Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

L’Oréal-topman: ‘Wij zijn veel meer dan een commerciële speler’

In samenwerking met L’Oréal - Eén baan bij L'Oréal creëert gemiddeld twaalf extra banen in de bredere economie. Daarmee is het cosmeticaconcern een onmisbare sociaal-economische speler in de regio, zegt Jean-Baptiste Dalle, countrymanager bij L’Oréal Benelux. ‘Beauty is serious business.’

Jean-Baptiste Dalle
Jean-Baptiste, country manager L'Oréal Benelux: 'We creëren veel banen, in het bijzonder voor vrouwen.' Foto: L'Oréal

Op het cv van Jean-Baptiste Dalle (‘zeg maar JB, dat doet iedereen’) staat slechts één werkgever. De Fransman werkt al bijna dertig jaar bij L’Oréal, het grootste cosmeticabedrijf ter wereld.

‘Ik ben direct na mijn studie begonnen en de tijd is voorbij gevlógen’, vertelt hij. ‘Ik vind het geweldig om in de beautybusiness te werken. Het is fun, creatief en voortdurend in beweging. En ik werk in een omgeving die draait om empowerment. L’Oréal heeft me steeds nieuwe uitdagingen gegeven en geholpen om te blijven groeien. Ik heb me tot nu toe geen seconde verveeld.’

Sinds twee jaar leidt Dalle de activiteiten van het schoonheidsimperium in België, Nederland en Luxemburg als countrymanager van L’Oréal Benelux. Vanuit de missie van het bedrijf: creating beauty that moves the world.

Schoonheid is volgens hem geen oppervlakkig concept. ‘Het is een essentiële menselijke behoefte. Schoonheid draagt bij aan je zelfvertrouwen, het is een manier om jezelf te uiten en je te verhouden tot anderen. En schoonheid gaat ook over gezondheid.’

Dalle weet waarover hij het heeft. ‘Een van mijn zoons heeft diabetes. Dat gaat vaak gepaard met extreem droge handen en voeten. CeraVe, een van onze dermatologische merken, heeft daar een speciale crème voor ontwikkeld. Dat biedt zoveel verlichting.’

Echte schoonheid, voor iedereen

Het beursgenoteerde L’Oréal Groupe is eigenaar van 37 merken. Dalle: ‘Naast de dermatologische divisie hebben we de consumentendivisie, met de bekende merken die je bij Albert Heijn en Kruidvat vindt, zoals L’Oréal Paris. We hebben een luxedivisie met de lijnen van Prada, Armani en Yves Saint Laurent en een professionele divisie met merken als Kérastase, gericht op kappers en haarsalons. Met een portfolio van 37 merken kunnen we inspelen op de behoefte van elke persoon en elk budget. Dat is wat ons drijft – het brengen van echte schoonheid, voor iedereen.’

Niet alleen is het aanbod breder dan mensen soms denken, de economische impact van het concern is dat ook. Om die impact in kaart te brengen, liet L’Oréal Benelux een studie uitvoeren naar de beautymarkt in Europa en de eigen economische voetafdruk in de regio.

‘Omdat de beautyindustrie in de media nog niet zo uitgebreid wordt belicht’, legt Dalle uit. ‘Wel als onderdeel van de fast moving consumer goods- of luxesector, maar niet als industrie op zich.’ Onterecht, in zijn optiek. ‘Dit is serious business.’

Europa is leidend op het gebied van beauty. Van de zeven grootste cosmeticabedrijven ter wereld komen er vijf uit Europa, waaronder de L’Oréal Groupe. De sector is een grote werkgever; er werken bijna 2 miljoen mensen, meer dan in bijvoorbeeld de luchtvaart of de textielindustrie.

Indirect zorgt de beautyindustrie zelfs voor 3,2 miljoen banen. De sector draagt jaarlijks 180 miljard euro bij aan het bruto binnenlands product van de Europese Unie. Dalle: ‘Dat is vergelijkbaar met het bbp van Denemarken.’

Ecosysteem van 16.000 banen

De economische voetafdruk van L’Oréal Benelux is ook aanzienlijk. Te beginnen met de omzet, zegt Dalle. ‘We genereren 3,4 miljard euro aan omzet binnen de gehele keten.’ De Benelux-divisie biedt werk aan ongeveer 1.200 medewerkers op de locaties in Hoofddorp en het Belgische Libramont.

Daarnaast ondersteunt het concern in totaal 16.000 banen, blijkt uit de studie. Dat gaat bijvoorbeeld om banen in de logistieke sector. Want hoewel de magazijnen en distributiecentra niet direct eigendom zijn van L’Oréal, zijn de banen van de mensen die daar werken volgens Dalle wel direct afhankelijk van de activiteiten van het cosmeticaconcern.

‘Net als de vrachtwagenchauffeurs die onze klanten bevoorraden, de winkelmedewerkers die de schappen van supermarkten en drogisterijen gevuld houden en de kappers en schoonheidsspecialisten die onze producten nodig hebben om hun werk te kunnen doen’, zegt hij. ‘Eén baan bij L’Oréal creëert gemiddeld twaalf extra banen in de bredere economie. We zijn veel meer dan alleen een commerciële speler.’

L’Oréal creëert in het bijzonder veel banen voor vrouwen. Bij de L’Oréal Groupe wordt meer dan 60 procent van de functies ingevuld door vrouwen. Het management in de Benelux bestaat voor ruim de helft uit vrouwen. Dalle lacht: ‘We zijn nu op het punt dat we meer mannen moeten aannemen voor de balans.’

