Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Van hybride werken tot Doornroosje-arrangement: corona heeft de taal in bedrijven veranderd

We zijn zoommoe, werken hybride en zijn inmiddels gewend aan de anderhalvemetereconomie. Onze taal is door corona verrijkt met allerlei nieuwe uitdrukkingen. Sommige zijn tijdelijk, van andere zijn we nog lang niet af.

digitaal werken met de poes op schoot
Je leest nu: Van hybride werken tot Doornroosje-arrangement: corona heeft de taal in bedrijven veranderd

Voor woordenboekmaker en Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon is de pandemie een soort goudmijn. Er komen en kwamen door corona heel veel nieuwe woorden en uitdrukkingen bij. Sommigen verbaasden hem of vindt hij ‘geweldig goed gevonden’. Anderen zijn, als je er even over nadenkt, eigenlijk ‘een beetje vies’. ‘Fysiek contactmoment bijvoorbeeld. Een paar jaar geleden zouden mensen je echt raar hebben aangekeken als je had voorgesteld om een fysiek contactmoment in te plannen. Tegenwoordig vinden we het normaal om te overleggen of je elkaar digitaal of fysiek ontmoet’.

Blij wordt Den Boon van een uitdrukking als ‘het Doornroosje-arrangement’, een taalvondst van VVD-kamerlid Thierry Aertsen, die prompt door zijn partijgenoot Eric Wiebes (destijds minister van Economische Zaken) werd overgenomen. Bedrijven die het ‘pre-corona’ prima deden maar door de coronamaatregelen in de problemen waren gekomen, konden dankzij deze regeling na een korte winterslaap weer ondernemen. Ze konden een faillissement met steun van schuldeisers en andere betrokkenen voorkomen.

Blijvertjes

‘Ik hoop dat zo’n term gangbaar blijft, omdat je er als woordenboekmaker een hoop informatie bij kunt geven’, zegt Den Boon. ‘Van andere woorden weet je dat ze geleidelijk aan verdwijnen, omdat ze steeds minder gebruikt zullen worden.’ ‘Flitsopening’ bijvoorbeeld, een woord dat ineens opkwam toen bedrijven vorig jaar heel even hun deuren mochten openen, maar die vervolgens toch weer moesten sluiten. Of ‘onderuren’, een term die bleek te staan in de cao van Wibra. Het winkelbedrijf mocht werknemers verplichten deze uren in de zomer (toen alle filialen weer open gingen) alsnog in te halen.

De vraag of je al een vinkje hebt in je corona-app blijft actueel

Andere uitdrukkingen zijn blijvertjes. ‘Hybride vergaderen’, ‘hybride werken’, ‘het hybride kantoor’, het is helemaal hot. Van de ‘anderhalvemetereconomie’ zijn we, als het aan het kabinet ligt, dit najaar verlost. In plaats daarvan krijgt de ‘Jip-en-Janneke-economie’ (kleinschalig en transparant) misschien wel een boost als een volgende regering besluit om de economie alsnog ‘een groene herstart’ te geven. Zolang de deltavariant rondwaart is ook de ‘testsamenleving’ nog springlevend. Ook de vraag ‘of je al een vinkje hebt’ in je ‘corona-app’ blijft actueel.

Splinternieuw

Waar hybride een woord is dat we al kenden, maar dat door corona een hele nieuwe lading kreeg, kwamen er ook splinternieuwe woorden bij. Iemand ‘muten’ bijvoorbeeld tijdens een zoomsessie. We zijn gaan ‘e-peritieven’ (de vrijmibo werd digitaal) en werken volgens een ‘pandemierooster’. Of we doen als voormalige kantoortijgers ons werk vanachter de keukentafel in ons ‘thuiskantoor’. Daar zijn we na al die maanden ‘zoommoe’ van. We snakken naar een ontmoeting met collega’s, al staat er dan misschien ‘een kuchscherm’ tussen de bureau’s.

Het nieuwe normaal is eigenlijk al een eeuw oud

Tegelijkertijd raakten nieuwe uitdrukkingen in zwang. ‘Het nieuwe normaal’ bijvoorbeeld komt uit het Engels, zegt Ton den Boon. ‘Daar werd de uitdrukking “the new normal” honderd jaar geleden voor het eerst gebruikt. Daarna hoorde je hem hooguit af en toe voorbijkomen, terwijl hij tegenwoordig volkomen ingeburgerd lijkt, ook in het Nederlands. Net als “in lockdown gaan” trouwens. Dat woord stond al wel in de Van Dale, maar je hoorde het weinig. Nu kom je het overal tegen.’

Lees ook: Dit zijn de grootste clichétermen van de coronacrisis

Veelgebruikt

Ook andere uitdrukkingen zijn sinds corona populair. ‘Clicken en collecten’ bijvoorbeeld, ‘een call hebben’ en ‘never waste a good crisis’. Verder werd het woordje ‘corona’ werkelijk overal voor geplakt. We kregen een ‘coronakoerier’ (een bezorger die een pakketje aflevert zonder iets aan te raken), Nederland belandde in een ‘coronarecessie’, waardoor bedrijven kopje onder gingen door een ‘coronafaillissement’. Werkgevers voerden een ‘coronaprotocol’ in en vroegen zonodig ‘coronasteun’ aan.  En straks moeten we in het ‘post-coronatijdperk’ weer met zijn allen ‘decoroniseren’.

Al die regels en wetten leverden draken van taalvormen op

Jeukwoorden wil de hoofdredacteur van Van Dale het niet noemen. ‘Daar doe ik als woordenboekmaker niet aan.’ Maar hij is de eerste om toe te geven dat de corona-regelingen die de overheid voor ondernemers in het leven riep vaak ‘draken van taalvormen’ opleverden. Ambtenaren bedachten bijvoorbeeld de NOW (inmiddels kunnen bedrijven zich aanmelden voor de zesde ronde van deze loonsteun), de TOZO (een regeling voor zelfstandig ondernemers), de TVL (tegemoetkoming vaste lasten) en de TOGS (steun voor de meest getroffen bedrijfssectoren). Den Boon: ‘Normaal is dat soort jargon tijdelijk, maar ze gaan nu toch al weer een hele tijd mee. Maar ja, alles went. De WIA en de AWBZ  zijn ook best rare afkortingen.’