Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

De Grote Techoorlog van 2012

De schoen is gezet, hoog tijd om vooruit te blikken naar 2012. Dat wordt het jaar van de Grote Techoorlog. Google, Apple, Amazon en Facebook zullen strijden om de hegemonie op internet. Of liever gezegd: ons dagelijks leven.

 

De vier Amerikaanse bedrijven die het aanzien van de informatietechnologie en entertainment domineren, verkeren op voet van oorlog met elkaar, stelt het blad FastCompany zonder omhaal. En niet zonder reden: de afgelopen jaren zagen we inderdaad de vier giganten steeds vaker op elkaars terrein komen.

Vier alleskunners

In pakweg 2000 was Apple Computers nog noodlijdende computerfabrikant. Google had een fijne zoekmachine zonder reclame, Amazon verkocht boeken en cd's en van Facebook had nog nooit iemand gehoord. Maar Apple drijft inmiddels de grootste online muziekwinkel ter wereld en is leidend in smartphones en tablets. Google volgde met een Android-offensief en ook Amazon lanceerde onlangs een tablet. Amazon zelf is intussen uitgegroeid tot een gigant in cloud computing, een terrein dat Google met zijn docs en apps ook wil beheersen, terwijl Apple de cloud als voorwaarde ziet om zijn eigen ecosysteem tot één geheel te smeden. Facebook slurpt intussen met zijn 800 miljoen vrienden verkeer en daarmee advertentiemiljarden weg van Google. Daarop bouwde Google dit jaar zijn eigen variant van een social network, Google +.

Vier sterke leiders

Het viertal is aan elkaar gewaagd, en wordt geleid door sterke en eigenwijze karakters. Amazon zal in 2015 onder Jeff Bezos een omzet hebben van 100 miljard, Apple moet Steve Jobs missen maar borduurt voort op zijn strategie als duurste bedrijf ter wereld met tientallen miljarden in kas, Met Facebook heeft Mark Zuckerberg informatie over de voorkeuren van 800 miljoen consumenten. Daarbij komen maar weinig concurrenten in de buurt. Denk aan de mislukte pogingen van BlackBerry en HP om met een iPad-killer te komen; alleen Amazon en de Androids geven analisten een serieuze kans. Microsoft heeft het allemaal  geprobeerd: cloud diensten, tablets, smartphones (nu met Nokia) en natuurlijk het sociale netwerk Spaces; nergens kon het tot nu toe echt een vuist maken in een tijdperk waarin de pc niet langer centraal staat.

2012: vuurwerk

Verwacht in 2012 nog meer vuurwerk, naarmate de grote vier elkaar nog meer verdringen op de markten voor smartphones en tablets, cloud computing en sociaal netwerken. In de rechtszaal komen de vier elkaar al geregeld tegen in een patentoorlog waarvan we al eerder een overzicht gaven. Google kocht voor dat slagveld dit jaar voor 12,5 miljard dollar Motorola Mobility, vooral een flinke berg patenten.

Nieuw slagveld: televisie

In 2012 zal het slagveld waarschijnlijk ook worden uitgebreid naar televisie. Uit de biografie van Steve Jobs bleek, dat hij droomt van een volwaardige Apple-televisie, die de bescheiden rol van het doosje Apple TV kan doen vergeten en alles uit iTunes haalt. Maar Google zal intussen niet rusten voordat het met Google TV en YouTube in alle huiskamers doordringt. Amazon heeft intussen deals met een trits eigenaren van videocontent, die het nu nog 'gratis' streamt als bonus voor vaste klanten. Ook Facebook sluit in rap tempo deals met tv- en filmmaatschappijen. Met Facebook video kan het nog groot worden, met name vanwege de feedback die de bekende 'likes' voor zorgen.

Facebook gaat blazen in 2012

2012 betekent voor Facebook ook het startschot op voluit te gaan blazen: dan geeft de beursgang Zuckerberg de munitie die destijds ook Google transformeerde van zoekmachine in een alleskunner. Zuckerberg kan zijn mensen eindelijk in goed verhandelbare opties betalen, en verwacht nog meer toepassingen van Facebook, dat alle vormen van communicatie – chatten, video, e-mail – wil beheersen maar ook content in zijn netwerk wil rondpompen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Nieuwe inzet: betalingsverkeer

Volgend jaar zal mobiel betalen ook de volle aandacht van de vier giganten trekken. De contactloze chip in de Google Phone zal ons laten wennen aan het gebruik van de mobiel als portemonnee, maar het zal vooral betekenen dat banken en creditcardmaatschappijen hun ijzeren greep op het betalingsverkeer verliezen. De iPhone heeft straks ook zo'n chip, die mooi aansluit bij de enorme winkel die iTunes is, Amazon en Facebook zullen zich ook meer bemoeien met het direct afrekenen van alle virtuele goederen die ze verhandelen.

