Het wordt Polen een stuk makkelijker gemaakt om in Nederland aan de slag te gaan. Sinds 17 september krijgen ze gemakkelijker een vergunning om bij de overheid te werken of in de metaal- en houtindustrie.
Staatssecretaris Henk van Hoof (VVD, Sociale Zaken) heeft de Tweede Kamer beloofd de Nederlandse arbeidsmarkt sector voor sector open te stellen voor Polen, of Hongaren, Letten en Slovenen. Dit om te voorkomen dat Nederland ineens wordt overspoeld door arbeiders uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie (lees ook Grens stapje voor stapje open voor Polen).
In september zijn een aantal sectoren aan de beurt: groothandels, zagerijen, zorginstellingen, de politie en de zakelijke dienstverlening (bekijk de hele lijst)
Arbeidsmarkttoets
Nederlandse bedrijven die in die sectoren werkzaam zijn hoeven niet langer aan de ’arbeidsmarkttoets’ te voldoen. Dat betekent dat een werkgever niet meer hoeft aan te tonen dat hij geen Nederlander kon vinden.
In de agrarische sector, in de binnenvaart en bij slagerijen en visverwerkers bijvoorbeeld hoefde dat al niet meer. En vanaf 1 januari 2007 moeten alle sectoren open zijn voor werknemers uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie.
In Nederland werken al tienduizenden Polen. Ze werken hard, zijn goedkoop, nooit ziek en doen de klusjes die Nederlanders vaak niet zien zitten (lees ook Liever een vlijtige Pool).
Omdat Polen lid is van de Europese Unie gaat de Nederlandse grens voor ze open. Ze moeten dan wel net zoveel verdienen als hun Nederlandse collega’s.



