Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Leiderschap is van alle tijden, in welke vorm dan ook. Het zijn de omstandigheden waaronder u leidinggeeft, die steeds weerbarstiger worden. De 21e eeuw brengt verandering aan in de context van organisaties. Met ook de nodige consequenties voor u als leidinggevende.

 

Dit evenement is geweest. Bekijk de overige events van MT

Meer dan ooit moet u:

  • leidinggeven en coachen op afstand
  • anticiperen op steeds sneller gaande veranderingen
  • onpopulaire beslissingen nemen
  • mensen meekrijgen
  • bevoegdheden afstaan, en toch de regie houden
  • complexe dilemma’s oplossen

 

Datum: start 27 november
Locatie: Nyenrode
Prijs 995 euro

 

 

 

 

Hoe blijft u ‘voor de troepen uit’ lopen?
Hoe loodst u uw organisatie naar nieuwe tijden?
U moet het verschil maken voor uw organisatie

U kent de uitdrukking ‘de vent maakt de tent’. U heeft enerzijds de uitdaging om aan uw eigen ontwikkeling te werken. Anderzijds heeft u als leidinggevende de verantwoordelijkheid om meer dan goed op ‘de winkel’ te passen. U bent en blijft de eindverantwoordelijke die wordt afgerekend op resultaten, op geleverde prestaties. U wordt ervoor betaald om uw medewerkers – en uzelf – te motiveren tot gewenst gedrag om de doelstellingen voor de organisatie te behalen.
Het mes snijdt aan twee kanten. Hoe zorgt u zelf dat u scherp blijft, met succes mee beweegt in lijn met de tijdgeest, én het verschil voor uw organisatie kunt blijven maken?

Speciaal voor u organiseren wij deze collegereeks over leiderschap in de 21e eeuw, waarin u wordt voorzien van actuele kennis, inspiratie en praktische handvatten voor vertaling naar uw eigen werksituatie.

Meer informatie? Download de brochure


De collega die te laat komt, vinden we laks — maar doen we het zelf, dan zijn het de omstandigheden

Die collega die pas binnenkomt als de vergadering al is begonnen? Die neemt de meeting vast niet serieus. Maar zijn we zelf te laat, dan ligt dat aan de omstandigheden. Deze denkfout maken we allemaal. Op de werkvloer zorgt dat voor onnodige irritaties en wantrouwen, waarschuwt columnist Simone van Neerven.

Fundamentele attributiefout - spiegel
Foto: Getty Images

Het is een strakblauwe zomerdag en een postbezorger fietst fluitend door de nauwe straatjes van de stad. Hij geniet van de zon en doet rustig zijn werk. Dan komt een auto hem tegemoet. Die laat bijna geen ruimte meer voor de postbezorger. Hij moet zich dus langs de auto wurmen, waarbij zijn fietstassen de auto lichtjes raken.

Direct galmt uit het open raam: ‘Hé mafklapper, doe ‘es niet zo idioot man!’ De postbezorger schiet beduusd in de verdediging, maar de automobilist wil nergens van horen en rijdt met stoom uit zijn oren door.

Wat was hier nou aan de hand? Er was voldoende ruimte in de straat voor de automobilist om iets meer opzij te gaan, zodat de postbode er wel makkelijk langs had gekund. De automobilist creëerde dus zijn eigen probleem, maar overzag dat niet (of wilde het niet zien) en concludeerde dat de postbode asociaal gedrag vertoonde.

Attribution bias

Dit soort taferelen zien we niet alleen op straat, het gebeurt net zo goed op het werk – goed, misschien met wat minder expliciet gescheld. Maar hoe vaak denk je wel niet over een collega die iets zegt of doet wat vanuit jouw oogpunt onhandig lijkt: ‘Jeetje, wat een idioot is dat, zeg!’