Lees ook:

Elke week het beste van TechBusiness in de mail? Vraag de nieuwsbrief aan.

Meer burn-outs voorkomen? Leer als leider de vroegtijdige signalen beter lezen

Werknemers die vaker te laat komen, deadlines missen of op vrijdag thuisblijven. Signalen van een naderende burn-out zijn er vaak al maanden voordat iemand uitvalt. Toch pikt slechts één op de elf leidinggevenden ze op. Daar valt dus nog veel winst te behalen. 'Zelfs als je die veranderingen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken.'

burn-out-signalen
Slechts 1 op de 11 leidinggevenden pikt de vroegtijdige signalen van een burn-out op. Foto: Getty Images

Burn-outs ontstaan niet van de ene op de andere dag. Ze beginnen veel subtieler. Mensen raken sneller geïrriteerd, hebben moeite met hun concentratie, voelen zich opgejaagd of juist lusteloos. Meer dan 70 procent van de mensen die zich ziekmelden met burn-out klachten voelt eigenlijk al maandenlang dat het niet goed met ze gaat.

Bij 42 procent speelt dat gevoel zelfs al zes maanden tot een jaar lang, blijkt uit onderzoek uit 2025 van het Nederlandse bedrijf Acture, specialist in vitaliteit, verzuim en verzekeren. ‘Het schrikbarende is dat slechts één op de elf leidinggevenden merkt dat er iets aan de hand is’, zegt Acture-ceo Annabelle Hagoort, tegen MT/Sprout.

Vandaag heeft één op de vijf werkende Nederlanders last van lichte tot zware burn-out verschijnselen. Dat zijn 1,5 miljoen mensen. Hagoort pleit voor veel meer preventie direct op de werkvloer. Dat hoeven geen grote en meeslepende programma’s te zijn. Er is al veel winst te behalen in de kleine dagelijkse dingen die managers kunnen doen.

Signalen zijn informatie

Dat betekent niet dat leidinggevenden nu therapeutische gesprekken moeten gaan voeren over mentaal welzijn. Daar zijn ze niet voor opgeleid. Oprechte interesse tonen in de mensen is al een enorme stap vooruit.

‘Als je goed oplet als leidinggevende dan herken je die veranderingen wel. Mensen zijn vaker te laat, missen deadlines, sluiten niet meer aan bij de borrel. Dan kun je daar ook iets mee. Je kunt in gesprek gaan van mens tot mens en onderzoeken wat iemand nodig heeft. Met die ondersteuning worden ook werknemers geactiveerd om verantwoordelijkheid te pakken in hun eigen welzijn.’

Zulke signalen zijn een hele belangrijke bron van informatie voor leiders, vult Patrick Nijhoff aan. En die worden nog te vaak genegeerd. Hij is auteur van het net verschenen De Bedrijfsburn-out. Als organisatieontwikkelaar is hij al meer dan dertig jaar bezig met vitale organisaties. Dat zijn organisaties die mensen niet uitputten, maar energie geven.

Lees ook: Burn-out kost 60.000 euro, dus de businesscase is snel gemaakt

Werk anders inrichten

Hij ziet dat de belangrijkste oorzaak voor burn-outs ongemoeid blijft: hoe het werk is ingericht. Overbelasting wordt nog altijd beloond. Bureaucratische processen zorgen voor voortdurende stress. Leiders sturen nog te veel op processen, rapporten en targets, geeft hij aan.

Het is niet eens zo ingewikkeld om erachter te komen wat schuurt. Luister bewust naar wat mensen zeggen bij de koffieautomaat, bij vergaderingen of tussen de regels door. ‘De organisatie blijft in het groen bij uitspraken als: we doen het samen, dit gaat ons lukken of wat heb jij van mij nodig’, zegt hij tegen MT/Sprout. ‘Problemen zijn er altijd, maar die worden besproken en getackeld. Met volle energie.’

Als de samenwerking wat stroever begint te lopen, reacties vertragen, de service minder scherp is, dan is de gele fase op komst. Het moment waarop aan mensen vaak wordt gevraagd nog even gas te geven. Maar eigenlijk zijn ze daarvoor al te vermoeid en beginnen de foutjes erin te sluipen.

Iedereen in het rood

‘Dit is de fase waar het meest overheen wordt gewalst in bedrijven. Deze signalen worden snel weggewuifd met het is nu even druk, maar volgend kwartaal wordt het minder druk. Of de mensen moeten nog wennen aan een nieuw systeem of aan de fusie. Terwijl juist daar de aandacht naar toe zou moeten gaan. Wat betekent dat dan, dat het even druk is, want voor je het weet, wordt er nog een tandje bijgezet en loopt iedereen op z’n tandvlees.’

