Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Nederland is geen bv

Nederland dreigt economisch onder de voet dreigen te worden gelopen door Oost-Europa en Azië? Onzin. Bedrijven concurreren, landen niet.

Het is een populair spookbeeld: globalisering betekent moordende concurrentie tussen landen. Binnen de uitgebreide Europese Unie zien de oude lidstaten banen wegvloeien naar landen als Polen en Tsjechië. Mondiaal moet het rijke Westen toezien hoe zijn markten voor industrieproducten – en ook steeds meer voor geavanceerde diensten – worden veroverd door aanstormende giganten als China en India.
Het ene bedrijf na het andere ziet zich gedwongen zijn activiteiten te staken of te verplaatsen naar een lagelonenland. Vandaar de roep van ministers en werkgevers om loonmatiging en afslanking van de dure verzorgingsstaat om ‘de bv Nederland’ concurrerend te houden.
Maar de metafoor van Nederland als bedrijf is misleidend. Een onderneming die te veel markt verliest aan zijn concurrenten, komt in de rode cijfers terecht. Als het management niet tijdig de bakens verzet, gaat het bedrijf over de kop. In de vergelijking van Nederland met een bv speelt de betalingsbalans dezelfde rol als de resultatenrekening van een bedrijf: een batig saldo zou blijk geven van gezonde exploitatie, een tekort van verval en dreigend faillissement.

 

Niet failliet
Landen kunnen echter niet failliet gaan. Als een regering haar verplichtingen niet kan nakomen, zoals af en toe gebeurt, treft dat (binnen- en buitenlandse) schuldeisers van de Staat. Bedrijven kunnen gewoon door blijven produceren. Maar een land blijft niet in gebreke door een oplopend tekort op de handelsbalans. Evenmin kan de binnenlandse productie volledig worden weggeconcurreerd door goedkope importen.
Want om goederen en diensten te kunnen invoeren, moet een land zelf genoeg exporteren om die importen te kunnen betalen. Als een land exportmarkten verliest, kan het minder invoeren en zal het dus (weer) meer zelf moeten produceren, tegen hogere kosten. Dat is misschien het ideaal van de antiglobalisten: behoud van bestaande werkgelegenheid en bovendien van de traditionele cultuur (inclusief de herinvoering van een eigen munt).

Tekort
Toch blijken sommige landen jarenlang met een tekort op hun handelsbalans te kunnen leven. Dan moet het land ofwel interen op zijn valutareserves, ofwel genoeg buitenlands kapitaal aantrekken. De Verenigde Staten kunnen zich vanouds permitteren meer te importeren dan te exporteren omdat buitenlanders hun geld graag in Amerika investeren of beleggen. Tot voor kort had dat vooral te maken met betere rendementverwachtingen. Nu is de voornaamste reden dat Japan en China dollars kopen om hun wisselkoersen kunstmatig laag te houden, omwille van hun concurrentiepositie. Het geld wordt niet meer geïnvesteerd maar dient ter financiering van het begrotingstekort van de Amerikaanse overheid. Dat kan nooit lang goed gaan.

Overschot
Omgekeerd heeft Nederland al jarenlang een fors overschot op de lopende rekening, en exporteert het per saldo kapitaal – onder meer voor overnames in de VS. Dat wil zeggen dat de winsten die mede te danken zijn aan loonmatiging niet in Nederland maar in het buitenland banen opleveren. Maar het is denkbaar dat het overschot ooit omslaat in een tekort, doordat Nederlandse bedrijven markten verliezen aan goedkopere buitenlandse concurrenten. Dat zou inderdaad kunnen leiden tot afkalvende welvaart en oplopende werkloosheid, een situatie die niet zoveel afwijkt van het spookbeeld van de bv Nederland die ten onder gaat in de concurrentieslag.
Dit beeld suggereert echter de verkeerde oplossing, namelijk prijsconcurrentie. Dat is een heilloze weg. Veel grote ondernemingen die te maken krijgen met serieuze concurrentie uit opkomende economieën, probeerden het tij te keren met draconische afslankingen en kostenbesparingen. In de praktijk blijkt dat maar al te vaak een achterhoedegevecht en komen ze in een neerwaartse spiraal terecht. De concurrentie kan immers hetzelfde doen en ondanks de snelle loonstijgingen in China en India blijft het kostenverschil onoverbrugbaar.
Om met succes op de wereldmarkt te opereren moeten bedrijven nieuwe of onderscheidende producten op de markt brengen waar mensen goed geld voor over hebben (zoals BMW) of doelmatiger processen ontwikkelen (zoals Dell), waarmee ze de concurrentie op achterstand zetten. Vaak zijn dat nieuwe ondernemingen.

Gemakkelijker
Als Nederland internationaal wil blijven meetellen moet het gemakkelijker worden gemaakt hier nieuwe activiteiten op te zetten. Nieuwe werkgelegenheid ontstaat vooral bij nieuwe bedrijven en een Europees hoofdkantoor van een Aziatisch concern levert al gauw meer hoogwaardige banen op dan er verloren gaan door de import van de producten ervan. Het Kabinet zou zich minder zorgen moeten maken over de handelsbalans en meer over de kapitaalbalans.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.