Nederland streeft ernaar de beste kenniseconomie ter wereld te zijn. Dat is geen strategie, vindt managementgoeroe Michael Porter.
Porter deed zijn uitspraken tijdens een leiderschapsseminar voor enkele honderden managers in Amsterdam. De Hardvard-professor verweet de aanwezige topstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven dat zij achter de verkeerde doelstellingen aan hollen.
Kijkend naar Nederland werd Porter niet vrolijk. Hij vroeg zich af of er in ons land überhaupt een bedrijf was te vinden met een behoorlijke strategie. Waarom doen sommige bedrijven het beter dan andere, vroeg hij zich openlijk af? Als voorbeeld nam hij het Spaanse Zara onder de loep. Het kledingbedrijf heeft een uitstekende strategie, luidde zijn oordeel. En vooral: een strategie die ten tijde van introductie uniek was. Snelle wisselingen van de collectie, eigen productie, en uitgekiende locaties: Nederlandse bedrijven zouden hier een voorbeeld aan moeten nemen. Maar wat doen ze? Ze staren zich blind op de concurrent, proberen die te kopiëren. Outsourcen van productie? Heeft geen zin. Wie denkt een concurrentievoordeel te behalen door in de kosten te snijden, voert enkel cosmetische verbeteringen door.
Erg nieuw klonk het verhaal van Porter niet. In januari 2003 sprak hij als gast van de universiteit Nyenrode dezelfde bezorgdheid uit. Nederlandse bedrijven staren zich blind op efficiëntie en marktpositie, riep de Hardvard-professor ook toen. Een zo groot mogelijk marktaandeel nastreven, en daarmee zo veel mogelijk aandeelhouderswaarde, dat is géén strategie. Welk product willen we maken, waarom en voor wie, zijn vragen die een goede leider zich zou moeten stellen.
Wie de boeken van Porter heeft gelezen, kreeg destijds in Nyenrode en nu in Amsterdam niets nieuws te horen. (RM)