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer sales opnieuw een grote klant binnenhaalt, terwijl de productie niet kan volgen. En toch blijven zulke orders over de schutting gegooid worden. Dan verzucht de werkvloer dat er niet geluisterd wordt naar de mensen. Of dat al zo vaak is gezegd dat er geen project meer bij kan. ‘Dat is de rode fase waarin je mensen echt aan het overbelasten bent.’

Andere vroegtijdige waarschuwingen zijn dat er helemaal niks meer wordt gezegd. Dat mensen op vrijdag vaker vrij nemen, meer thuis gaan werken, overdag gaan sporten ‘om te ontkoppelen’. Ook een klacht van een klant, een manager die aan de bel trekt over werkdruk of een enthousiaste teamspeler die gedemotiveerd raakt, is een teken aan de wand.

Lees ook: Vierdaagse werkweek is een effectieve en goedkope oplossing tegen burn-out

Levensfases hebben impact

Alleen worden die signalen afgehandeld als incidenten, merkt Nijhoff op. Zulke meldingen komen vaak terecht bij verschillende afdelingen, bij HR, de ondernemingsraad of de klantenservice. Daardoor wordt het grotere patroon niet gezien. ‘Iedereen hoort wel wat de signaaltjes in zijn of haar silo, maar ze denken vervolgens allemaal dat het wel overwaait.’

Uit data valt ook enorm veel te leren, sluit Hagoort aan. Acture heeft inmiddels gegevens verzameld van de 1,3 miljoen ziekmeldingen die het bedrijf behandeld heeft. Ze wijst erop iedereen zo’n beetje door dezelfde levensfases gaat. De eerste baan na het afstuderen, het stichten van een gezin, en op latere leeftijd vaak een periode met mantelzorg.

‘Die life-changing events hebben gewoon impact op hoe mensen werk doen. Iedere werkgever krijgt daarmee te maken. Daar kun je je gewoon op voorbereiden. Je kunt je mensen helpen door op dat moment meer rekening te houden met hun thuissituatie en het werk daarop ook in te richten. Daarbij is de werknemer natuurlijk ook zelf verantwoordelijk voor het eigen welzijn.’

Zorgen over pensioen

Zo viel bij een grote autoproducent in Duitsland een afdeling op met kort maar wel veelvuldig verzuim. Nader bekeken speelde ook hier de levensfase een grote rol. Het waren vijftigplussers die zich ernstig zorgen maakten over hun pensioen en het combineren van werk met mantelzorg, vertelt Hagoort.

Ze vroegen zich af ze hun hypotheek nog konden betalen, of ze vrijwilligerswerk konden gaan doen, of ze nog een opleiding konden volgen. Daar is vervolgens op ingespeeld met een dag waarop iedereen vragen kon stellen aan financiële experts, pensioen- en carrière-adviseurs.

‘Mensen willen in principe zelfredzaam zijn, ze willen eruit komen, en met zo’n dag waren ze dus ook echt geholpen.’ Het jaar daarop bleek het ziekteverzuim enorm gedaald. De mensen gingen ook gemakkelijker met hun leidinggevende in gesprek. Over dat ze over twee jaar met pensioen willen. Over hun rol als mantelzorger en wat dat betekende.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

‘Als werkgever kun je er met advies, coaching of training voor zorgen, dat mensen weer grip op hun leven krijgen. En meer grip brengt rust.’ Die rust betaalt zich vanzelf terug met minder verzuim en meer betrokkenheid.

Zelf een beginnetje maken

Managers die signalen negeren en ze niet bespreekbaar maken, vergeten dat het de individuele werknemer is die uiteindelijk de prijs betaalt. Uitvallen met een stevige burn-out kan zo zes maanden tot een jaar duren. Daarom is afwachten geen optie, managers moeten in beweging komen, vindt Hagoort.

‘Zelfs als je die veranderingen in gedrag en signalen niet ziet, kun je als leidinggevende toch een beginnetje maken. Ga een uurtje per week de werkvloer op, drink vaker een kop koffie met iemand. Je kunt ook gewoon de vraag even stellen op een maandagochtend. Hoe zit je erbij? Is er iets wat je wil bespreken? Kan ik je helpen om je werk te kunnen doen. Klopt het voor jou nog hier? Change happens one conversation at a time.

Duurzame inzetbaarheid moet bij elk gesprek het vertrekpunt zijn, vindt ze. ‘Mensen moeten zich al sinds de industriële revolutie continu aanpassen aan werk. Ik zou het graag andersom zien. Hoe kun je het werk aanpassen aan wat de mens nodig heeft om het beste uit zichzelf te halen om dat werk te doen? Dat is de sleutel om mensen op de arbeidsmarkt gezond, vitaal, duurzaam inzetbaar te houden.’

Lees ook: Microstress: hoe kleine stressmomentjes kunnen leiden tot een burn-out