Ondernemers mogen nu zelf de arbotaken uitvoeren, maar moeten daarbij één of meer (eigen) medewerkers als preventiemedewerker aanwijzen.
Voor de verschillende arbodiensten pakt de wetswijziging negatief uit. De diensten zien als gevolg van de liberalisering hun marktaandeel teruglopen. Dat geldt vooral voor arbodiensten die vertegenwoordigd zijn in de bovenkant van de markt.
Vorig jaar was 97 procent van de organisaties aangesloten bij een externe arbodienst. Momenteel is dat zo’n 93 procent. Uit de onderzoeksgegevens van Heliview blijkt dat die daling zich in de toekomst voortzet. Ongeveer 34 procent van de bedrijven en instellingen zegt na afloop van het huidige contract te zullen kiezen voor een maatwerkregeling. De bedrijven die de externe arbodiensten de rug toekeren, gaan de arbodienstverlening zelf regelen of inkopen bij een veiligheidsdeskundige, zelfstandige bedrijfsarts of verzekeraar.
Heliview zegt een grote opkomst van eenmansbedrijfjes en andere dienstverleners op de arbo- en reïntegratiemarkt te verwachten en stelt dat het voor de afnemers van belang is dat de dienstverlener een certificaat of keurmerk bezit. Slechts de helft van alle ondervraagde bedrijven zegt het belangrijk te vinden dat een arbodienst zowel een keurmerk als een certificaat bezit.
De belangrijkste reden om de externe arbodienst vaarwel te zeggen is dat de gewenste dienstverlening niet wordt aangeboden (30 procent) of dat men de dienst te duur vindt (12 procent). De algemene waardering voor de arbodiensten is het afgelopen jaar iets gestegen: van een 6,9 naar een 7,0. De bedrijfsarts speelt een belangrijke rol bij de tevredenheid. Daarnaast zijn klachtenafhandeling, pro-activiteit en meedenken met de organisatie belangrijke punten waarop de arbodienst afgerekend wordt. Arbounie en Commit halen het hoogste rapportcijfer; beiden worden beoordeeld met een 7,1. De twee bedrijven worden op de voet gevolgd door Arboned, die door zijn clientèle met een 7,0 beoordeeld wordt.
Aan het onderzoek van Heliview namen 700 bedrijven en instellingen deel. Het onderzoek wordt jaarlijks uitgevoerd en is bedoeld om het ziekteverzuimbeleid en inschakeling van arbodiensten en reïntegratiedienstverleners in kaart te brengen.



