Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Wat bestuurders van de oude Romeinen kunnen leren

Zonder goede concurrentie vaart niemand wel. Bestuurders die dat vergeten, moeten maar even terug in de tijd kijken. De Romeinen gaven wat dat betreft al het verkeerde voorbeeld.

Willian West - Unsplash
Je leest nu: Wat bestuurders van de oude Romeinen kunnen leren

Historia magistra vitae est. De geschiedenis is de leermeester van het leven. De Romeinen wisten het al. En de bestuurders van nu kunnen er ook veel van leren, van de geschiedenis. Bijvoorbeeld over de besluiten die werden genomen na de Punische oorlogen en de gevolgen daarvan. In 146 voor Christus stonden Rome en Carthago (weer eens) tegenover elkaar. Het zou de laatste keer zijn. Rome maakte de stad in het huidige Tunesië met de grond gelijk. De inwoners werden verkocht als slaaf.

Dat is in het licht van de gebeurtenissen, van al die bloedige oorlogen die Rome al met Carthago gevoerd had, ergens wel begrijpelijk. Weg is weg. Toch, zo legt Gene Marks uit, luidde dat besluit het begin van het einde in. De president van het adviesbureau uit Philadelphia ziet een link tussen de beslissing de Afrikaanse stad te verwoesten en het einde van het Romeinse rijk zes eeuwen later. Marks gebruikt de metafoor wel vaker als hij bedrijven advies geeft. Om te laten zien dat het weliswaar aanlokkelijk is om concurrentie van de markt te drukken zodra de kans daar is, maar dat dat uiteindelijk niet zalvend is. ‘Je hebt competitie nodig om scherp te blijven.’

Absolute macht

Terug naar dik tweeduizend jaar gelden. Rome viert feest omdat de beroemde tegenstander met boegbeeld Hannibal voorgoed verslagen is. Dronken van het succes zetten de Romeinen door. In hetzelfde jaar nog verslaan ze bij de slag van Korinthe de ooit machtige groep van Griekse stadstaten. Gecombineerd met de victories in Macedonië een jaar eerder geeft dat Rome de absolute macht over Griekenland.

In een paar jaar groeit Rome uit van een sterke stad tot de heerser over een groot gebied rond de Middellandse Zee. Dat brengt ze veel goeds. Zes eeuwen lang zijn ze gevrijwaard van tegenstanders die serieus schade kunnen doen. Rome wordt hét rijk. Technologie ontwikkelt zich in snel tempo, rijkdom wordt vergaard, nieuwe politiek bedacht. Zo gaat het anno nu ook met grote corporates die sturen richting een monopoly. De winsten kunnen razendsnel oplopen en ruimte vrijmaken voor innovaties, voor overnames die het monopoly steeds dichterbij brengen. Dat lijkt allemaal prachtig, maar het is succes op de korte termijn.

Competitie

De macht van Rome leek oneindig. En juist vanwege dat gevoel van onverwinnelijkheid kwam het einde onverbiddelijk dichterbij. De Romeinen hoefden amper meer te letten op de vijandige wereld om hen heen en richtten hun blik steeds meer naar binnen. De leiders begonnen elkaar te bestoken, riepen eigen legers in het leven. Regelrechte burgeroorlogen ontstonden die een deel van de bevolking in armoede drukten. Het verschil tussen de haves en de have-nots groeide, technologische ontwikkeling kwam tot stilstand. En uiteindelijk kwam de onvermijdelijke implosie van het rijk, met duizend jaar middeleeuwen als gevolg.

‘Natuurlijk kun je zeggen: 600 jaar is best een lange tijd dat het wél goed ging’, vertelt Marks. ‘Toch ligt de kiem voor het ineenstorten in dat jaar 146 voor Christus. Zonder echte concurrent of tegenstander begon daar al de lange en uiteindelijk bloedige neergang van Rome. Zonder competitie zakt je ambitie weg. Je vergeet je te richten op groei en verlegt je aandacht naar behoud. Investeringen in expansie – technologie, innovatie – worden minder.’ En uiteindelijk komen er andere partijen die daar gebruik van maken en je langzaam beginnen op te eten.

Het is kortom een goed idee om concurrentie te vieren. De leiders van nu moeten zich daarvan bewust zijn. Een gevoel van competitie stuwt een bedrijf, en alle medewerkers ervan op naar grotere hoogte.