Gemiddeld 27 procent meer rentabiliteit, 19 procent hogere omzet en 10 procent meer winstgevendheid. Dat is haalbaar als bedrijven platter worden en sociaal innovatiever te werk gaan. Met die opmerkelijke cijfers werd onlangs het Centrum voor Sociale Innovatie in Den Haag gepresenteerd. Dit CSI moet een kenniscentrum worden waar werkgevers terechtkunnen met vragen over vernieuwing en innovatie.
Betrokken deelnemers zijn de ministeries van EZ, SZW en OC&W, TNO, werkgeversvereniging AWVN, FNV Bondgenoten, de CNV BedrijvenBond, de vereniging FME-CWM, RSM Erasmus University en AIAS.
Volgens het CSI wordt de sociale innovatie geremd doordat 70 procent van de bedrijven nog te hiërarchisch georganiseerd is om flexibel en vernieuwend bezig te zijn. Door veel bestuurslagen en leidinggevenden komen nieuwe ideeën van werknemers moeilijk naar boven en is de betrokkenheid van het personeel minder groot. Daarom zijn plattere organisaties nodig. De verwachting is bovendien dat door beter gebruik te maken van talenten van mensen hun werkplezier toeneemt, er meer vernieuwende producten worden ontwikkeld en de arbeidsproductiviteit stijgt.
Werkvloer als strafkamp
De bedoeling van CSI is dat er een dialoog ontstaat tussen de wetenschap en sociale partners. Volgens voorzitter Jaap Jongejan van de CNV Bedrijvenbond betekent sociale innovatie het einde van ’de werkvloer als strafkamp’. Medewerkers krijgen de ruimte om zelf het werk te organiseren, door bijvoorbeeld samen met collega’s de roosters te maken. Dat vraagt ook de nodige flexibiliteit van werknemers, waarover de vakbondsman graag wil praten met werkgevers als deze op hun beurt voldoende investeren in hun personeel.
(Managersonline.nl)



