Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Peter Paul de Vries

In deze rubriek worden managers, ondernemers en wetenschappers uitgenodigd om premier Balkenende in een persoonlijke brief te adviseren hoe we de Nederlandse economie weer aan de praat kunnen krijgen. Deze keer: Peter Paul de Vries.

Betreft: aandeelhoudersinvloed Geachte excellentie, beste Jan Peter, Het vertrouwen in Nederlandse ondernemingen en hun bestuurders staat al enkele jaren onder druk. Die vertrouwenscrisis wordt voornamelijk veroorzaakt door twee ontwikkelingen: een groot aantal bedrijfsschandalen en de opwaartse beloningsspiraal voor topmanagers. Hoewel veel betrokken personen en instanties lange tijd hebben betoogd dat op beide vlakken sprake was van incidenten, kan dat thans niet meer worden volgehouden. De problemen zijn structureel. Op het gebied van bedrijfsschandalen staan Ahold en World Online natuurlijk op de bovenste twee plaatsen, maar de lijst is veel langer met een reeks opgeblazen beursintroducties, waarvan slechts een enkeling de vier jaar na de beursgang heeft overleefd, faillissementen bij Landis, KPNQwest en LCI, de onverantwoorde expansie van bedrijven als Getronics, KPN en Numico en recent de overschatting van de reserves bij Koninklijke Olie/Shell. Die schandalen raken wat populair genoemd wordt de BV Nederland en schaden ook samenleving en overheid omdat de pijnlijke maatregelen na een bedrijfsschandaal de pensioenen en werkgelegenheid in Nederland aantasten en via lagere winsten ook de opbrengsten uit vennootschapsbelasting drukken. Op deze wijze is de overheid in sterkere mate belanghebbend dan men op het eerste gezicht zou denken. De schandalen vinden veelal hun oorzaak in onverantwoord gedrag van bestuurders en kunnen zich – in volle omvang – voordoen doordat correctieve mechanismen falen. Dat managers in sommige gevallen te opportunistische transacties voorstellen of bovengemiddeld aandacht geven aan het eigen (financiële) belang is van alle tijden. In het Nederlandse governance-systeem zou de raad van commissarissen echter correctief moeten optreden, d.w.z. slechte managers vervangen, onverantwoorde plannen niet accorderen en de beloningsontwikkeling inperken. Dat ook na breed gedragen maatschappelijke kritiek de beloningsexcessen zich blijven voordoen, vormt het bewijs van het – gemiddeld – onvoldoende toezicht van commissarissen. In het oude structuurregime bevonden die commissarissen zich in een schier onaantastbare positie. Door de combinatie van coöptatie en een vooral theoretisch bezwaarrecht voor aandeelhouders en ondernemingsraad, konden slechte of weinig kritische commissarissen gewoon blijven zitten. Om de checks and balances te verbeteren dienen aandeelhouders derhalve concreet invloed te krijgen op de benoeming van commissarissen. Wie niet kan rekenen op de steun van de aandeelhoudersvergadering behoort geen commissaris te worden. Dit vergt een aanpassing van het systeem van commissarisbenoemingen. Verder dient een afbouw van beschermingsconstructies plaats te vinden, waarmee bedrijven hun aandeelhouders ook in vredestijd monddood kunnen maken. Hoewel de Code Tabaksblat vele verbeteringen van corporate governance teweeg kan brengen, zijn de twee genoemde maatregelen – een nieuw systeem van commissarisbenoeming en een drastische reductie van de beschermingswallen – noodzakelijk om de zeggenschapsverhoudingen binnen de onderneming in evenwicht te brengen. Het valt op dat deze onderwerpen zich – ondanks de maatschappelijke relevantie en de impact op de staatsfinanciën – nauwelijks in uw belangstelling kunnen verheugen. Eveneens valt op dat ‘Den Haag’ krampachtig met dergelijke kwesties omgaat en daar als in een reflex de sociale partners en de SER bij betrekt. Hier dient bedacht te worden dat de zeggingskracht van de SER het grootst is bij kwesties die louter tussen werknemers en werkgevers spelen. Het buitenspel zetten van aandeelhouders bij het ontwerp van het nieuwe structuurregime is in dat verband als essentiële weeffout aan te merken. De excessen van de laatste jaren hebben een positief gevolg. Corporate governance speelt bij de mensen. Fraude en topbeloningen zijn in alle lagen van de bevolking gespreksonderwerp. Helaas lijkt het bij u nog geen topprioriteit. Om u in dit opzicht te stimuleren wijs ik op de kansen op rendement. Betere corporate governance en beter toezicht kunnen leiden tot een dynamischer economie, minder kapitaalvernietiging, lagere vermogenskosten en hogere groei van de Nederlandse economie. Peter Paul de Vries Directeur Vereniging van Effectenbezitters

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wacht even voordat je die feedback opvolgt, dat maakt je geloofwaardiger

Krijg je feedback van een collega, dan is de verleiding misschien groot meteen te laten zien dat je hebt geluisterd. Maar pas op: razendsnelle verbetering kan juist wantrouwen wekken, blijkt uit onderzoek.

