Engels en Duits zijn volgens Nederlandse managers de belangrijkste handelstalen. In de meeste andere Europese landen krijgt Frans de voorkeur. Het Chinees is in opmars
Het uitzend- en detacheringsbureau Accountemps liet 1.550 hr- en financieel managers in negen landen ondervragen. Erg spectaculair zijn de resultaten niet. Waar Duits in Nederland naast het Engels nog een hoofdrol speelt, kiezen de meeste landen (met name de Engelssprekende landen) voor het Frans als prominente handelstaal. Spaans speelt een bescheiden rol op het wereldtoneel. Alleen in Nederland verwachten de managers dat Spaans de komende jaren belangrijker zal worden.
Bijna veertig procent van de managers meent dat Chinees de komende jaren (naast het Engels) de meest waardevolle taal in het internationale zakenverkeer wordt. Opvallend is overigens dat veel managers in Engelssprekende landen onverschillig staan tegenover vreemde talen. In Groot-Brittannië vindt 34,7 procent van de managers talenkennis onbelangrijk. In Australië is dat 37,3 procent en in Nieuw Zeeland 38 procent.
Niet meer dan 0,3 procent van de ondervraagden denkt dat het Nederlands de komende jaren naast het Engels de meest waardevolle handelstaal wordt. De onderzoekers concluderen: “Chinees, Engels, Spaans en Frans voeren de boventoon en het Nederlands telt vooralsnog niet mee.”
Dat is geen conclusie die veel mensen in Nederland zal verbazen.



