Een vlieg die voedselresten verandert klinkt als sciencefiction, maar deze metamorfose vindt dagelijks plaats in de Protix-fabriek in Bergen op Zoom. Daar transformeren larven van de zwarte soldaatvlieg tonnen organisch afval in eiwitrijk diervoeder. Het recept is even simpel als revolutionair: voer de larven met reststromen uit de voedselindustrie, oogst ze wanneer ze vetgemest zijn en verwerk ze vervolgens tot hoogwaardige grondstoffen.
Protix, opgericht in 2009, is inmiddels wereldleider op het gebied van insecteneiwitten. Het bedrijf kweekt larven van de zwarte soldaatvlieg om voedselresten en agrarische reststromen om te zetten in hoogwaardige eiwitten, oliën én natuurlijke meststoffen.
Hightech insectenboerderij
De larven van de zwarte soldaatvlieg eten resten van voedselproductie en gaan zo voedselverspilling tegen. ’We laten de natuur het werk doen, op industriële schaal’, zegt Stijn Harms, Director Projects & Technology. ‘We laten ons inspireren door de natuurlijke rol die insecten spelen in ecosystemen. In de natuur gaat niets verloren. Insecten zetten organische reststromen om in waardevolle voedingsstoffen en sluiten zo de kringloop. Wat ooit als lastig afval werd gezien, wordt nu waardevol basismateriaal voor de voedselketen.’
‘Als mensen denken aan insectenkweek, hebben ze vaak een kleinschalig beeld’, vertelt Manou Aelmans, Business Developer bij Invest International. ‘Maar de schaal waarop Protix dit doet is écht serieus. Heel plat gezegd: het zijn ook boeren. Net zoals een veehouder koeien heeft, hebben zij insecten. Het zijn levende dieren die ze op een hightech insectenboerderij kweken als proteïnebron.’
Oók voor menselijke consumptie?
Die eiwitten belanden vooralsnog alleen in dierenvoeding, voor onder meer vissen, kippen en huisdieren. Met een belangrijk neveneffect, stelt Harms: de larven blijken voor gezondere kippen te zorgen. De eerste resultaten met kippen zijn dat ze goed groeien, hun natuurlijke gedrag vertonen en elkaar minder pikken én nog altijd even lekkere eieren produceren.
‘Bij een aantal supermarktketens kun je het merk ‘OERei’ vinden, van kippen die worden gevoerd met levende insecten van Protix zoals ze dat ook in het wild doen, een mooie kans om het resultaat zelf te beoordelen.’
Als het aan Aelmans ligt, is het model in de toekomst óók aantrekkelijk voor menselijke consumptie. ‘Insecten als eiwitbron wordt vaak ten onrechte weggezet als een niche voor idealisten’, zegt ze. ‘In Europa zijn we nog niet zo ver dat insecten al op het menu staan. Maar in veel landen is het heel normaal dat mensen insecten eten als onderdeel van hun dieet.’
‘Meer voedingswaarde uit hetzelfde landoppervlak’
Voor Aelmans is deze transitie geen idealistisch streven, maar pure noodzaak. ‘Kijk naar de cijfers: de huidige eiwitproductie kan de groeiende wereldbevolking niet bijbenen’, stelt ze. ‘We moeten het traditionele eiwitaanbod aanvullen met nieuwe bronnen.’
‘Het is daarnaast economisch heel doordacht’, zegt Aelmans. ‘Als je vergelijkt hoeveel koeien je per hectare land kunt houden tegenover hoeveel insecten je op dezelfde grond kunt kweken — én de hoeveelheid eiwit die je daaruit haalt — dan is de keuze heel logisch. Je krijgt veel meer voedingswaarde uit hetzelfde landoppervlak met véél minder waterinput.’
Komt jouw bedrijf in aanmerking voor financiering?
Beantwoord een paar vragen in de Funding Advisor Tool van Invest International en doe de financieringscheck.
lees verderDe Koreaanse droom
De volgende stap voor Protix is internationale expansie, met Zuid-Korea als nieuwe beoogde buitenlandse markt. Invest International voorziet een lening van één miljoen euro, 40 procent van de totale kosten van het haalbaarheidsonderzoek voor een eiwitfabriek, Protix doet de rest.
Zuid-Korea is om twee redenen gekozen, vertelt Harms. ‘In Zuid-Korea komen twee belangrijke factoren samen: de regelgeving is gunstiger en de infrastructuur voor voedselafval is zeer geavanceerd. In Korea worden bedrijven betaald voor het verwerken van de afvalstroom, terwijl het hier kosten zijn.’
In tegenstelling tot de EU, waar hoogwaardig voedselafval niet mag worden gebruikt om insecten te voeden, staat de Zuid-Koreaanse regelgeving dit wél toe.Harms: ‘Dagelijks wordt daar meer dan 15.000 ton voedselafval ingezameld en verwerkt.’
Haalbaarheidsstudie
De nieuwe productiefaciliteit die Protix in Zuid-Korea wil bouwen, zal twee keer zo groot zijn als de faciliteit in Nederland en kan jaarlijks tot 130.000 ton voedselafval verwerken. ‘De haalbaarheidsstudie moet uitwijzen of ze deze fabriek echt kunnen bouwen in Zuid-Korea’, zegt Aelmans.
‘Er moeten ontwerpen komen, en omdat de voeding die de larven hier krijgen anders zal zijn dan in Zuid-Korea, moet Protix testen of het dezelfde eiwitwaarde oplevert. Worden ze er niet ziek van? Groeien ze even snel? Welke samenstelling van dieet gaan ze gebruiken? Welke licenties zijn nodig? Dat soort vragen kunnen ze nu gaan beantwoorden.’
‘Soms moet je een eerste stapje nemen’
Voor Invest International, een joint venture tussen het ministerie van Financiën en ondernemersbank FMO, is het een mooie toevoeging aan het groeiende portfolio bedrijven die internationaal willen groeien met alternatieve eiwitbronnen. ‘We hebben de afgelopen twee jaar al 48 miljoen euro beschikbaar gesteld aan Nederlandse ondernemers met buitenlandse ambities die werken aan alternatieve proteïnebronnen’, zegt Aelmans.
Zo hielp Invest International het Brabantse Fiber Foods bij het opzetten van lokale productie van jackfruit in Oeganda én het ontwikkelen van een toeleveringsketen naar Nederland. Of neem Proeon, dat zich richt op de productie van hoogwaardige eiwitten uit pinda’s en mungbonen in India. Elk project weerspiegelt de overtuiging van Invest International dat Nederlandse voedseltechnologie en -innovatie een sleutelrol kan spelen bij het oplossen van wereldwijde voedseluitdagingen.
‘Het gaat niet alleen om financiering, maar ook om erkenning van wat er in dit speelveld gebeurt’, zegt Aelmans. ‘We kunnen bedrijven met elkaar verbinden om verandering teweeg te brengen. Financiering is één van de belangrijkste startpunten, maar ons begrip van zowel de markt als het financiële speelveld maakt het verschil. Soms moet je het eerste stapje nemen om verder te komen, en daar zijn wij voor.’