L'Oréal For Women in Science
Met het For Women in Science-programma willen de L’Oréal Foundation en Unesco aanstormende vrouwelijke topwetenschappers ondersteunen. Foto: L’Oréal

Diversiteit in DNA

Diversiteit en inclusie zitten volgens de topman in het DNA van L’Oréal. ‘De beauty-industrie is van nature een diverse business. Je kunt alleen succesvol zijn in deze sector als je er voor iedereen bent – man, vrouw en alles daartussenin – ongeacht hun huidskleur of huidtype, hun afkomst of de grootte van hun portemonnee. Als we daar écht goed in willen zijn, moeten we zelf ook divers zijn. Daarnaast weten we dat diverse teams productiever zijn. Er zijn talloze onderzoeken die dat aantonen.’

McKinsey becijfert in een veelgeciteerde studie dat bedrijven met 30 procent of meer vrouwen in het management ‘significant’ meer kans hebben op betere resultaten dan bedrijven met minder dan 30 procent vrouwen in de top. Uit het onderzoek blijkt verder dat de top 25 procent van organisaties met de hoogste culturele diversiteit bijna 40 procent meer kans heeft op positievere resultaten dan de onderste 25 procent.

Meer vrouwen in STEM-beroepen

Ook voor jongere generaties is aandacht voor diversity, equity & inclusion (DEI) volgens Dalle een must. ‘Zij willen werken voor een bedrijf dat zijn verantwoordelijkheid neemt’, zegt hij. ‘Dat is essentieel voor het aantrekken van toptalent.’

L’Oréal zet zich ook buiten de eigen organisatie in voor het tot bloei laten komen van talent. Dat doet het cosmeticaconcern onder meer met het For Women in Science-programma. Vrouwelijke postdoc-studenten kunnen via het initiatief aanspraak maken op een scholarship, die hen in staat stelt onderzoeksprogramma’s voort te zetten of af te ronden. In de Benelux worden jaarlijks vier van deze beurzen toegekend. In de vijftien jaar dat het programma hier loopt, hebben ongeveer 100 studenten zo’n scholarship ontvangen.

Met het initiatief willen L’Oréal Foundation en Unesco meer vrouwen in de zogeheten STEM-velden krijgen (Science, Technology, Engineering en Mathematics). Vijf vrouwen uit het programma hebben later een Nobelprijs gewonnen, vertelt Dalle. ‘Daar zijn we enorm trots op. De wetenschap heeft deze vrouwen nodig.’

‘State of the art’-fabriek in Libramont

In de MT/Sprout Sustainable Development 400 (SD400) van 2024, een peer-to-peer-onderzoek naar de duurzame inspanningen van bedrijven, scoorde L’Oréal goed. In de categorie fast moving consumer goods werd het bedrijf het best beoordeeld op zowel sociale als ecologische duurzaamheid.

Het beautyconcern voert een ambitieus duurzaamheidsbeleid onder de vlag van L’Oréal for the Future, het wereldwijde duurzaamheidsprogramma dat in 2020 werd gelanceerd. Het bedrijf wil tegen 2030 klimaatneutraal opereren, waterverbruik minimaliseren, plastic terugdringen en zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen gebruiken.

L'Oréal Libramont
De fabriek van L’Oréal in het Belgische Libramont. Foto: L’Oréal

Binnen de groep geldt L’Oréal Benelux volgens Dalle als een van de koplopers. Naast een kantoor heeft de divisie een ‘state of the art’-fabriek in het Belgische Libramont. Binnen het concern is deze faciliteit de eerste in zijn soort die werkt met een gesloten waterkringloopsysteem.

Hoe dat werkt: water dat bijvoorbeeld wordt gebruikt voor het reinigen van tanks of het opwekken van stroom, wordt in meerdere stappen gezuiverd en gaat vervolgens opnieuw de roulatie in. Alleen voor de producten wordt nog vers water gebruikt, als ingrediënt. In tien jaar tijd daalde het waterverbruik van de fabriek daardoor met maar liefst 90 procent.

Refill-revolutie

De Libramont-site draait voor 100 procent op hernieuwbare energie, opgewekt via biomethanisatie. Die stroom is niet alleen voor eigen gebruik, maar ook bedoeld voor het nabijgelegen dorp. De producten die in Libramont van de band rollen, worden zoveel mogelijk ‘groen’ vervoerd.

‘We hebben de emissies voor het transport met 35 procent weten te verlagen’, vertelt Dalle. ‘Dat doen we door meer gebruik te maken van de trein en bij het vrachtvervoer voor biobrandstof te kiezen. En in de steden gaan de zogeheten last-mile deliveries steeds vaker per fiets, in plaats van met vrachtwagens.’

Voor 2026 ligt de focus op het verminderen van het verpakkingsmateriaal. Dat doet L’Oréal onder meer door het gebruik van navulverpakkingen te stimuleren voor bijvoorbeeld shampoos en douchegels. Die bevatten tot wel 70 procent minder plastic en zijn gemaakt van één materiaal, wat recycling gemakkelijker maakt.

Dalle: ‘Ook voor onze belangrijkste parfums kun je navullingen kopen, bij Douglas bijvoorbeeld. Zo kunnen klanten veel langer doen met hun fancy parfumflessen.’

Het aandeel van de refill-verkoop waarvoor een navuloptie is, ligt nu op 10 tot 15 procent. Een goed begin, vindt Dalle. ‘Maar nog ver verwijderd van de 80 of 90 procent waar we naartoe willen.’ Hij ziet de ‘refill-revolutie’ als een van de belangrijkste drivers om de afvalberg van de beautyindustrie te verminderen. ‘Het vergt alleen veel inspanning. We moeten consumenten ervan overtuigen om de stap te zetten. Dat is een marathon.’