop- en verkoopproces. SCSN is een initiatief van het Smart Industry-programma en valt onder verantwoordelijkheid van een ander ecosysteem, Brainport Industries, een netwerkorganisatie van high-tech-toeleveranciers.

Voorheen werkten de bedrijven met onderling moeilijk communicerende systemen. Orders, specificaties, facturen en pakbonnen werden vaak nog per e-mail uitgewisseld. De Roode: ‘Weinig mensen zouden misschien vermoeden dat de bedrijven in het tijdperk van industrie 4.0 nog handmatig de mailtjes met orderdetails moeten overtikken. Maar dat is wel wat in de praktijk gebeurt.’

Transparantie

De ecosysteemgedachte houdt in dat je bij de digitalisering samen optrekt. Dat kan soms lastig zijn, zegt Gert Jan Braam van ING. De uit te wisselen gegevens kunnen opgebouwde kennis vertegenwoordigen, die men in traditionele ketens niet graag met de buitenwereld deelt. Daar kunnen zorgen rond de cybersecurity bijkomen. Braam: ‘Een van de eigenschappen die de digitalisering vraagt is transparantie. Dat is cruciaal voor het inzicht door de keten heen en een snelle time-to-market. Sommige bedrijven hebben daar nog moeite mee.’

Lees ook: Driewerf hoera voor het business ecosysteem

Providers zoals SCSN kunnen een bemiddelende rol spelen. Bij SCSN wordt een gezamenlijk ontwikkelde communicatiestandaard door de betrokken IT-bedrijven gebruikt voor het verwerken van de inkoopgegevens van de aangesloten bedrijven. De partners in de supply chain kunnen de standaard op hun eigen systemen laten aansluiten, zodat de ordergegevens digitaal binnenkomen. Voor derden zijn de gegevens afgeschermd. Inmiddels zijn 300 maakbedrijven bij SCSN aangehaakt. ‘Vooral de laatste tijd loopt het storm’, zegt De Roode.

De voordelen lijken tegen de nadelen op te wegen. Als processen worden gedigitaliseerd, levert dat veel nieuwe informatie op. Ordersystemen kunnen bijvoorbeeld worden gekoppeld aan plannings- en productiesystemen, die zodoende kunnen worden geoptimaliseerd. In veel bedrijven is dat overigens nog in een prille fase.

Digitalisering in de industrie kan vaak het beste stapsgewijs worden aangepakt, zegt Gert Jan Braam. ‘Onderzoek welke initiatieven in de ketens waarin je werkt bestaan. Verdiep je ook in de mogelijkheden die nieuwe machines bieden.’ Bij nieuwe apparatuur wordt vaak technologie meegeleverd die meer inzicht in de bedrijfsprocessen geeft en goed binnen een gedigitaliseerde productie past. Braam: ‘Denk groot en begin klein. Maar in elk geval: begin.’