Twee oudbestuursleden van vermogensbeheerder Veer Palthe Voûte (VPV) eisen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB) 1 miljoen euro per persoon, als voorschot op een schadevergoeding.
Dit omdat zij – zo oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven twee maanden terug – in 2003 ten onrechte uit hun functie zijn gezet en door de financiële toezichthouders als onbetrouwbaar zijn aangemerkt.
Volgens de AFM en DNB hadden Jan Reinier Voûte en Michiel Palthe in 1999 misbruik gemaakt van voorwetenschap, toen VPV met het ministerie van Financiën onderhandelde over het inlijven van vier zogeheten houdstermaatschappijen van aandelen Koninklijke Olie en Unilever. Gedurende de besprekingen, die grote gevolgen zouden kunnen hebben voor de waarde van de houdstermaatschappijen, bleven de twee bestuurders gewoon handelen in aandelen van de ’houdsters’.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven floot de AFM en DNB in september van dit jaar echter hardhandig terug. Maar volgens Guido Roth, advocaat van Voûte en Palthe, leggen zij de uitspraak van de hoogste rechter voor het bedrijfsleven naast zich neer. “Sterker, zij sluiten niet uit dat ze op basis van dezelfde feiten in de toekomst opnieuw tot het oordeel ’onbetrouwbaar’ zullen komen.”
In een kort geding eisen Voûte en Palthe aanstaande vrijdag dat dit de AFM en DNB verboden wordt. Daarnaast eisen zij als voorschot op een schadevergoeding 1 miljoen euro per persoon.
(Telegraaf)