Lees ook: 8 irritante types op de werkvloer – en hoe daar toch de positieve dingen van te zien

Het fenomeen dat hier speelt, heet de ‘fundamentele attributiefout’. Dat is de neiging om het gedrag van anderen te snel toe te schrijven aan hun persoonlijkheid of karakter, in plaats van aan de situatie. Interessant genoeg doe je bij jezelf vaak het tegenovergestelde. Dan schrijf je fouten juist wel toe aan de omstandigheden en ligt het vrijwel nooit aan jezelf.

We kennen dit verschijnsel allemaal maar al te goed. Als we in een vergadering zitten en iemand komt te laat binnen, denken we al snel dat diegene de afspraak niet serieus neemt. Komen we zelf te laat, dan wijten we dat aan een onverwachte file of een eerdere afspraak die uitliep. Als een presentatie niet goed verloopt, concluderen we al snel: ‘Hij of zij kan ook gewoon niet goed presenteren.’ Terwijl je, als het bij jou gebeurt, de schuld geeft aan de beperkte voorbereidingstijd of techniek die het laat afweten.

Spanning op de werkvloer

Op de werkvloer trekken we dus razendsnel conclusies over elkaar. We plakken liever een etiket op een persoon dan dat we stilstaan bij de situatie. En precies daar gaat het mis. Als we gedrag verkeerd interpreteren, verdwijnt het vertrouwen en maken irritaties en misverstanden al snel de dienst uit.

Ook feedback schiet dan zijn doel voorbij: in plaats van te vragen wat er speelde, krijgt iemand te horen dat hij niet gemotiveerd genoeg is.

Voor leidinggevenden ligt hier misschien wel de grootste valkuil. Wie gedrag direct koppelt aan iemands karakter, mist wat er werkelijk speelt. Terwijl juist daar vaak de oplossing ligt. Zolang structurele problemen, zoals een te hoge werkdruk of rommelige processen, niet worden aangepakt, blijft hetzelfde gedrag terugkomen. Niet omdat medewerkers niet willen, maar omdat het systeem hen in de weg zit.

#DOESLIEF

Daarbij komt dat de lontjes steeds korter lijken te worden. We zijn steeds meer op zoek naar ons eigen gelijk en onze tolerantie voor andere perspectieven neemt met de dag af.

Op sociale media zitten we in onze eigen bubbel en zien we vooral losse, korte fragmenten zonder context, die speciaal zijn gemonteerd om een snelle en meestal negatieve mening te ontlokken. Tegelijkertijd zorgen hoge werkdruk en tijdsdruk ervoor dat we sneller oordelen en minder tijd nemen om de context beter te begrijpen, of stil te staan bij andere mogelijke verklaringen.

Lees ook: Passieve agressiviteit zorgt op kantoor voor meer conflicten dan roddelen en pesten

In 2019 deed SIRE onderzoek waaruit bleek dat veel Nederlanders vonden dat de omgangsvormen verslechterden. Van anderen althans, want – niet verrassend – driekwart van de mensen vond zichzelf juist wél aardig tegen de ander. SIRE lanceerde de campagne #DOESLIEF om mensen bewuster te maken van hun onvriendelijke en soms asociale gedrag.

In de schoenen van de ander

Vaak hebben we niet eens door dat we onaardig zijn en zien we niet wat ons asociale gedrag doet met de ander, terwijl we het wel verdomd goed voelen als iemand zo tegen jou doet. Bewustwording van je eigen gedrag, zoals werd beoogd met de #DOESLIEF-campagne, is dus een goede eerste stap.

Wat ook goed helpt, is om in de schoenen van de ander te gaan staan. Je bekijkt de situatie dan vanuit het perspectief van de persoon die je eigenlijk maar een idioot vindt. Door jezelf de vraag te stellen: ‘Wat zou er ook aan de hand kunnen zijn?’, dwing je jezelf om de pauzeknop in te drukken en je oordeel uit te stellen. Vervolgens ga je op zoek naar minstens twee redenen waarom het gedrag voort zou kunnen komen uit de situatie.

Niet zo persoonlijk maken

Daniel Stalder, sociaal psycholoog en hoogleraar psychologie aan de University of Wisconsin–Whitewater, deed hier onderzoek naar. Daaruit kwam naar voren dat mensen die meer oog hadden voor de context, gedrag minder snel persoonlijk opvatten. Ze oordeelden minder snel over anderen, bleven rustiger wanneer ze slecht werden behandeld en schoten minder snel in de verdediging.

