Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Merendeel fusies mislukt

Het merendeel van de fusies die plaatsvonden tussen 1996 en 1998 is mislukt. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat bij 83 procent van de onderzochte fusies het aandeelhouderskapitaal niet is verbeterd of zelfs is verminderd.

KPMG heeft wereldwijd 700 fusies en overnames onderzocht die plaatsvonden tussen 1996 en 1998. De onderzoekers beoordelen of een fusie geslaagd is op verschillende punten. Zo wordt de groei van de beurswaarde na de fusie in kaart gebracht. Andere indicatoren zijn het verschil in winstgevendheid, innovativiteit of slagkracht tussen de oude en de nieuwe situatie.
KPMG schat het waardeverlies van de aandelen uit de meest recente fusiegolf (1995-2000) op 6000 miljard dollar wereldwijd.

Fusie-paradox
Hoewel veruit de meeste fusies volgens de cijfers niet succesvol zijn, denkt 80 procent van de ondervraagden dat hun fusie wel een succes is geweest. Deze `fusie-paradox` is de tegenstrijdigheid van de grote faalkans van fusies enerzijds, en hun steeds terugkerende populariteit anderzijds.

Slechts bij 45 procent van de fusies is van tevoren onderzoek verricht door het bedrijf. Het blijkt dat het zich teveel laat leiden door irreële verwachtingen. Na de fusie wordt bij slechts 20 procent van de ondernemingen de fusie geëvalueerd Bij een vooronderzoek of bij de evaluatie zou een ´fitanalyse´ niet mogen ontbreken stellen de onderzoekers. Hierin wordt bekeken of de delen qua inhoud en doelstellingen bij elkaar passen of juist tegengesteld zijn.

Volgens KPMG zullen fusies vooral succesvol zijn tussen kleinere bedrijven omdat die het meest profiteren van schaalvoordelen. In de praktijk komen fusies juist voor bij grotere ondernemingen. De onderzoekers denken dat de fusiekoorts veroorzaakt wordt doordat niemand wil achterblijven, uit vrees de misgelopen voordelen later te zullen betreuren. Deze redenatie wordt de ´minimax spijtroutine´ genoemd. Een goede fusie wordt niet alleen gelegitimeerd door financiële motieven (kostenbesparing bij schaalvergroting) maar ook door inhoudelijke motieven. Synergie (het geheel is meer dan de som der delen), kan worden bereikt als de overname een bepaald inhoudelijk doel heeft. Zo kan een bedrijf een bepaalde internationale expansieve strategie hebben of kan de overname van een concurrent voordelen opleveren. Het doel van de overname kan ook zijn dat technische kennis, een bepaalde specialisatie of een klantenbestand in huis wordt gehaald. Veel te vaak echter is, volgens de onderzoekers, autonome groei niet genoeg om aan de winstverwachtingen op de beurs te voldoen en moet een fusie hierin verandering brengen.
Meer info over het onderzoek op www.management-development.com

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.