Omgaan met feedback van medewerkers
Wanneer een leider snel verandert naar aanleiding van feedback, zien medewerkers dat als onecht. Foto: Getty Images

Stel je voor: je krijgt als leidinggevende stevige feedback van een medewerker en de volgende dag heb je je gedrag al veranderd. Een goed signaal naar de collega die je wat aandachtspuntjes influisterde?

Waarschijnlijk niet, blijkt uit recent onderzoek. Medewerkers interpreteren zo’n razendsnelle omslag juist als onoprecht, alsof de leidinggevende alleen maar doet alsof.

Onderzoekers Danbee Chon en Francis Flynn publiceerden hun bevindingen in Academy of Management Journal. Hun centrale vraag: hoe beoordelen medewerkers veranderingen die hun leiders doorvoeren naar aanleiding van feedback?

Het antwoord is enigszins verrassend. Niet de verandering zélf bepaalt hoe die wordt ontvangen, maar het tempo ervan.

Snelle verandering is verdacht

Uit meerdere studies bleek consistent hetzelfde patroon: wanneer een leider snel verandert naar aanleiding van feedback, zien medewerkers dat als onecht. Ze omschrijven het als ‘kunstmatig’ of ‘dubieus’. Geleidelijke verandering wordt daarentegen beschreven als ‘het resultaat van een doordachte, oprechte wens tot verbetering’ en als een teken van ‘persoonlijke groei’.

Lees ook: Tegenspraak kan een cadeau zijn of je ondermijnen, maar herken jij het verschil?

De onderzoekers maakten ook onderscheid tussen makkelijke en moeilijke veranderingen. Bij eenvoudige aanpassingen — zoals het vooraf rondsturen van vergaderagenda’s — wordt snelheid niet als problematisch ervaren. Medewerkers zien dat vooral als slagvaardig en voelen zich gehoord.

Maar bij ogenschijnlijk moeilijke veranderingen, zoals een betere luisteraar worden, wekt diezelfde snelheid wantrouwen. En dat wantrouwen blijft niet zonder gevolgen. Medewerkers zijn daarna namelijk minder bereid om in de toekomst opnieuw feedback te geven.

Wat leiders beter kunnen doen

De onderzoekers geven drie praktische adviezen voor leiders die feedback serieus willen nemen zonder hun geloofwaardigheid te verliezen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Ten eerste: pauzeer bewust. Leiders zijn van nature actiegericht, maar juist een meer methodische aanpak overtuigt collega’s van oprechtheid. Stel jezelf vragen als: welke blinde vlekken legt deze feedback bloot? Wat is er echt voor nodig om dit te veranderen? Die reflectie hoeft niet lang te duren, maar moet wel zichtbaar zijn.

Lees ook: Die betweter is misschien wel je beste medewerker

Ten tweede: leg je redenering uit. Als een snelle reactie toch noodzakelijk is, vertel dan waarom. Licht toe waarom de verandering minder tijd kost dan verwacht, of dat je er al langer over hebt nagedacht. Onderzoek laat zien dat zo’n uitleg medewerkers eerder bereid maakt ook in de toekomst feedback te blijven geven.

Ten derde: let op toon en lichaamstaal. Behandel ontvangen feedback als een ‘geschenk’. Stel vervolgvragen, toon aandacht en spreek je dankbaarheid uit. Het zijn signalen die medewerkers laten voelen dat hun input serieus genomen wordt, los van hoe snel er iets verandert.

Het gaat er niet om verandering te vertragen of om de schijn op te houden, om maar een paar misverstanden te komen. De onderzoekers stellen dat leiders vooral duidelijk moeten maken dat hun nieuwe gedrag voortkomt uit een echte overtuiging, in plaats van sociale druk. En wanneer medewerkers dat geloven, ontstaat er een cultuur van vertrouwen.