Nederland moet zijn managers koesteren, zoals de Zweden met ’hun’ topman Anders Moberg van Ahold. Dat zegt Freek Nijdam, voormalig lid van de raad van bestuur van het Zweedse machinebedrijf Atlas Copco in de Volkskrant.
De 66-jarige Freek Nijdam is na een dertigjarig verblijf in het buitenland terug in Nederland. In 1978 vertrok hij naar het buitenland om voor Atlas Copco te gaan werken.
“Nederland geeft hoog op over zijn internationale karakter, maar slechts bij hoge uitzondering ben ik Nederlanders tegengekomen in het internationale zakenleven,” constateert Nijdam. Hij verklaart dit uit de honkvastheid van Nederlanders. “Multinationals huren bij voorkeur mensen in die in een aantal landen hebben gewerkt. Hollanders missen vaak die ervaring.”
Volgens Nijdam werkt dit ook door in Nederlands bedrijven. ’De vijver van Nederlands topmanagement is te klein, dus wijken grote bedrijven uit naar buitenlandse managers. Het ontbreekt in Nederland aan waardering voor het werk van managers en bestuursvoorzitters.’
Dat is in Zweden wel anders, heeft de bestuurder gemerkt. “In Zweden is Anders Moberg van Ahold nog steeds groot nieuws. Als hij in Nederland iets doet of zegt, dan komt dat met enthousiasme in de Zweedse pers. Nederlanders hebben dat niet.”
(Zibb)