En durf je echt iets radicaals te doen? Ga dan in gesprek met de ander, en laat nieuwsgierigheid het winnen van het oordeel.

Lees ook deze columns van Simone van Neerven:

Merkactivisme is niet op zijn retour, zegt deze communicatie-expert, ‘het is volwassen geworden’

Bedrijven houden zich stil. Geen stevige uitspraken meer over duurzaamheid, geen regenboogvlaggen, geen ceo's in debatten over maatschappelijke thema's. Is merkactivisme dood? Nee, schrijft communicatie-expert Gijs Moonen, het is juist volwassen geworden. 'Merkactivisme begint waar opportunisme ophoudt.'

pride-amsterdam
De meest geloofwaardige Pride-campagnes nemen afscheid van de oppervlakkige regenboogmarketing die jarenlang zo dominant was. Foto: Getty Images

Nog geen vijf jaar geleden leek ieder maatschappelijk debat ook een communicatiemoment. Na de dood van George Floyd (Back Lives Matter-protesten), tijdens Pride of in het klimaatdebat voelden organisaties de druk om publiekelijk stelling te nemen. En daarmee kwamen de likes, het bereik, en ogenschijnlijk een betere reputatie.

Die periode heeft onmiskenbaar bijgedragen aan de zichtbaarheid van maatschappelijke thema’s en een piek in merkactivisme waar veel bedrijven en bureaus beter van werden. Maar in dat laatste zit voor mij ook de schaduwzijde. Niet ieder maatschappelijk standpunt kwam voort uit een diepgewortelde overtuiging.

Positieve aandacht

Regelmatig leek maatschappelijke betrokkenheid vooral een manier om relevant te blijven, aansluiting te vinden bij de tijdgeest of positieve aandacht te krijgen als merk. Naarmate meer organisaties zich uitspraken over vrijwel ieder maatschappelijk onderwerp, verloor het maatschappelijke standpunt iets van zijn onderscheidende waarde. Merkactivisme werd eerder een marketing- of communicatiestrategie in plaats van een overtuiging.

Juist daarom is de huidige terughoudendheid ergens geruststellend, maar ook interessant. Belangrijke maatschappelijke thema’s verdwijnen geruisloos uit campagnes, bestuurders mengen zich minder vaak in het publieke debat en veel organisaties communiceren terughoudender over hun maatschappelijke ambities. Het is verleidelijk om daaruit te concluderen dat merkactivisme op zijn retour is. Onlangs stelde MT/Sprout die vraag dus ook. Het antwoord was genuanceerd: merkactivisme is niet dood, maar wel ingewikkelder geworden.

Lees ook: Is merkactivisme dood en begraven? ‘Het wordt wel moeilijker’

Volgens mij kijken we daarmee nog steeds naar de verkeerde ontwikkeling. Merkactivisme staat niet onder druk, maar opportunistisch merkactivisme wel.

De spelregels zijn veranderd

Die ontwikkeling kent meerdere oorzaken. Internationale ondernemingen voelen steeds nadrukkelijker de gevolgen van geopolitieke spanningen. Onder druk van de veranderde politieke verhoudingen in de Verenigde Staten verdwijnen diversiteitsprogramma’s naar de achtergrond en worden maatschappelijke standpunten binnen internationale concerns zichtbaar voorzichtiger geformuleerd.

Tegelijkertijd zien we op een heel ander terrein een vergelijkbare beweging. Rond duurzaamheid is greenhushing inmiddels een ingeburgerd begrip geworden. Bedrijven investeren nog altijd in verduurzaming, maar communiceren daar bewust minder over uit angst onmiddellijk te worden beschuldigd van greenwashing of inconsequent handelen.

Toch verklaren geopolitieke druk en reputatierisico’s slechts een deel van het verhaal.

