Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Europees noodfonds in het gedrang

Je leest nu: Europees noodfonds in het gedrang

De vergroting van het Europese noodfonds is amper twee weken oud, maar de maatregel lijkt nu al een wassen neus te zijn. De eurocrisis is verder geëscaleerd, investeerders staan niet bepaald in de rij en de Duitse voorman denkt dat de vuurkracht kleiner zal zijn dan de bedoeling was.

Europese leiders besloten in oktober tot versterking van het EFSF. Er moet een hefboom worden toegepast op de nog beschikbare garanties. Hierdoor groeit de omvang tot ongeveer 1000 miljard euro. Er zijn twee routes aangegeven om dit te bereiken.

De eerste optie is dat het fonds garant staat voor een deel van de verliezen op nieuwe leningen van zwakke eurolanden. Het is de bedoeling dat het tot 20 procent van de verliezen voor zijn rekening neemt. De tweede optie is dat het noodfonds door middel van investeringsvehikels geld aantrekt. Het fonds en de investeerders stoppen hier beiden geld in. Dit kan gebruikt worden voor noodleningen of bankensteun. Investeringsfondsen, bijvoorbeeld uit China, zouden hierin moeten stappen.

Onrust in Italie

Vrijwel direct werd echter al duidelijk dat de Chinezen er weinig in zien. En terwijl de onrust oversloeg van Griekenland naar Italië ontstond op de financiële markten twijfel over de betrouwbaarheid van het EFSF zelf. Met moeite werd 3 miljard euro opgehaald voor een noodlening aan Ierland. De problemen van Italië leiden er bovendien toe dat de middelen van het fonds mogelijk neerwaarts moeten worden bijgesteld. Als Italië zelf hulp nodig heeft kan het niet meer garant staan voor hulp aan anderen. Nu dragen de Italianen nog zo’n 19 procent (139 miljard euro) bij aan garantstellingen voor het fonds.

Hier kwamen de uitspraken van topman Regling vrijdag bovenop. Hij zei tegen enkele kranten dat de garantie van 20 procent mogelijk niet genoeg is om investeerders te verleiden in de risicovolle staatsobligaties te stappen en wees daarbij op de politieke onrust van de afgelopen tijd. Mogelijk moet het fonds 30 procent garanderen. Dit betekent dat het nog beschikbare geld niet vier of vijf keer over de kop kan gaan, maar slechts drie tot vier keer.

Belegger wil weten waar hij in stapt

Wat ook niet helpt, is dat niet duidelijk is hoe alles gaat werken. ,,Beleggers willen heel gedetailleerd weten waar ze in stappen. Dus reken er maar niet op dat we in december opeens honderden miljarden extra ter beschikking hebben’’, aldus Regling in het Financieele Dagblad. En beleggers weten voorlopig zeker niet waar ze aan toe zijn. Op 7 november is afgesproken dat de plannen voor het eind van de maand moeten zijn uitgewerkt. Onder meer aan marktpartijen moet gevraagd worden wat zij denken dat de beste aanpak is. De uitvoering volgt daarna.

Regling maakte in feite duidelijk dat voorlopig weinig valt te verwachten van het noodfonds. Hij voegde volgens het FD wel toe dat uiteindelijk genoeg middelen beschikbaar zullen komen om in de behoefte te voorzien.

Lees ook: