Terwijl digitale televisie in Nederland maar niet van de grond wil komen, maken onze zuiderburen goede sier met ‘Vlaanderen Interactief’. De Vlaamse regering draagt 12,5 miljoen euro subsidie bij. Grote promotor van dit initiatief: een Nederlander.
Wie het Nederlandse kabellandschap aanschouwt, ziet een lappendeken van exploitanten die er maar niet in slagen om gezamenlijk ontwikkeling en marketing op poten te zetten. Het vlakke Vlaamse land is een stuk strakker. Daar trekt de minister van Wetenschappen en Technologische Innovatie rustig 12,5 miljoen euro uit voor een collectief proefproject om de Vlaming aan de interactieve digitale televisie (idtv) te krijgen. In ‘Vlaanderen Interactief’ werken kabelexploitanten Telenet en Interkabel, publieke omroep VRT en de commerciële tv-exploitanten VMMa en VT4 (SBS) samen aan de ontwikkeling van de ‘technologische en menswetenschappelijke kant’ van idtv. Minister Dirk Van Mechelen koestert hoge verwachtingen van het rendement van de ‘bijna 1 miljard franc’ die hij investeert. “Plastisch gezegd: eerst was er de zwart-wit televisie, vervolgens de kleurentelevisie en de volgende stap zal digitale interactieve televisie zijn. Vlaanderen zou zich kunnen situeren in de wereldtop voor de ontwikkeling van nieuwe mediatoepassingen in de huiskamer.”
De belangrijkste reden dat minister Van Mechelen zo royaal zijn beurs trekt, is dat hij graag wil dat multimedia home platform (mhp), een wereldwijd erkende norm voor idtv, de standaard wordt in heel Vlaanderen. Volgens Paul Israël, Nederlander in dienst van kabelaar Telenet, profiteert Vlaanderen hier van de remmende voorsprong van Nederland: “Dat we in Vlaanderen veel later beginnen met digitale televisie, werkt in ons voordeel. Wij kunnen kiezen voor een bewezen technologie, die we in Nederland vier jaar geleden nog niet hadden. We gaan voor heel Vlaanderen met één systeem werken, in Nederland zijn twee platformen ontwikkeld. Bovendien is er in Vlaanderen van het begin af aan een samenwerking met de publieke en commerciële omroepen. En de Vlaamse overheid helpt ook een handje mee.”
Polderoverleg
Telenet is een van de grote promotors van het initiatief. Aan het hoofd van deze kabelaar staat sinds 2001 de Nederlander Duco Sickinghe, afkomstig van de internetdivisie van uitgeverij Kluwer. Dus toch een staaltje van goed polderoverleg? Hij wist tenslotte de verschillende partijen op de televisiemarkt, kabelexploitanten, omroepen en overheid bij elkaar te brengen. Iets wat in eigen land maar niet lijkt te lukken. “In sommige landen stellen de kabelmaatschappijen zich op als concurrenten van de bestaande omroepen,” aldus Sickinghe bij de ondertekening van het contract voor Vlaanderen Interactief. “Die positionering is niet productief. In deze visie kunnen straks aanbieders van interactieve informatie de kijker en burger bereiken via een open en standaard platform.” Daar kunnen ze het in Nederland mee doen.
De Vlaamse kabelaars hebben wel overlegd met Nederlandse kabelaars over gezamenlijke inkoop van technologie, vertelt Israël. Maar dat ligt niet eenvoudig. In Nederland hanteert Mediakabel in Capelle a/d IJssel het systeem van OpenTV, UPC koos voor Liberate. En Hilversum doet alleen aan digitale televisie via de antenne. Maar uiteindelijk gaan ook de Nederlandse kabelaars over op mhp, zegt een woordvoerder van UPC. “Het is duidelijk dat de leveranciers van apparatuur moeten overgaan op mhp. Wij van UPC zitten niet aan een systeem vast, we volgen gewoon de standaard van de markt.” Dit betekent dat de Amerikaanse leverancier Liberate zich zal moeten aanpassen om op de Europese markt nog mee te doen. Immers, ook Duitsland en Engeland werken met mhp. Tot zover de technische beslommeringen. Om de kijkers over de streep te trekken, is ook een aantrekkelijk zenderpakket nodig. Digitenne probeert de markt open te breken met een pornokanaal, Vlaanderen heeft een andere toepassing voor de subsidie. Van Mechelen dweept bijvoorbeeld met e-government als toepassing voor digitale televisie, maar daarvoor koopt niemand een settop box. De prijs daarvan is nog niet bekend, maar zal toch gauw minimaal 100 euro bedragen. Israël: “De digitale kanalen van zowel de VRT, VTM als VT4 komen in het basispakket en kosten de abonnee geen extra geld. Hij hoeft alleen maar een settop box in de winkel te kopen en kan dan direct digitaal kijken.”
Telefoonlijn
In Nederland is het digitale-zenderaanbod mager. Essent heeft onlangs zijn digitale aanbod gesaneerd. Essent Kabelcom stopt met dure verhuur van decoders, en verkoopt ze voortaan voor 100 euro. OpenTV gaat eraf, want interactiviteit werkt niet. Dus het bestellen van films via Filmtime is dan ook van de baan. Casema schrapte Filmtime al eerder. Zitten consumenten eigenlijk wel te wachten op interactieve televisie? Israël heeft er alle vertrouwen in. “Consumenten willen op de eerste plaats meer keuze hebben, dus digitaal ontvangen. Maar ze willen nu al aan programma’s meedoen met sms. Met een afstandsbediening eenvoudig toegang krijgen biedt al een interessante markt.” Ook Peter Hagestein, directeur van Mediakabel houdt moed. “We hebben de interactiviteit voorlopig stopgezet, want dat stimuleert de afzet van digitale abonnementen niet. Wel gaan we op initiatief van Philips en Sony met de grote kabelexploitanten en de publieke omroepen, HMG en Endemol om de tafel zitten om te kijken wat we kunnen gaan doen met de mhp-standaard.” Krachtenbundeling op de tv-kabel is bittere noodzaak, want via de telefoonlijn en adsl sluipt de digitalisering ook de huiskamer binnen. Nog dit jaar begint Philips samen met Belgacom en KPN een proef met een audioterminal, een soort stereo-installatie die muziek afspeelt van de pc. “Op die terminal kun je alle radiostations van internet beluisteren, maar ook de mp3-muziek op je harde schijf en je gewone cd’s. Later bieden we ook video on demand via internet,” aldus Julia Langley van Philips. Daarmee begint het grote geweld van breedband in de consumentenelektronica pas echt. Kan de kabel dat wel bijbenen met digitale televisie? Israël: “Telenet koppelt digitaal aan de analoge televisie, dat is onze kracht. We zouden ook de brug kunnen slaan met internet via de tv-kabel, en we hebben al proeven gedaan met wifi. Maar toch kiezen wij eerst voor televisie. De televisie staat centraal in de huiskamer en dat zal zo blijven.”