Maatschappelijke volwassenwording

De belangrijkste verandering is volgens mij dat maatschappelijke uitspraken niet langer op zichzelf worden beoordeeld. Waar het voorheen vooral ging om wat men zei, staat tegenwoordig eerst de afzender ter discussie. Niet langer overheerst de vraag ‘waar staat dit merk voor?’, maar we beginnen met ‘heeft deze organisatie het recht om dit standpunt in te nemen?’

Dat is een fundamenteel andere dynamiek. Een duurzaamheidsclaim leidt onmiddellijk tot vragen over de eigen uitstoot. Een Pride-campagne roept discussies op over personeelsbeleid of activiteiten in landen waar homoseksualiteit strafbaar is. Een inclusiviteitscampagne wordt langs de meetlat gelegd van de samenstelling van de directie. Organisaties worden niet langer uitsluitend beoordeeld op hun woorden, maar vooral op de mate waarin hun handelen die woorden ondersteunt.

Sommigen zijn geneigd dit te scharen onder een groeiend cynisme of zelfs een ‘cancelcultuur’. Maar ik denk dat we kunnen spreken van maatschappelijke volwassenwording. De tijd waarin goede intenties voldoende waren, ligt achter ons. Het draait veel meer om geloofwaardigheid.

Pride als actueel voorbeeld

Misschien zie je dat nergens zo duidelijk als de komende weken rond Pride in Amsterdam, en in andere steden wereldwijd. Op het eerste gezicht lijkt het alsof bedrijven zich massaal terugtrekken. Minder organisaties varen mee, minder campagnes kleuren regenboog en de jaarlijkse social post is minder vanzelfsprekend geworden.

Maar wie beter kijkt, ziet vooral een andere vorm van betrokkenheid. Vogue Business beschreef onlangs hoe de meest geloofwaardige Pride-campagnes juist afscheid nemen van de oppervlakkige regenboogmarketing die jarenlang zo dominant was. In plaats van een tijdelijk logo of een campagne in juni investeren organisaties in langdurige samenwerkingen met lchgbtq+-organisaties, ontwikkelen zij campagnes samen met de gemeenschap en verbinden zij daar concrete acties aan die ook buiten de Pride-maand zichtbaar blijven.

Die bedrijven zijn hard bezig om de maatschappelijke ambitie, die ze al jaren hebben, zo geloofwaardig mogelijk invulling te geven. Want de organisaties die zich vandaag nog nadrukkelijk uitspreken, zijn vaak de organisaties die dat onderwerp al veel langer onderdeel hebben gemaakt van hun beleid, cultuur en keuzes. Het standpunt volgt niet langer uit de campagne; de campagne volgt uit het standpunt.

Lees ook: De lhbti+-gemeenschap steunen als bedrijf? Met alleen een paradeboot tijdens Pride ben je er niet

Eerst reputatie, dan een standpunt

Dat is de belangrijkste verandering voor bestuurders en marketeers. Jarenlang moest een maatschappelijk standpunt vertrouwen opleveren. Tegenwoordig moet dat vertrouwen er al zijn.

Dat verandert ook de betekenis van merkactivisme. Het is geen marketingmiddel meer dat organisaties naar behoefte kunnen inzetten zodra een maatschappelijk onderwerp de actualiteit domineert. Merkactivisme begint pas op het moment dat een organisatie bereid is een overtuiging jarenlang vol te houden, ook wanneer de maatschappelijke wind draait of commerciële voordelen uitblijven.

En dat is uiteindelijk helemaal geen slechte ontwikkeling. Een campagne is niet langer genoeg. Wie zich uitspreekt, wordt positief of negatief afgerekend op wat een organisatie al jaren doet.

Vijf jaar geleden moest een merk een standpunt innemen om geloofwaardig te zijn. Vandaag moet een merk eerst geloofwaardig zijn om zich een standpunt te kunnen veroorloven.

Merkactivisme begint wanneer opportunisme ophoudt. En laten we dat koesteren. In de hoop dat meer merken daarmee aan de slag gaan.

Lees ook: Ceo’s voelen druk om zich uit te spreken, maar dat kan ze duur komen te staan