Met de civielrechterlijke veroordeling voor het doorsluizen van gelden uit een bijna failliet RDM-onderdeel is de handelwijze van Joep van den Nieuwenhuyzen voor het eerst als onrechtmatig bestempeld.
De rechtbank in Rotterdam veroordeelde de zakenman onlangs in de nasleep van de RDM-affaire tot terugbetaling van ruim 11 miljoen euro aan de curatoren van SP Aerospace. Naast het RDM-schandaal is de naam van de ondernemer verbonden aan een aantal andere langlopende affaires.
Van den Nieuwenhuyzen (50) kwam voor het eerst in de publiciteit in 1982. Hij voerde toen tijdens de ontvoering van zijn schoonmoeder Toos het woord voor zijn beroemde schoonfamilie Van der Valk. Als dank kreeg hij de leiding over de zieltogende machinefabriek Stramproy. Hij toverde die om tot een winstgevende onderneming en de ’bedrijvendokter’ stampte binnen vijf jaar een indrukwekkend bedrijvenconglomeraat, dat de naam Begemann kreeg, uit de grond.
De eerste smet op het blazoen van Van den Nieuwenhuyzen kwam begin jaren negentig. Hij kocht toen het noodlijdende automatiseringsbedrijf HCS Technologie. Deze overname mondde uit in een schandaal, waarbij Van den Nieuwenhuyzen werd verdacht van handel met voorkennis. Het leverde hem een veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf op, maar in hoger beroep volgde vrijspraak.
RDM
Ook de overname van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) begin jaren negentig bleek goed voor een aanklacht wegens voorkennis. Van den Nieuwenhuyzen viste RDM halverwege de jaren negentig uit zijn Begemann-groep en bouwde het om tot een defensieconcern. Niet lang na deze transactie stortte Begemann grotendeels in. De ondernemer werd wederom vrijgesproken van handel met voorkennis. De zaak was reden voor Van den Nieuwenhuyzen om richting Curaçao te vertrekken. Hij voelde zich uitgekotst door het Nederlandse bedrijfsleven.
De ondergang van RDM trok ook directeur Willem Scholten van het Rotterdamse Havenbedrijf mee in de afgrond. Scholten gaf tot zijn aftreden in augustus 2004 voor 183,5 miljoen euro aan garanties af voor leningen aan het bedrijvenconglomeraat van Van den Nieuwenhuyzen. Een aantal banken eiste na de ondergang van het RDM-concern dat het havenbedrijf de openstaande garantstellingen, ter waarde van ruim 98 miljoen euro, nakwam.
Defensie
Bij de RDM- en HCS-schandalen bleef het niet voor Van den Nieuwenhuyzen. Zo raakte de ondernemer eind vorig jaar twee van het ministerie van Defensie gekochte onderzeeërs kwijt. Defensie wilde niet langer het risico lopen dat de twee in Maleisië afgemeerde duikboten in onbevoegde handen zouden vallen. Daarom nam het departement de schuld van RDM aan de werf in Lumut over en liet het de schepen weghalen voor de sloop. De nationale recherche onderzoekt nog of de zakenman geheime ontwerp- en bouwgegevens van onderzeeërs niet moet teruggeven aan Defensie.
Een ander geschil met de staat draaide om helikopters. Van den Nieuwenhuyzen zou vorig jaar maart de eerste twee helikopters aan de Nederlandse politie leveren. Zijn bedrijf Helifly slaagde daar echter niet in, waarna de Nederlandse staat het contract met de onderneming ontbond. Helifly heeft wel het betaalde voorschot van 15 miljoen euro teruggestort, maar de contractuele boete is niet betaald. De order voor de acht helikopters wordt nu Europees aanbesteed.
(ANP)



