In Amerika woedt een supermarktoorlog. Niet zoals in Nederland een prijzenoorlog tussen supermarkten onderling, maar een oorlog tussen een supermarkt en een filmmaker.
Inzet van het conflict is een documentaire die regisseur Robert Greenwald maakt over de megasupermarkt keten Walmart. De film (Wal-Mart – The High Cost of Low Price) is een frontale aanval op de grootste werkgever van de VS, Mexico en Canada. Getoond wordt onder meer dat Wal-Mart-werknemers slechts veertienduizend dollar per jaar betaald krijgen, dat er nauwelijks sociale voorzieningen zijn, en dat de Wal-Mart-producten zo goedkoop zijn doordat ze gemaakt worden door jonge meisjes in China en Bangladesh.
Wal-Mart reageerde als door een slang gebeten: er werden peperdure spindoctors ingehuurd die de ‘leugens’ van Greenwald moeten tegenspreken. Op de site van Wal-Mart zijn negatieve recensies van films van Greenwald geplaatst en een trailer waarin de vermeende fouten van de documentaire op een rijtje worden gezet.
De reactie van Wal-Mart is een klassiek voorbeeld van slecht publiciteitsmanagement. Zo heeft Greenwald nu op zijn website een interview geplaatst met een voormalige manager van Wal-Mart, waarin deze uitlegt dat werknemers die tijdens de lunchpauze spreken over de vakbond ontslagen worden, dat lokale overheden steekpenningen worden toegeschoven, en dat Wal-Mart-managers er prat op gaan dat ze de kleine middenstand kapot concurreren. De ‘do more with less’– filosofie van Wal-Mart heeft volgens deze manager vooral betrekking op de manier waarop het bedrijf met zijn werknemers omspringt: zorg dat ze meer doen voor minder salaris.
De oorlog volgen op het internet? Kijk op site van Greenwald voor meer informatie en klik hier om de tegenaanval van Walmart te zien.



