Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Vertel mij wie uw vijanden zijn en ik zeg u wie u bent

Volgens de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt moeten leiders snel bepalen wie hun tegenstanders zijn, want vijandschap is de kern van politiek. En ook van het bedrijfsleven, schrijft MT-columnist Ron Jacobs.

wraak Getty Images
Je leest nu: Vertel mij wie uw vijanden zijn en ik zeg u wie u bent

Laat ik mijn cliënt Frits noemen. Hij is de kersverse CEO van een miljoenenbedrijf. Frits heeft niets te klagen, zeker niet over het marktaandeel van zijn bedrijf. Maar zoals de meeste CEO’s kent hij ook een zeker gevoel van almacht. Dus toen drie managers besloten voor zichzelf te beginnen en zodoende een minuscule concurrent werden, besloot Frits de uitspraak boven dit stukje, van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt, in de praktijk te brengen. Ik vroeg hem waarom. ‘Hadden ze ons maar niet moeten verlaten, de drie ondankbare honden’, was zijn antwoord.

Frits serveerde zijn wraak ijskoud. Hij diepte een oude kwestie op uit de vergetelheid. Paul, een van de drie nestverlaters, had vijftien jaar geleden, op een vrijmibo, de receptioniste betast. De hand van Frits’ meest succesvolle accountmanager, vol op haar rechterborst. Iedereen was de dronken greep naar genot allang vergeten – maar Frits niet. In zijn hoofd liggen de pijnlijke momenten van al zijn managers netjes opgeslagen.

Wat volgde, laat zich raden. Frits nodigde de drie nestverlaters uit in zijn statige kantoor. Daar diste hij de anekdote op. Flink aangedikt, met als genadeklap een schriftelijke verklaring van de receptioniste. Het was slechts wachten op alle andere ‘me too’-verhalen, mocht hij besluiten de anekdote over “deze Hollandse Brett Kavanaugh” publiek te maken. Frits genoot zichtbaar van de lange stilte die volgde, het hoekige ongemak van het drietal. De nestverlaters vertrokken uiteindelijk met de staart tussen de benen. En Frits? Hij voerde het dreigement uit. Het drietal kreeg nergens een poot aan de grond. Vier maanden later vroegen ze faillissement aan.

Een irrationele wraakexercitie? Misschien. Maar achter Frits’ actie zit wel degelijk een gedachte die hout snijdt. Volgens Schmitt moeten leiders snel bepalen wie hun tegenstanders zijn, want vijandschap is de kern van politiek. Strijd en ‘wij/zij’-denken is de mens eigen, het maakt hem tot wie hij is. Wees daarom trots op wie je bent, schrijft Schmitt, en definieer ook met trots en woede wie je tegenstanders zijn.

In de zakenwereld geldt volgens mij precies hetzelfde. Ook hier definieert het vijandbeeld het zelfbeeld. Immers, concurrenten laten zien wie wij zijn – en misschien wel nóg belangrijker: wie we níét willen zijn. Daarom: lang leve de vijand!

Nu kent Frits die hele Schmitt natuurlijk niet. Hij is niet bepaald een lezer, maar veel meer een werkpaard. Iemand die bijna instinctief redeneert vanuit de ‘friend or foe’-gedachte. Eerlijk gezegd mag ik dat anti-polderen wel. Frits is een CEO die knopen doorhakt en tegenstellingen op scherp zet. Iemand die met minachting neerkijkt op het compromis. Want waarom moet alles altijd in evenwicht zijn? Een compromis is hooguit de eerlijkste manier om alle partijen ontevreden te houden.

Dat werkt misschien prima in de politiek, maar niet in het bedrijfsleven. In het universum van Frits is niets mis met de roep om wraak. Als de zaak erom spant, dan laat je je tanden zien. En bijt je door. Heerlijk!